Wat is dat eigenlijk, dat Nieuwe leren?

Het nieuwe leren

De twee blogs hiervoor hebben als Het nieuwe leren in de titel. Daarmee claim ik niet dat ik op weg ben naar de ontwikkeling van een nieuwe vorm van leren, maar wil ik vooral claimen dat ik een nieuwe vorm van leren ervaar. Deze blog zal die nieuwe vorm toelichten.

Het leren zoals ik nu ervaar tijdens mijn Master Leren en Innoveren van Aeres Hogeschool, is een vorm van collectief leren. Maar anders dan collectief leren waar de studenten elkaar relatief vaak face-to-face (kunnen) ontmoeten is dat bij ons niet het geval. Het is ook niet nodig. We hebben geprobeerd een centrale plek te vinden, maar de één wonende tegen de Duitse grens en ik wonende in Zeeuws-Vlaanderen maken het wat lastig.  Wij zouden altijd 2 uur of meer moeten rijden om de andere twee ergens in Nederland te ontmoeten. En dat is niet erg, maar als het anders kan dan is dat wel fijn. En het kan anders. De opzet van de opleiding is dat je elkaar één keer per maand ziet en dat de rest van de activiteiten online plaats vindt. Kenniscreatie/kennis bouwen is een vorm van doelgerichte, bewuste actie die kennis genereert en dat toegankelijk is voor iedereen . Het is oorspronkelijk afkomstig uit het bedrijfsleven en had als doel de impliciete kennis die iedereen heeft expliciet maken. In het onderwijs is het een nog niet zoveel voorkomende vorm van leren (Bereiter & Scardamalia, 2014).

Het idee is als volgt: Elke student heeft een vraagstuk vanuit zijn of haar eigen beroepspraktijk. En hoe graag we het ook zouden willen geen van de vraagstukken is uniek. De kunst is het om het gemeenschappelijke erin te ontdekken. In mijn vorige blog heb ik geschreven over self-directed learning waarbij het niet gaat om dit als onderwijsvorm te hebben maar wel als doel van je onderwijs. Ik werk op dit moment samen met een groepje van vier studenten. Na veel praten kwamen we erachter dat, voor wat wij willen, we allemaal zelfbepalende studenten nodig hebben en dat zij vooral gaan leren door ervaringen op te doen. De hogeschool heeft een platform ter beschikking gesteld waarop we niet alleen ons eigen werk maar ook dat van anderen zien, lezen en erop reageren. Natuurlijk houden we het vooral bij ons eigen groepje, maar het kan soms heel goed zijn te zien hoe anderen een bepaald probleem aanpakken.

Als eerste ga ik altijd lezen, maar voor deze opdracht was het maken van een model de opdracht en anders dan ik zou hebben verwacht was het maken van een model vóór ik ging lezen heel verhelderend. Omdat we met meerderen waren bleef het niet mijn model maar kon ik met behulp van de input van anderen mijn model (de boom uit de vorige blog) compleet maken. Iedereen plaatst regelmatig kennis op het forum en reageert mondeling of schriftelijk op hetgeen wat is opgeschreven. Ik denk dat we het forum nog niet optimaal gebruiken. Nu plaatsen we er vooral artikelen, samenvattingen en modellen op, maar we bouwen nog niet voort op de kennis van elkaar en dat is eigenlijk wel de bedoeling.

Het wordt een gewoonte om een keer per dag op het forum te kijken en te reageren op wat mijn groepsgenoten hebben geschreven. Maar ik merk dat mijn motivatie minder wordt als het forum gebruikt wordt als een dropbox. Maar dat zal ongetwijfeld komen omdat wij het nog niet gewend zijn. Ik vind het in ieder geval een leuke manier van leren. Het voelt goed om te zien dat de hele groep bereidt is kennis te delen. Nu nog leren hoe we samen kennis creëren.

 

Bibliografie

Bereiter, C., & Scardamalia, M. (2014). Knowledge building and knowledge creation: One concept, two hills to climb. In S. S. Tan, Knowledge creation in education (pp. 35-52). Singapore: Springer.

 

 

Naar het nieuwe leren deel 2

 

Voor mijn masteropleiding hadden we dit thema de opdracht om een leerconcept uit te werken in een model. In dit deel van de blog de theoretische uitwerking. In een volgden deel de praktische invulling van het model.

Het model de boom van groei

Afbeelding1Iedere boom heeft wortels, een stam en takken. In mijn model zijn de wortels essentieel voor de stam. Zonder metacognitieve vaardigheden, cognitieve vaardigheden, motivatie en organisatievaardigheden kan de stam van zelf gereguleerd leren niet groeien. De taken (ervaringen) gebruiken alles om te groeien, maar ze geven ook de stam weer de mogelijkheid om verder te groeien. Soms laten ze een blad vallen, soms moet je oude kennis en vaardigheden of gewoonten loslaten om verder te kunnen leren. Soms valt er een product van het leren uit de boom. Dit is het zaad voor innovatie. Hieronder de theoretische uitwerking van de factoren die van belang zijn om te groeien.

Centraal in mijn vraagstuk staat de zelfsturing van de student. Tijdens het doorzoeken van de literatuur op het woord zelfsturend komen termen als Self efficacy (Bandura, 1997), Self determination (Ryan & Deci, 2000) en Self regulation (Schunk, 2014; Zimmerman, 2002). Deze begrippen worden in dit deel van het manifest beschreven waarna we kunnen komen tot een keuze van een grondtoon (Ruijters, 2016). Allen komen voort uit de sociaal cognitieve leertheorie. Een belangrijke aanname in de sociaal cognitieve leertheorie is dat mensen de gebeurtenissen die in hun leven hun leven beïnvloeden beheersen en zichzelf als ‘agents’. Deze zin van eigenaarschap manifesteert zich in opzettelijke acties, cognitieve processen en affectieve processen. Andere aspecten binnen deze theorie zijn resultaatverwachtingen, stellen van doelen, zelfevaluatie, zelfinstructie en monitoren van de eigen voortgang (Schunk, 2014). Dit is passend in de vraagstukken zoals beschreven. In dit manifest wordt eerst ingegaan op wat zelfsturing is volgens de literatuur, daarna wordt ingegaan op de verschillende factoren die van invloed zijn op zelfsturing.

Leren doe je “Self”.

De basis van zelfregulerend leren komt voort uit de social cognitieve theorie van Bandura (1997). Een aspect die hij beschrijft is self-efficay. Self efficacy kan het best beschreven worden als ‘een persoonlijke overtuiging dat iemand capabel is om te doen wat nodig is (plannen en handelen) om een taak te volbrengen op een bepaald kwaliteitsniveau’ (Bandura, 1997). Self-efficacy is een context specifieke persoonlijke inschatting van de competenties die nodig zijn voor het uitvoeren van een specifieke taak (Pajares, 1997). Ryan en Deci, (2000) geven in hun theorie voor Self-determination, aan dat alle mensen behoefte hebben aan zelfbeschikking. Als mensen zelf mogen beschikken is de reden voor deelnemen geïnternaliseerd, waardoor de kans van slagen groter is. Volgens Schunk (2014) zijn zelf gereguleerde studenten zich metacognitief bewust van de door hun gekozen strategie voor het behalen van de doelen. Zij voelen zich zelfverzekerd over de keuze en hebben het gevoel controle te hebben over processen en gevoelens. Zij geloven dat de door hun gekozen strategie zal leiden tot het succesvol behalen van de leerdoelen.  Zelf gereguleerd leren is volgens Zimmerman (2002) het “zelfgestuurde proces waarbij studenten gedragingen, cognities en effecten activeren en behouden, die systematisch zijn gericht op het behalen van doelen”. Het is een activiteit die studenten op een proactieve wijze uitvoeren en waarbij gedachten, gevoelens en gedrag gericht zijn op een door de student zelf gesteld doel. Hierbij spelen metacognitieve vaardigheden, cognitieve vaardigheden, motivatie en organisatievaardigheden een rol. Volgens Schunk en Zimmerman (1998) zijn er zelfregulatie processen te beschrijven die cyclus verlopen en op elkaar in grijpen. Als eerste zijn er processen te beschrijven die voorafgaan aan het leren (forethought) waarbij overtuigingen met betrekking tot motivationele aspecten van verwachtingen over het eigen kunnen de mate van inzet bepalen, vervolgens komt een fase waarin het leren plaatsvindt en het leergedrag en wat de student zelf wil bepalend is en tot slot een fase van reflectie. Brown (1987 in Valcke 2007) beschrijft een soort gelijke fasering als hij spreekt over metacognitieve regulatie van de eigen kennisverwerking. Hij spreekt over vier fasen: voorspellen, plannen, monitoren en evalueren. Tot slot heeft Desmedt (in Valcke, 2007) een model (bijlage 1) ontwikkelt waarin duidelijk wordt dat self regulated learning een complex proces is. Volgens dit model is self regulated learning een complex interactief proces waarin theorieën m.b.t. leren, metacognitie en motivatie op elkaar worden betrokken.

Metacognitie

Valcke (2007) spreekt over metacognitieve kennis en noemt het kennis over onze eigen cognitie, onze eigen kennisverwerving (p248). Hij neemt de beschrijving van Flavell (1976 p.323) waarin “metacognitie kennis is over iemands eigen cognitieve processen en producten en de actieve monitoring en regulatie van deze processen bij cognitieve objecten waarop ze betrekking hebben”. Dit is een proces wat zich langzaam ontwikkelt (Valcke, 2007) een gerichte interpretatie van ervaringen is nodig en jonge kinderen kunnen hier nog niet cognitief aan toe zijn. Jarvis (2018) beschrijft het leren van de mens in vijf boxen. In de derde box gaat de mens betekenis geven aan wat hij ervaart en gaat hij verbindingen leggen met eerdere ervaringen.

Vanaf het moment dat de student relaties kan leggen met eerdere ervaringen en kan reflecteren op zijn eigen handelen, ontwikkelt de mens metacognitieve vaardigheden. Zimmerman (2002) definieert metacognitie als: “the awareness of and knowledge about one’s own thinking”. Schunk voegt daar de cognitieve activiteit aan toe. Hij is van mening dat Metacognition verwijst naar de “deliberate conscious control of cognitive activity”(Brown, 1980; Matlin, 2009 in Schunk, 2014).

Metacognitieve vaardigheden zijn sterk afhankelijk van de cognitie van een persoon.

Cognitieve vaardigheden

Kolb (2006) geeft aan dat als het gaat over het aanbieden van leerstof dit zou moeten op basis van cognitief vermogen van de student mens, maar hierbij moet volgens Kolb (2006) gelet worden op de cognitieve belasting van de opdrachten. Studenten in het eerste jaar van de opleidingen zouden minder complexe opdrachten kunnen krijgen, al naar gelang hun cognitieve mogelijkheden. Hierbij komt het begrip Cognitive Load naar voren. De theorie rondom dit begrip is gegrond in de bevindingen van geheugen onderzoek, in het bijzonder de cognitieve processen die optreden tijdens interacties tussen werkgeheugen en lange-termijn geheugen (Artino, 2008; Ayres & Paas, 2012; Merriënboer & Sweller, 2010). Cruciaal voor de theorie is de belasting van het werkgeheugen (d.w.z. cognitieve belasting). Als te veel cognitieve belasting wordt gecreëerd door een slecht Instructioneel ontwerp, of omgaan met te complexe materialen, dan is leren gecompromitteerd omdat er onvoldoende middelen vanuit het werkgeheugen beschikbaar zijn om te gebruiken voor de processen die nodig zijn om te leren (Ayres & Paas, 2012). Voor meer ervaren studenten kan het dan beter zijn om de op instructie gebaseerde begeleiding te elimineren, waardoor de cognitieve belasting wordt verminderd en de leer efficiëntie wordt verbeterd.

Motivatie

Over het begrip motivatie is veel geschreven. Er kan onderscheid gemaakt worden tussen extrinsieke motivatie en intrinsieke motivatie. Bij extrinsieke motivatie beïnvloeden motieven buiten de mens de motivatie. Bij intrinsieke motivatie is het vooral de mens die zich zelf motiveert. Motivatie kan op veel verschillende manieren bezien worden. In de sociale cognitieve theorie waar doelen en verwachtingen belangrijke leermechanismen zijn is motivatie een doelgericht gedrag dat wordt aangezet en gesteund door de verwachtingen van mensen met betrekking tot de verwachte uitkomsten van hun acties en hun zelfwerkzaamheid voor het uitvoeren van die acties (Schunk, 2014).  Zelf-motivatie als kwaliteit van zelfgestuurde leeractiviteiten wordt beïnvloed door verschillende onderliggende  overtuigingen zoals zelfwerkzaamheid en interesse in de taak. Motivatie kan worden verbeterd wanneer en als studenten kwalitatief hoogstaande zelfregulerings processen gebruiken, zoals zelfcontrole (Zimmerman, 2002)

Cook en Artino jr (2016) geven in hun artikel een overzicht van de definities van motivatie gezien vanuit de verschillende leertheorie. Zij geven aan dat binnen de sociaal-cognitieve theorie Self-efficacy wordt gezien als primaire motivator voor gedrag. Gericht op een doel van verschillende oorsprongen (beheersing van de taak, beter doen dan anderen of falen vermijden). Daarnaast gaat theorie van self-determinantie uit van intrinsieke motivatoren of van extrinsieke motivatoren die zijn geïntegreerd en geïnternaliseerd. Het bevredigen van fundamentele psychosociale behoeften van autonomie, competentie en verbondenheid bevordert een dergelijke motivatie.

Organisatievaardigheden

 

Een onderdeel van de definitie van self-efficacy is dat mensen erin geloven dat zij hun werkzaamheden kunnen organiseren om het doel te bereiken (Bandura, 1997). Hiermee geeft hij aan dat self-efficacy leidend is voor de keuze van activiteiten en strategie. Over organisatorische vaardigheden is weinig specifiek geschreven. Toch komt elke theorie met een aantal vaardigheden die neerkomen op het goed organiseren van de eigen acties om doelen te bereiken. Zimmerman (2002) is het meest specifiek in zijn model  Nog voor de taak van start gaat zal de student specifieke proximale doelen voor zichzelf stellen, daarna moet hij kiezen uit bekende of onbekende krachtige strategieën voor het behalen van de doelstellingen. Tijdens de uitvoering van de taak zullen de prestaties gecontroleerd worden (selfmonitoring) en wordt de voortgang bijgehouden. Na de uitvoering van de taak vindt er reflectie plaats waarbij de fysieke en sociale context eventueel wordt geherstructureerd om deze verenigbaar te maken met iemands doelstellingen. Efficiëntie van tijd en methoden worden geëvalueerd en de causaliteit van de resultaten wordt toegeschreven.

Ervaringen

Dat ervaringen het leren beïnvloeden is niets nieuws. De sociaal cognitivisten zijn van mening dat leren ontstaat door het maken van cognitieve schema’s. Nieuw lerende mensen hebben deze schema’s nog niet (Artino, 2008). Zonder begeleiding ervaren deze nieuw lerenden al snel een cognitieve overload aan informatie. Teveel begeleiding aan meer ervaren lerenden kan daarom ook averechts werken. Zij hebben de schema’s en moeten deze ook leren gebruiken (Artino, 2008). De meeste modellen van ervaringsgericht leren beginnen met een concrete ervaring al dan niet gevolgd met het ophalen van informatie uit het lange termijn geheugen om een strategie te bepalen over hoe te handelen. Kolb (2006) noemt een aantal kenmerken van ervaringsgericht leren. Het eerste kenmerk is dat leren wordt beschreven als een proces waarbij concepten worden afgeleid uit en continu worden aangepast door ervaringen. Het tweede kenmerk van leren is dat het leren zijn wortels heeft in ervaringen. Tot slot ziet Kolb (2006) in alle modellen een tweestrijd tussen het integreren en het internaliseren van nieuwe kennis en of vaardigheden. Een voorbeeld van de praktische invulling van dit ervaringsleren is action learning. Actie leren is het proces waarbij een persoon op zijn eigen handelen en ervaringen reflecteert met als doel het verbeteren van het eigen handelen. Het gaat over oplossen van problemen door het te ervaren. Maar hierover in mijn volgende blog

Op de volgende pagina’s heb ik een paar modellen ter lering en vermaak geplaatst. Sommige zijn mogelijk bruikbaar anderen gaan echt te ver en kunnen we misschien ter inspiratie gebruiken.

 

Afbeelding2

Conceptueel model voor zelfgestuurd leren van Desmet bron Valcke 2007

 

Afbeelding3

Sociale leertheorie van Bandura (toolshero.nl)

 

 

Bronnenlijst

Artino, A. J. (2008). Cognitive load theory and the role of learner experience: An abbreviated review for educational practitioners. AACE Journal, 16(4), 425-439.

Ayres, P., & Paas, F. (2012). Cognitive Load Theory: New Directions and Challenges. Applied Cognitive Psychology, 26, 827-832.

Bandura, A. (1997). Self-efficay. The Exercise of Control. New York: W.H.Freeman and Company.

Cook, D., & Artino Jr, A. (2016). MOtivation to learn: an overview of contemporary theories. Medical Education, 50(10), 997-1014.

Jarvis, P. (2018). Learning to be a person in society. In K. Illeris, Contempory theories of learning. Learning Theorists… In Their Own Words (pp. 15-28). London & New York: Routledge.

Kolb, D. (2006). Retrieved 2019, from Learningfromexperience.com: http://www.learningfromexperience.com/images/uploads/proces-of-esperiential-learning.pdf

Marquardt, M., & Waddill, D. (2004). The Power of Learning in Action Learning: A Conceptual Analysis of How the Five Schools of Adult Learning Theories Are Incorporated within the Practice of Action Learning. Action Learning: Research and practice, 1(2), 185-202.

Merriënboer, J., & Sweller, J. (2010). Cognitive load theory in health professional education: design principles and strategies. Medical education , 44(1), 85-93.

Pajares, F. (1997). Current directions in self-efficacy research. Advances in motivation and achievement, 10(no.149), 1-49.

Ruijters, M. (2016). Liefde voor leren; over diversiteit van leren en ontwikkelen in en van organisaties. Vakmedianet Management B.V.

Ryan, R., & Deci, E. (2000). Self-determination theory and the facilitation of intrinsic motivation, social development, and well-being. American psychologist, 55(1), 68-78.

Schunk, D. (2014). Learning theories an educational perspective sixth edition. Harlow: Pearson.

Serrat, O. (2017). Action Learning. In Knowledge Solution (pp. 589-594).

Tanis, M., Dobber, M., Zwart, R., & van Oers, B. (2014). Beter leren door onderzoek: Hoe begeleid je onderzoekend leren van leerlingen? Universiteit van Amsterdam: Vrije Universiteit.

Valcke, M. (2007). Onderwijskunde als ontwerpwetenschap. Een inleiding voor ontwikkelaars van instructie en voor toekomstige leerkrachten. Gent: Academia Press.

Von Stumm, S., Hell, B., & Chamorro-Premuzic, T. (2016). The Hungry Mind: Intellectual Curiosity is the Third Pillar of Academic Preformance`. Perspectives on Psychological Science, 6(6), 574-588.

Zimmerman, B. (2002). Becoming a Self-regulated Learner: An Overview. Theory into Practice, 41(2), 64-70.

 

 

Naar het nieuwe leren deel 1

In de komende periode zal ik een serie van blogs schrijven over het onderzoek waar ik mij mee bezig houd. Natuurlijk is aanvulling mogelijk en zal ik de opmerkingen gebruiken om mijn eigen leren verder vorm te geven.

In dit eerste deel richt ik mij op het nieuwe leren met behulp van onderzoekend leren.

Al enige tijd worden er artikelen gepubliceerd met de 21st eeuwse vaardigheden als onderwerp. Het duurt meestal een tijdje voor dergelijke nieuwe ideeen een plaats krijgen in het onderwijsprogramma. Een enkele docent experimenteert een beetje maar dit alles mag geen naam hebben en krijgt het ook niet. Tot de landelijke organisaties ze opnemen in de opleidingsprofielen. Dan moet het wel. KSAVE (Knowledge, Skills, Attitude, Value, Ethics) is een voorbeeld van een model dat opgenomen is in sommige opleidingsprofielen.

Het KSAVE model wordt besproken in De toekomst telt (Ververs Foundation & SLO, 2011) de kern van het betoog is:

“Bij creatief en innovatief denken wordt onderscheid gemaakt in drie vaardigheden, namelijk creatief denken (nieuwe ideeën bedenken en deze kunnen uitwerken en analyseren), creatief samenwerken met anderen (waaronder bijvoorbeeld effectief communiceren over nieuwe ideeën) en het implementeren van innovatieve en creatieve ideeën. Daarbij zijn kennisaspecten aan de orde zoals het kennen van creatieve technieken (brainstorming en dergelijke), het kennen van weerstanden tegen vernieuwingen en weten hoe je daarmee om kunt gaan en het begrijpen van de impact van bepaalde vernieuwingen. Een open houding ten opzichte van nieuwe ideeën en het zien van fouten als leermogelijkheden vormen onder andere belangrijke houdingen voor deze generieke vaardigheid.

Maar dan moet het nog vorm gaan krijgen binnen de opleidingen. Een kernbegrip binnen de 21st eeuwse vaardigheden is zelfsturing. De student moet steeds meer zeggenschap krijgen over het eigen leren. Een vorm waarin dit plaats kan vinden is onderzoekend leren. De student zoekt naar antwoorden op vragen omdat hij nieuwsgierig is. Waarbij het volgende gedacht wordt “Een hongerig brein is een bepalende factor voor individuele verschillen in academische prestaties”. (Von Stumm, Hell, & Chamorro-Premuzic, 2016). In het technisch onderwijs heeft onderzoekend leren al voet aan de grond gekregen, maar mijn onderzoek gaat over normen, waarden en ethiek. En hoe de student dat kan ontwikkelen. De eerste discussie die er gelijk ontstaat is de vraag wat het verschil is tussen leren en ontwikkelen. In mijn blogs heeft leren betrekking op de K en S van KSAVE. Kennis en vaardigheden kun je leren. Attitude, value en ethics worden ontwikkeld. Mijn vraag die ik nog niet kan beantwoorden is: Kan je ze ook meten?

Er zijn verschillende vormen van onderzoekend leren Literatuuronderzoek is de meest voorkomende vorm van onderzoekend leren. De student doorzoekt bronnen (digitaal en analoog) op zoek naar antwoorden. Deze antwoorden kunnen worden getoetst door praktijkonderzoek. De student zou vervolgens middels ontwerpgericht onderzoek een nieuw ontwerp kunnen maken en dit met behulp van experimenteel onderzoek kunnen toetsen. Samenwerking met de beroepspraktijk is daarbij zeer gewenst. Als de student een ware IST kan vergelijken met een theoretische SOLL krijgt het geleerde betekenis. Afgelopen periode hebben mijn studenten dit kunnen doen met betrekking tot duurzaamheid. Alles mochten de studenten zelf bepalen. De sector die zij wilden onderzoeken, wat zij daarbij als kern namen en hoe zij het gingen beschrijven. Voorwaarde was dat alles uit wetenschappelijke bronnen moest komen. Nog niet een helemaal perfecte opdracht (SOLL kwam voor de IST) maar de gesprekken die ik had met studenten voor, tijdens en na de opdracht gaven mij nieuwe hoop voor de toekomst. Projectmatig hoop voor de toekomst, procesmatig hoop voor het onderwijs. De studenten moesten een essay schrijven over duurzaamheid binnen een sector. Daarvoor moesten zij de theorie in duiken. Nog voor zij de theorie in gedoken waren brachten zij een bezoek aan een bedrijf die een SOLL (een innovatie) in gedachten had. De studenten konden moeilijk de link leggen met wat zij gevonden hadden en wat zij zaggen in het bedrijf. Maar zij konden wel heel goed een link leggen met hun eigen gedachten en mening. Hierdoor gingen sommige studenten op een andere manier kijken naar duurzaamheid. Ik vind dit een mooi voorbeeld van de praktische toepassing van onderzoekend leren waarbij de normen en waarden van de student ontwikkelen.

Het beoordelen van het essay ging vooral over aanwezigheid van argumenten. Ook zeker een goed onderdeel van onderzoekend leren, maar de ontwikkeling van normen en waarden zijn niet gemeten. Kan dit eigenlijk wel? En zo ja hoe? Vragen die nog altijd niet beantwoord zijn.

Voor mijn eigen onderzoek is dit een goed begin van het beschrijven van de IST zoals deze binnen het onderwijs op dit moment is.

In de volgende blog de volgende stap. Ervaringsgericht leren.

Service Design A way to create

A week ago I’ve had the pleasure to guide a group of entrepreneurs towards a new service with the help of Service Design Thinking. Service Design Thinking is a very creative but systematic way to think from the point of view of the customer. Starting with who is the customer? Not only kind of customer but actual keeping a customer in mind. We keept a family in mind. I can not write exactly what kind of service we have designed but I can write something about the process of Service Design. Starting with the comment “I am not an expert in Service Design”

Principle 1 keeping the customer in mind (user centred)

Give the customer a name, a hobby, friends and family. Make a Persona out of him or her customeror them. Using customer journey maps provides a visualisation of a service user’s experience. The touch points (points where users interact with the service) are used to construct a journey based upon the experiences of the customer. A customer journey is often visualised in a timeline. If you want a more storytelling kind of visualisation a contextual interview could be the technique to observe and probe the behaviour of the customer.

Principle 2 It must be co-creative.

All cocreatestakeholders must be involved in exploring and defining the service proposition.  All of the people involved must speak a common language and must be creative. (Not as easy as it sounds like). The first step in this principle is revealing subconscious stakeholder motivations. I used the 5 why’s as a way to analyse the motivations. The next step is Idea Generation. Structured by brainstorming sessions all stakeholders share their ideas with the group. Design scenarios gave us hypothetical stories which were the base of a very creative process with the all group.

Principle 3 It is sequencing.

seqA service timeline is crucial to consider since the rhythm of a service influences the mood of the customer. If a part of the customer journey takes to long (remember you are looking through the eyes of the customer) he can get bored and abandon the journey. A superior service should keep a sense of expectations (without getting to exitend) Keep the customer interested. This part was rather difficult because in the creative process we had our minds went from one point to the other. A person who takes care of structuring the process from the outside is very important.

Principle 4 It is evidencing

eviPerhaps the evidence of a service is not always visible, but customer do take the memory of the service home with them, like a physical souvenir it sticks in their memory and stays there. But service can made visible, such as the folded toilet paper representative of housekeeping in hotels. Service evidence follows the service inherent story and its touchpoint sequence. Give it a storyline like in a movie and the customer will notice and appreciate. Our story started with Once upon a time there was a…. and ended with and he went happily home remembering all the fun he had.

Principle 5 It is holistic

holiThe final principle is the holistic part of the design. Subconsciously the customer uses all his senses to experience an environment. Hearing something or just the immense silence, the smell of freshly baked bread in the morning, the smile of the person behind the counter etc etc. All of these things determine our memories of a certain journey.

I really enjoyed this journey. And I know perhaps it wasn’t perfect but I think the entrepreneurs who were part of the group experienced the Service Design Principles and have had a good experience just like. Service Design Thinking offers tools which companies can use to improve or innovate their services in a very creative manner.

 

 

 

 

Examen stress

Ik zit op dit moment tegenover ongeveer 15 hoog rode en zwetende studenten. Zij hebben een toets van Financieel management. En terwijl ik ze zo bezig zie vraag ik mij af wat veel docenten zich regelmatig af (horen te) vragen. Is dit nu de werkelijkheid? Gaan ze dit straks nu doen op deze manier? Weinig authenticiteit in deze manier van toetsen. Waarom vraag je ze niet tijdens hun stage een financieel plan op te stellen of vraag je aan een bedrijf of ze met een casus kunnen komen. Ik heb geen verstand van dit soort vakken, maar het moet toch anders kunnen. Een paar studenten gaven bij voorbaat al aan misschien binnen 30 minuten weg te zijn, omdat ze niets meer wisten.

Ik heb wel verstand van onderwijs en ik weet dat het vaak niet anders kan. Maar ik werk in het beroepsonderwijs en juist daar zou de toetsing anders moeten. Ik heb geen kant en klare oplossing mocht je dat misschien van mij verwachten. Ik zie wel mogelijkheden in portfolio’s en projectonderwijs. Ik heb het ook te doen met de docent die dit gaat nakijken. Dit is niet de enige groep studenten die deze toets maakt. Ik heb de letter P, Q, R en S op mijn aanwezigheidslijst staan. Deze docent heeft een versie gemaakt en dat betekent dat hij misschien wel een paar honderd keer hetzelfde antwoord te zien gaat krijgen. Ook niet echt een werkje waar je blij van wordt als docent.

Ik heb een kleine 200 verslagen die ik na mag kijken. Van het aantal word ik niet blij maar van de inhoud over het algemeen wel. Ik leer van alles van de studenten. De afgelopen twee dagen zit ik vooral in allerlei sportonderwerpen. Nadat ik eerst een aantal verslagen van PABO studenten heb mogen nakijken. Heel creatief een genot. Straks komen er nog een aantal toeristische verslagen en ik hoop ergens volgende week klaar te zijn. Maar deze manier van toetsen is niet alles. Na een groep heb ik weer even genoeg lettertjes gezien en moet ik weer even wat anders gaan doen. Blij met de afwisseling om zo nu en dan te surveilleren en even dit soort blogs te schrijven.

Onderzoeksvaardigheden Blended gegeven

De HBO raad schrijft op haar site het volgende over onderzoek binnen het HBO.

De Nederlandse hogescholen zijn kennisinstellingen waarin traditioneel de wisselwerking tussen onderwijs, praktijk en kennis centraal staat. De kennisfunctie van de hogescholen vormt een brug tussen het onderwijs en de beroepspraktijk. De functie zorgt voor vertaling van nieuwe inzichten en de urgenties van de praktijk naar het onderwijs (het opleiden van de nieuwe professional) en voor disseminatie van kennis in de praktijk met als doel het vergroten van de innovatiekracht van deze praktijk (oplossen kennisparadox). Het gaat hierbij zowel om bestaande kennis die door hogescholen toegankelijk wordt gemaakt als om nieuwe kennis die door de hogescholen wordt ontwikkeld en gedeeld wordt in onderwijs- en praktijksituaties. De nadruk ligt op het samen of in afstemming met de beroepspraktijk ontwerpen en ontwikkelen van producten, processen of diensten. In het brancheprotocol Kwaliteitszorg Onderzoek (2007) gaat het om onderzoek met de volgende kenmerken:

  • geworteld in de beroepspraktijk
  • multidisciplinair (veelheid van methodologische benaderingen)
  • methodologisch verantwoord
  • geïntegreerd met de cultuur van de instelling (verbinding met het onderwijs)
  • geplaatst is in een duurzaam netwerk met externe partijen
  • gevarieerd en afgestemd op verschillende beroepspraktijken

ImageNu kunnen we natuurlijk voor de studenten gaan staan en ze vertellen wat ze moeten weten over onderzoek en methodologie, maar zoals de afbeelding hiernaast aantoont zal dat niet het gewenste effect hebben. De student wordt niet vaardig door lezen, horen of zien. De student wordt vaardig door met anderen te discussiëren over onderzoek en de wijze waarop zij dit zouden moeten uitvoeren. Daarom is face-to-face niet de methode om vaardigheden aan te leren maar een pure online cursus die de studenten individueel uitvoeren is dat ook niet.

Blended learning is dat wel. In deze blog ga ik even kort in op wat blended learning is en hoe we onderzoek vaardigheden op die wijze kunnen aanleren.

Wat is Blended learning?

Op wikipedia staan verschillende definities van Blended Learning. Bij alle definities gaat het om een combinatie van verschillende onderwijsmethoden. Het kan een combinatie zijn van face-to-face en online leren, een combinatie van verschillende didactische strategieën of het gebruik maken van verschillende media binnen het onderwijs.

ImageFransen (2006) geeft een goede definitie: Blended learning omvat een mix van e-learning en andere vormen van onderwijs, waarbij het gaat om de distributiewijze van leerinhouden, vormen van communicatie, didactische strategieën en soorten leeromgevingen in relatie tot type leerprocessen, of om een combinatie hiervan.

Leren 3.0

Dit alles in het kader van leren 3.0 waarbij het niet alleen gaat om kennis krijgen, maar ook om nieuwe kennis met elkaar te maken.  Het zijn deze studenten die met een onderzoekende houding straks in de praktijk ook nieuwe kennis genereren. Daarom kan het onderwijs geen gesloten systeem meer zijn, maar moet het open zijn en ruimte bieden voor creativiteit en samenwerking. Niet alleen een samenwerking tussen de studenten onderling, maar ook een samenwerking tussen docent en student. De docent is niet langer de leraar die voor de klas staat, de docent is een coach, een begeleider.  Een begeleider die niet altijd fysiek aanwezig hoeft te zijn, maar wel een die bereikbaar is en snel online kan reageren als dat nodig is. Leren moet immers gebeuren op het moment dat de student er open voor staat.

De student van nu is een andere student dan die van een decennium geleden. De nieuwe generatie moet intrinsiek gemotiveerd zijn iets te gaan doen. Het onderwijs moet boeiend zijn en als het eenmaal boeit gaan de studenten er ook voor. Veel leren vindt dan informeel plaats, op het moment dat de student zijn eigen kennis creëert.

Onderzoek methoden 3.0

Onderzoek vaardigheden zijn bij uitstek de vaardigheden die op deze manier aangeleerd kunnen worden. De docent begeleidt de student (samen met zijn medestudenten) door het labyrint van vaardigheden en methoden. Samen met zijn medestudent leert de student door onderzoeken die hem boeien te bediscussiëren. Was de gebruikte methode wel de juiste? Waren de resultaten wel betrouwbaar? Hoe zou ik het doen? Waarom zou ik het zo doen? Vragen waar de studenten groep zich mee gaat bezighouden.  Waarna ze gezamenlijk kunnen komen met een nieuwe oplossing voor het doen van het betreffende onderzoek. Misschien komen ze wel met een methode die nog niet eerder bedacht is en he waarom ook niet?

Voor veel onderzoekers betekent dit waarschijnlijk dat zij even moeten slikken en van het door hun geleerde pad moeten afwijken, maar studenten van nu zijn creatief en gemotiveerd om nieuwe technieken uit te proberen.

Er zijn immers meer wegen die naar Rome leiden.

Het opzetten van een wiki die de studenten leidt door het theoretische labyrint is een eerste stap. Aansluiten bij de beroepspraktijk en de belevingswereld van de student is de tweede stap. Het zorgen voor voldoende actuele voorbeelden die begeleidt worden door visuele hulpmiddelen, zoals YouTube video’s maakt onderzoek doen voor de studenten tastbaar.

Image

Samen laten werken met een groep. De studenten begeleiden in hun eigen denkwijze en ze stimuleren tot nieuwe kennis maakt het onderwijs m.i. voor de docent een stuk leuker en enerverend.

Kortom Onderzoek vaardigheden is bij uitstek iets dat Blended aangeboden kan worden. Het creëren van aantrekkelijk aanbod in distributiewijze van leerinhouden, vormen van communicatie, didactische strategieën en soorten leeromgevingen in relatie tot type leerprocessen, of om een combinatie hiervan, is een bijkomend voordeel. Het is niet alleen leerzaam voor de docent – hij komt immers veel te weten over de beroepspraktijk en de leefwereld van de student en hij leert gebruik te maken van de technologie die op dit moment beschikbaar is- maar het is ook leuk om te doen.

Research and Design while thinking