Week 5 EDCMOOC

Deze week mogen wij de ingeleverde opdrachten van anderen bekijken en er zitten juweeltjes tussen de inzendingen. Ze zijn verzameld op een wall en ik wil ze graag met jullie delen. Daarbij moet ik wel heel duidelijk melden dat al het materiaal afkomstig is van mensen over de hele wereld die hebben deelgenomen aan de MOOC E-learning & Digital Cultures van University of Edinburgh. Image

Advertisements

Transhumanisme Week 4 van de MOOC

Deze vierde week van de MOOC heeft mij op een heel andere manier aan het denken gezet. Deze week behandelde eigenlijk een meer ethisch aspect van digitale culturen. Een aspect dat verder gaat dan Internet en een beetje spelen met sociale media. Deze week ging over de toekomst met Technologie. Een toekomst die volgens mij niet eens zo ver weg is.

Image

Ik begon de week met een video van Robbie. Een video waar ik de tranen toch wel van in mijn ogen kreeg. Een Robot wiens batterij bijna op is en beseft dat zijn einde nadert en neemt ons mee om zijn geschiedenis te vertellen. Eenzaam en alleen in wat denk ik een Spaceshuttle is neemt hij afscheid van het zijn.

Daarna heb ik enkele artikelen gelezen over het Transhumanisme. Een stroming waar ik een beetje dubbel tegen aan kijk. Enerzijds spreken zij van een betere wereld door techniek (Utopia) maar zij laten de problemen die het kan veroorzaken weg. Dystopia bestaat niet in hun beleving. Zij hebben een declaratie opgesteld die ik met jullie wil delen.

  1. Humanity stands to be profoundly affected by science and technology in the future. We envision the possibility of broadening human potential by overcoming aging, cognitive shortcomings, involuntary suffering, and our confinement to planet Earth.
  2. We believe that humanity’s potential is still mostly unrealized. There are possible scenarios that lead to wonderful and exceedingly worthwhile enhanced human conditions.Image
  3. We recognize that humanity faces serious risks, especially from the misuse of new technologies. There are possible realistic scenarios that lead to the loss of most, or even all, of what we hold valuable. Some of these scenarios are drastic, others are subtle. Although all progress is change, not all change is progress.
  4. Research effort needs to be invested into understanding these prospects. We need to carefully deliberate how best to reduce risks and expedite beneficial applications. We also need forums where people can constructively discuss what should be done, and a social order where responsible decisions can be implemented.
  5. Reduction of existential risks, and development of means for the preservation of life and health, the alleviation of grave suffering, and the improvement of human foresight and wisdom should be pursued as urgent priorities, and heavily funded.
  6. Policy making ought to be guided by responsible and inclusive moral vision, taking seriously both opportunities and risks, respecting autonomy and individual rights, and showing solidarity with and concern for the interests and dignity of all people around the globe. We must also consider our moral responsibilities towards generations that will exist in the future.
  7. We advocate the well-being of all sentience, including humans, non-human animals, and any future artificial intellects, modified life forms, or other intelligences to which technological and scientific advance may give rise.
  8. We favour allowing individuals wide personal choice over how they enable their lives. This includes use of techniques that may be developed to assist memory, concentration, and mental energy; life extension therapies; reproductive choice technologies; cryonics procedures; and many other possible human modification and enhancement technologies.

Gaan we dan toch naar het eeuwige leven toe, maar worden onze organen een voor een vervangen door mechanische organen. Een paar jaar terug had ik dat graag gezien. Toen mijn zoon een oog moest missen. Zijn oogzenuw was intact en was toen de mogelijkheid er geweest om zijn oog te vervangen door een mechanisch oog, had ik niet getwijfeld. Maar hoever ga je daarbij? Technologie is natuurlijk geweldig en een uitkomst. Maar willen wij een eeuwig leven in een perfect werkend lichaam? En ontstaat er op die manier geen groot verschil tussen die mensen die de technologische verbeteringen in hun lichaam kunnen betalen en die mensen die dat niet kunnen? Worden alleen de rijken eeuwen oud? Dan kan je

Image

met recht spreken van de oude rijken.  Maar willen we dat? Ik weet het nog niet.

The Internet of things and other things

Deze tweede week van de MOOC e-learning and digital cultures begint met metaforen en een bekende van mij, The internet of thngs. Die metaforen zijn eigenlijk al zo gewoon geworden in onze taalgebruik dat ik ze niet eens meer vreemd vind. Zo hebben we al jaren een digitale snelweg en surfen we over het Internet. Een mooie en toepasselijke metafoor is de vergelijking van een MOOC met een mp3. Jaren geleden konden we voor het eerst gratis naar die muziek luisteren die we mooi vinden en we hoefden dan niet eens het hele album te kopen. En ja nu volg ik de cursussen die ik leuk vind zonder daarbij een hele opleiding te moeten volgen. En ja dat doe ik gratis. Leuke en geode metafoor dus.

Vervolgens las ik in het artikel over The Internet of Things over Blogject. Objecten die bloggen. Het duurde even voor ik mij realiseerde wat ik las en besefte mij toen dat ik daar zelf ook aan mee doe. Ik vind het leuk om streepjescodes te lezen en om zelf QR-codes te maken. Krijg ik ineens een goed idee voor mijn eindopdracht van de cursus.

Maar toen kwam laat in de avond de klapper van deze week. Een video van een keynote van W. Gardner Campbell (http://www.educause.edu/members/w-gardner-campbell) Eens in de zoveel tijd kom ik zo iemand tegen. Iemand waar ik nieuwsgierig van word. Die een verhaal heeft dat zo aansluit bij mijn gedachten.

De keynote gaat over Open education. http://mediasitemob1.mediagroup.ubc.ca/Mediasite/Play/4f02e944e6c54203a8f4817a0e2b3e111d

Hij heeft het niet zo zeer over de open education zoals die nu in MOOC’s wordt gehanteerd, maar meer over Opening education. Hij begint met het beschrijven van de twijfels die er zijn over de kwaliteit van het onderwijs op het moment dat mensen massaal MOOC’s gaan volgen (vergelijk met massaal downloaden van muziek). De twijfelaars en tegenstanders van online education geven aan dat MOOC’s nooit de waarde kunnen hebben van face-to-face contact kunnen hebben en dat zij daarom nooit de docent kunnen vervangen.

Maar zoals W.Gardner Campbell een aantal keren zegt “That is not it at all, That is not what I meant, at all”  De ontwikkelaars van MOOC’s willen de docenten of het klassieke onderwijs niet vervangen. Ze willen alleen dat we eens na gaan denken over wat we nu eigenlijk aan het doen zijn.

En we, dat zijn alle mensen die zich met het onderwijs bezig houden.We zijn docenten, maar ook beleidsmakers die zoveel “innovaties”  inzetten. We zijn de onderwijskundigen die zoekende zijn, nieuwsgierig geworden naar wat zij zien en horen. We zijn degene die het onderwijs volgen en maken.

En het begint met het lesmateriaal en gaat verder naar de toetsing (waar het eindigt….? Wie zal het zeggen? Waar eindigt het leren?) W. Gardner Campbell spreekt over Opening Education omdat hij zich afvraagt of de studenten nu niet alleen dat leren wat wij willen. Maar willen de studenten dat wel leren, hebben zij de kennis die wij hen aanbieden nu nodig. Moeten wij de studenten niet gewoon voorbereiden op hun eigen toekomst. Blokkeren wij met het aanbieden van allerlei eisen en criteria de creativiteit van de studenten. Om creatief te zijn moet je nieuwsgierig zijn, dingen durven uit proberen. Maar mogen studenten dat nu?

Door leerdoelen voor te schotelen leren de studenten dan wel wat zij willen leren. We schrijven ze voor welke leerdoelen ze in hun portfolio moeten benoemen. Is het dan nog wel hun portfolio? Of is het die van de docent? Die bewijst dat zijn studenten geleerd hebben wat hij wilde? Als studenten voldoen aan de eisen en criteria die wij ze voorschrijven hebben ze het kunstje van pleasen geleerd niet de vaardigheid zelf.

Opening education kan leiden tot een bepaalde attitude die we zo graag willen zien bij onze studenten. Een behoefte om te leren, om verder te zoeken naar informatie, om na te denken over wat we ze geleerd hebben. Een van zijn slides (00:43:12) laat een aantal vragen zien die hij aan het begin van de les aan zijn studenten geeft. Did you read the material for today’s class meeting carefully? Did you come to class today with questions or with items you’re eager to discuss? Since we last met, did you talk at length to a classmate or classmates about either the last class meeting or today’s meeting? Since our last meeting, did you read any unassigned material related to this course of study? Since our last class meeting, how much time have you spent reflecting on this course of study and recent class meetings?

Wat zou ik graag deze vragen aan mijn studenten willen vragen voor het begin van de les. En misschien ga ik dat maar eens doen. Studenten werkelijk betrekken. Ik vind “eager”  zo mooi woord in een zin met studenten en kennis.

Mijn tweede week is nog niet voorbij want ik ga even duiken in hetgeen W. Gardner Campbell heeft achtergelaten op het Internet.

Een week van MOOC

Image

Deze week ben ik begonnen met het volgen van twee MOOC’s. Twee MOOC’s van de University of Edinburgh, maar beide totaal verschillend. In deze blog wil ik mijn eerste ervaringen delen over de MOOC E-learning and Digital cultures.

Een MOOC die evenveel antwoorden geeft als vragen. Veel interactiviteit op Twitter, Facebook en Google+. Misschien een beetje teveel platforms om ze allemaal bij te houden, dus heb ik een keuze gemaakt Twitter met Google+. Maar naast deze sociale media maken de docenten ook gebruik van een eigen discussie forum, een nieuwsbrief en een wiki.

Naar verluidt volgen40.000 mensen samen met mij deze MOOC. En de organisatie is wat verwarrend. Uiteindelijk moeten we een product leveren in de vorm van een online iets, een video, een playlist e.d.

De makers zelf beginnen iedere week met een serie video’s. De eerste week is het onderwerp Utopias and Dystopias. En het levert gelijk flink wat discussie op. Utopia en Dystopia zijn termen die ik vanuit de fantasy-literatuur wel kende (Hunger games, 1984, Time machine). Maar ik had nog niet de link gemaakt naar een veranderende wereld door het internet. Erg interessant en roept veel vragen op. In beide visies is technologie een gegeven en in beide visies beinvloedt het de communicatie. Maar dystopia geeft aan dat het ook vreselijk miskan gaan. Menselijk contact is belangrijk en onmisbaar. En als op dit moment mensen relaties verbreken via whatsapp, facebook of twitter is er toch iets niet goed!

Maar aan de andere kant. Als internet er niet was zou ik nooit mijn broer (die in Florida woont) zo vaak spreken, zou ik nooit hebben kunnen deelnemen aan een MOOC van een universiteit in Edinburg. Dus zo slecht is het toch niet?

Ergens in de vele artikelen die ik gelezen heb over dit onderwerp kwam ik de volgende mantra tegen; De pedagogiek moet de technologie leiden. Op zich is dit een mooie mantra die eigenlijk voor alles geldt. Ook voor de communicatie tussen mensen.

De MOOC gaat zijn tweede week in en als de inhoud net zo goed is als de eerste week ga ik veel leren de komende weken. Maar ik weet zeker dat ik evenveel vragen ga krijgen