Category Archives: education

The Internet of things and other things

Deze tweede week van de MOOC e-learning and digital cultures begint met metaforen en een bekende van mij, The internet of thngs. Die metaforen zijn eigenlijk al zo gewoon geworden in onze taalgebruik dat ik ze niet eens meer vreemd vind. Zo hebben we al jaren een digitale snelweg en surfen we over het Internet. Een mooie en toepasselijke metafoor is de vergelijking van een MOOC met een mp3. Jaren geleden konden we voor het eerst gratis naar die muziek luisteren die we mooi vinden en we hoefden dan niet eens het hele album te kopen. En ja nu volg ik de cursussen die ik leuk vind zonder daarbij een hele opleiding te moeten volgen. En ja dat doe ik gratis. Leuke en geode metafoor dus.

Vervolgens las ik in het artikel over The Internet of Things over Blogject. Objecten die bloggen. Het duurde even voor ik mij realiseerde wat ik las en besefte mij toen dat ik daar zelf ook aan mee doe. Ik vind het leuk om streepjescodes te lezen en om zelf QR-codes te maken. Krijg ik ineens een goed idee voor mijn eindopdracht van de cursus.

Maar toen kwam laat in de avond de klapper van deze week. Een video van een keynote van W. Gardner Campbell (http://www.educause.edu/members/w-gardner-campbell) Eens in de zoveel tijd kom ik zo iemand tegen. Iemand waar ik nieuwsgierig van word. Die een verhaal heeft dat zo aansluit bij mijn gedachten.

De keynote gaat over Open education. http://mediasitemob1.mediagroup.ubc.ca/Mediasite/Play/4f02e944e6c54203a8f4817a0e2b3e111d

Hij heeft het niet zo zeer over de open education zoals die nu in MOOC’s wordt gehanteerd, maar meer over Opening education. Hij begint met het beschrijven van de twijfels die er zijn over de kwaliteit van het onderwijs op het moment dat mensen massaal MOOC’s gaan volgen (vergelijk met massaal downloaden van muziek). De twijfelaars en tegenstanders van online education geven aan dat MOOC’s nooit de waarde kunnen hebben van face-to-face contact kunnen hebben en dat zij daarom nooit de docent kunnen vervangen.

Maar zoals W.Gardner Campbell een aantal keren zegt “That is not it at all, That is not what I meant, at all”  De ontwikkelaars van MOOC’s willen de docenten of het klassieke onderwijs niet vervangen. Ze willen alleen dat we eens na gaan denken over wat we nu eigenlijk aan het doen zijn.

En we, dat zijn alle mensen die zich met het onderwijs bezig houden.We zijn docenten, maar ook beleidsmakers die zoveel “innovaties”  inzetten. We zijn de onderwijskundigen die zoekende zijn, nieuwsgierig geworden naar wat zij zien en horen. We zijn degene die het onderwijs volgen en maken.

En het begint met het lesmateriaal en gaat verder naar de toetsing (waar het eindigt….? Wie zal het zeggen? Waar eindigt het leren?) W. Gardner Campbell spreekt over Opening Education omdat hij zich afvraagt of de studenten nu niet alleen dat leren wat wij willen. Maar willen de studenten dat wel leren, hebben zij de kennis die wij hen aanbieden nu nodig. Moeten wij de studenten niet gewoon voorbereiden op hun eigen toekomst. Blokkeren wij met het aanbieden van allerlei eisen en criteria de creativiteit van de studenten. Om creatief te zijn moet je nieuwsgierig zijn, dingen durven uit proberen. Maar mogen studenten dat nu?

Door leerdoelen voor te schotelen leren de studenten dan wel wat zij willen leren. We schrijven ze voor welke leerdoelen ze in hun portfolio moeten benoemen. Is het dan nog wel hun portfolio? Of is het die van de docent? Die bewijst dat zijn studenten geleerd hebben wat hij wilde? Als studenten voldoen aan de eisen en criteria die wij ze voorschrijven hebben ze het kunstje van pleasen geleerd niet de vaardigheid zelf.

Opening education kan leiden tot een bepaalde attitude die we zo graag willen zien bij onze studenten. Een behoefte om te leren, om verder te zoeken naar informatie, om na te denken over wat we ze geleerd hebben. Een van zijn slides (00:43:12) laat een aantal vragen zien die hij aan het begin van de les aan zijn studenten geeft. Did you read the material for today’s class meeting carefully? Did you come to class today with questions or with items you’re eager to discuss? Since we last met, did you talk at length to a classmate or classmates about either the last class meeting or today’s meeting? Since our last meeting, did you read any unassigned material related to this course of study? Since our last class meeting, how much time have you spent reflecting on this course of study and recent class meetings?

Wat zou ik graag deze vragen aan mijn studenten willen vragen voor het begin van de les. En misschien ga ik dat maar eens doen. Studenten werkelijk betrekken. Ik vind “eager”  zo mooi woord in een zin met studenten en kennis.

Mijn tweede week is nog niet voorbij want ik ga even duiken in hetgeen W. Gardner Campbell heeft achtergelaten op het Internet.

Advertisements

Richting een 21st eeuws curriculum

Veel opleidingen binnen het Nederlandse onderwijs verschuiven hun curriculum richting de 21st eeuw. Zij moeten wel,  want de student van de 21st eeuw is niet gebaat bij een onderwijs methode die stamt uit de 18e eeuw. Om klaar te zijn voor het onderwijs in de 21st eeuw moet er gekeken worden naar de ruimte die er is binnen het onderwijs. Niet alleen naar de fysieke ruimte, de wereld is veel groter dan het klaslokaal alleen, maar ook naar de ruimte die er is binnen de inhoud van het onderwijs.  Het curriculum van een opleiding; klaar voor de 21st eeuw. Op het moment dat ik op een mooie zaterdagochtend hierover dacht (omdat ik er midden in zit) ontstonden er veel vragen. Op sommige vragen kon ik een antwoord vinden, maar veel vragen zullen ook in deze blog onbeantwoord blijven. En dat vind ik niet erg. Voor onderwijsvernieuwing is geen kant en klaar recept verkrijgbaar en daarom is het ook zo leuk

Om te komen tot een 21st eeuws curriculum is het niet mogelijk elke les elke periode te veranderen. Dit is niet alleen niet mogelijk, maar het is ook onwenselijk. Wel is het belangrijk dat de grote lijnen van een opleiding aan een kritische review worden blootgesteld. Er moet binnen elk vak gekeken worden welke inhoud over-datum is of gewoon weg niet belangrijk (meer). Daarvoor zullen er keuzes gemaakt moeten worden; welke onderwerpen zijn voor onze studenten belangrijk bij de uitvoering van hun toekomstige beroep en welke onderwerpen zijn dat niet. Hiervoor is in dialoog gaan met elkaar erg belangrijk.

Binnen een team moet een open communicatie mogelijk zijn. Mensen moeten van hun eilandje af durven komen en met elkaar in gesprek gaan over wat nu werkelijk van belang is. Een 21st eeuws curriculum wordt vaak geformuleerd als project onderwijs. Dit vooral omdat project onderwijs interdisciplinair is opgebouwd en omdat de studenten 21st eeuwse vaardigheden kunnen/moeten  gebruiken om tot een goed einde van een project te komen. De projecten binnen het curriculum moeten dan wel een rijke en natuurlijke inhoud hebben. Liefst zo authentiek mogelijk en in samenwerking met opdrachtgevers vanuit de beroepspraktijk. Daarnaast is er de vraag; Op welke wijze kunnen de studenten gebruik maken van de kennis die er buiten de muren van de school aanwezig is? Hoe kan een curriculum de innovaties die er binnen het beroep zijn verwerken zonder direct als geheel te moeten veranderen? Zelfsturing is eveneens een 21st eeuwse vaardigheid die in het kader van Levenslang leren bij de studenten aanwezig moet zijn. En hoe kunnen wij deze vaardigheid binnen de inhoud van ons onderwijs stimuleren en gebruiken?

Met interdisciplinaire samenwerking wordt niet alleen bedoeld dat de docenten op de hoogte zijn van de inhoud van elkaars cursussen. Het gaat veel verder dan dat. Docenten kunnen ook van elkaar veel leren. Waarom zou een vak als wiskunde niet op dezelfde manier gedoceerd kunnen worden als een taal, tenslotte is de kennis van wiskunde in hoge mate gebaseerd op taalkundige aspecten en is de student het best gebaat bij een doorlopende leerlijn wiskundige vaardigheden. (Denk daar maar eens over na J )

En waarom heeft een vak als Kunst geen vaste plaats binnen elke opleiding van het HBO. Creatief denken is een 21st eeuwse vaardigheid die iedere student zou moeten ontwikkelen. Alleen met creatief denken kan een student in zijn latere beroepspraktijk komen tot innovatieve ideeën en ontwerpen. Zeker binnen de technische beroepen is hier grote behoefte aan.

Maar om alles tot een goed einde te brengen is het belangrijk dat er rekening gehouden wordt met twee basisprincipes van een goed curriculum; ten eerste de vorm van het onderwijs volgt altijd op de functie (en niet andersom), en ten tweede het geheel is een optelsom van de verschillende delen.

Tot zover de ruimte binnen de inhoud van het curriculum, maar hoe is het gesteld met de fysieke ruimte. Hoe moet het onderwijs georganiseerd worden om te komen tot een 21st eeuws curriculum.  Ook nu moeten de traditionele roosters losgelaten worden en de vragen die de docenten zich moeten durven stellen zijn: Welk rooster past het best bij de taak? En welk rooster hebben mijn studenten nodig om de taak uit te voeren? De grote vraag hier achter is moeten wij ons houden aan de lesuren die gegeven zijn of zijn er lestijden die voor de studenten tot een beter resultaat leiden?

Maar in de 21st eeuw komt daar nog een vraag bij. Moeten wij gebruik maken van de ruimte en tijd die de binnen de muren van de instelling aanwezig zijn. Of kunnen we ook gebruik maken van virtuele ruimten buiten de tijd die de student doorbrengt binnen de instelling.

Voor deze zaterdagochtend waren dat genoeg vragen. Er blijven nog een paar vragen die in mijn hoofd zitten. Zoals de indeling in jaar groepen die we nu vaak hanteren. Is dat de beste vorm of alleen de handigste vorm?

Zeggenschap en vertrouwen.

Voor het onderzoek dat ik uitvoer, naar het gebruik van ICT door docenten met als doel het leerproces van studenten te verbeteren, ben ik begonnen aan het boek Wat zou Google doen? van Jeff Jarvis. Ergens in het midden van het boek maakt hij een opmerking die zo passend is bij mijn onderzoek. Hij schrijft: Hoe meer zeggenschap je hebt, hoe minder mensen je vertrouwen en hoe meer je de touwtjes uit handen geeft hoe meer vertrouwen je wint. Bij deze wijze woorden moest ik aan de huidige veranderingen in het onderwijs denken. Door de student zelf te laten bepalen wanneer en hoeveel hij leert over een bepaald onderwerp, geven wij de touwtjes uit handen. En dan komt er een vicieuze cirkel om de hoek kijken. Die cirkel begint jaren geleden. De oudere docent biedt de student de stof aan die volgens het programma moet worden gegeven. Studiehandleidingen, die ver van te voren worden geschreven, geven precies aan wat er, wanneer moet worden geleerd. Lekker duidelijk voor iedereen. Maar de student begrijpt niet waarom hij iets moet leren en raakt gedemotiveerd. Omdat zijn motivatie hem niet direct aanmoedigt om iets extraas te doen, doet de student het minimale dat nodig is om het vak te halen. De docent merkt dit en ziet dit jaar in jaar uit gebeuren en denkt na verloop van tijd dat dit gedrag van de student gewoon is. De docent denkt en zegt: Typisch studenten gedrag, zo weinig mogelijk willen doen! Dan komt er nieuw onderwijs, dat aansluit bij de behoeften van de student, dat gegeven wordt op het moment dat hij het nodig heeft. De student begrijpt heel goed waarom hij iets moet leren en hij raakt gemotiveerd. Maar dan komt er een docent die denkt dat de student ongemotiveerd is en niet weet wat hij moet leren. Die docent biedt de student een handleiding aan…… Zo is de cirkel rond. Een handleiding is zonder meer handig voor het geven van richting, het geven van tips en om het eindniveau aan te geven. Maar de delen moeten inwisselbaar zijn en de student moet zelf kunnen bepalen welk onderdeel, welke workshop of welke lezing hij nodig heeft. Na wat instructie blijken alle studenten dit te begrijpen en te kunnen gebruiken. Helaas zijn nog niet alle docenten zover. Zij maken een toets en dat moeten de studenten weten. En zij weten wat de goede volgorde is. En daarom bepalen zij wat,wanneer geleerd wordt. En waarom? Omdat zij het weten.
Langzaam wordt het belang van het waarom duidelijk bij de grote massa, maar docenten moeten vooral leren hun studenten te vertrouwen en als een coach op te treden. De weg is ingeslagen, we moeten hem alleen nog volgen.

Wat is de vraag?

Zo juist heb ik mijn eerste cursus, die volgens het flipped classroom-model gegeven zal worden, geschreven. Edmodo wordt de communicatietool met alle informatie die de studenten nodig hebben. MentorMob met een playlist van diverse websites en documenten.

Maar toen las ik over “Connective learning”. Het artikel in Edudemic begon met een video (prachtig dat zie je toch niet in papieren versies van tijdschriften). In de video sprak een professor uit VS over het ontwerpen van onderwijs voor de 21st eeuw. Zij is van mening dat het onderwijs totaal moet veranderen. En dat we moeten beginnen met het eind. Niet langer moeten wij werken naar de resultaten, maar we moeten ons afvragen welke leerervaring wij onze studenten willen bieden. En ik ben het met haar eens. Wij kunnen niet differentiëren als wij de studenten allemaal dezelfde richting op sturen. Met de toets in gedachten het onderwijs ontwerpen….het kan niet meer.

Project based learning, samenwerken, communiceren, ervaren (ieder op zijn of haar eigen niveau en tempo) en ervoor zorgen dat de student zich betrokken voelt bij zijn eigen onderwijs. Leren doen ze immers niet voor ons docenten of voor hun ouders. Leren doen zij voor hun eigen toekomst. Na mijn overdenking over wat de docenten nu eigenlijk zouden moeten kunnen bieden aan de studenten nu de vraag wat kunnen de studenten zichzelf bieden en hoe kan het onderwijs hen daarbij helpen.

Langzaam ontstaan er nieuwe mogelijkheden om alle “dots” aan elkaar te koppelen. Maar het vraagt om een complete verandering van het denken over en ontwikkelen van het onderwijs. Een uitdaging en een hele leuke

Overdenking

Wat een beter tijdstip voor een overdenking dan een Zondagochtend. Mijn geloof ligt in het onderwijs van mensen dus beter kan niet. Mijn overdenking begon vanochtend toen ik The World is Flat van Thomas Friedman las. In zijn boek beschrijft hij een wereld die verandert door de mogelijkheden van het Web. Outsoutching, homesourching, alles is mogelijk geworden door het world wide web. Toen dwaalden mijn gedachten richting het onderwijs en tot mijn schrik bedacht ik mij dat het web ook een enorme bron van kennis is. Kennis die vrijelijk gedeeld wordt en die door anderen aangevuld of gecorrigeerd wordt.

Ik woon in een dunbevolkte regio. Er is nieuwe kennis, maar vaak blijft deze kennis beperkt tot het bedrijf of de directe omgeving van de “uitvinder”.  En dat is jammer. Het is dubbel jammer omdat de mogelijkheid tot verspreiding ( en verkrijgen)zo voor de hand liggend en voor iedereen toegankelijk is: het web.

Het is slechts een handje vol mensen die van die mogelijkheid gebruik maken. Het zijn geen pioniers meer, want die Web wereld is allang ontdekt. We ( ik hoor daar gelukkig ook bij) zijn tijdig op die trein gesprongen en we rijden mee. Maar wat nu met degene die de trein gemist hebben of moedwillig voorbij  hebben laten gaan? Wat nu als dat net de mensen zijn die de jonge mensen moeten onderwijzen? Is hun kennis dan achterhaald?

Ik weet het niet. Veel van mijn collega’s zijn zeer kundige mensen zonder twitter of wat dan ook. Maar ik weet wel dat het risico er is en ik vraag mij dan ook af of een school in een regio zoals Zeeland zich juist in digital literacy zou moeten specialiseren, zodat er van alle kennisbronnen gebruik kan worden gemaakt.

Het maakt niet meer uit of je, zoals ik nu, op een boerderij in het buitengebied zit of in een appartement in Rotterdam (of welke andere stad dan ook). Alle kennis ligt vlak naast je. Je hoeft het alleen maar te pakken. En bedenk dan of we de juiste prioriteit in het onderwijs hebben.

Connecting the dots

Steve Jobs deed dit tijdens zijn beroemde toespraak voor afsturende studenten van de Stanford University in 2005 (Stanford University, 2005). Ik doe het achter mijn bureau tijdens mijn vakantie. De digitalisering van het onderwijs gaat snel en net als binnen de neurologie is het binnen de digitale wereld ook een kwestie van Connecting the dots.

In deze blog ga ik proberen twee punten samen te laten komen, namelijk: Constructivisme en technologie.

Constructivisme is en blijft daarbij de ruggengraat van het onderwijs. Dewey gaf in 1916 al aan dat de leren plaats vindt in de omgeving van de student. En dat interactie plaats vindt tussen de student en zijn omgeving. Kennis is dynamisch en gebaseerd op actieve ervaringen. Dewey zag de docent als een gids omdat het leren gebaseerd moest zijn op creatieve interactie en niet op gebaseerd moet zijn op een vooraf beschreven eindresultaat. De omgeving van de student anno nu bestaat voor een belangrijk deel online. Het web biedt een immense hoeveelheid bronnen die studenten gebruiken voor het oplossen van problemen en het opbouwen van kennis. Technologie biedt de student niet alleen de mogelijkheid kennis te vergaren, maar hij of zij kan ook kennis uiten op het net (blogs, wiki’s enz) of reflecteren op het geleerde (via fora en dergelijken). Maar gebruik maken van online technologie voor onderwijsdoeleinden betekent dat de docent rekening moet houden met een aantal zaken.

Ten eerste moet de technologie niet gebruikt worden omdat het gebruikt moet worden. Het belang van samenwerkend leren en creëren van nieuwe kennis mag niet uit het oog verloren worden.

De docent is facilitator en zal actief betrokken zijn bij het leren van al zijn studenten maar niet in die mate dat hij bepaalt wat er geleerd gaat worden. De docent is gids, coach, helpdesk enz.

Ondanks dat het leren voor een deel online plaats vindt moet de leersituatie zo authentiek mogelijk zijn. Dit betekent dat de problemen waar de studenten tijdens het project aan werken authentiek gemaakt moeten worden. Daarbij kan het beroepenveld een goede hulp zijn. Door toevoeging van opgenomen interviews enz. kunnen zij de opdracht van een authentiek sausje voorzien.

Tot slot twee zaken die extra aandacht nodig hebben om de kwaliteit van het geleerde te kunnen borging. Zelfsturing is een vaardigheid waarvan wij verwachten dat de student die heeft, maar niet alle studenten beschikken over voldoende zelfsturing om de juiste bronnen aan te boren. Wikipedia is een mooie start maar uiteindelijk willen we dat de studenten de juiste informatie verwerven en verwerken. De studenten leren hoe zij de bronnen en hun informatie op de juiste waarde moeten schatten is een 21st eeuwse vaardigheid die binnen de curricula van de opleidingen een steeds belangrijkere plaats gaan innemen.

Vervolgens moet de kennis getoetst worden. Ook hierbij kan gebruik gemaakt worden van technologie. Maar dit betekent een mindshift bij docenten. Ik stel u een vraag en ik zou het op prijs stellen als u mij uw antwoord via twitter stuurt (sschouwenaars). Is het erg als studenten samen thuis een toets maken?

Bibliografie

Dewey, J. (1916). Democracy and eduacation. New York: The Free Press.

Stanford University. (2005, June 14). You’ve got to find what you love, ‘Jobs says. Retrieved august 1, 2012, from Stanford University News: http://news.stanford.edu/news/2005/june15/jobs-061505.html