Category Archives: ICT geletterdheid

Impact sociale media

Wat ik nu ga schrijven is niets nieuws. Ik schrijf het toch omdat de impact van sociale media in een korte periode mij verbaasde. Ondanks het feit dat ik al een tijdje meedraai op de sociale media. Ik heb het nu vooral over Twitter en Facebook.

Onlangs werd ik gevraagd om een facebook pagina en een twitter account te starten voor een vereniging. Na wat over en weer gepraat kon ik de leden van het bestuur ervan overtuigen dat facebook en twitter vooral bedoeld zijn om informatie te delen en niet om statisch bedrijven te promoten. (daarvoor ga ik nog wel een website aanmaken)
Vrijwel direct had de pagina’s een redelijk aantal likes. Maar het stagneerde toen er een weekje geen berichten meer op kwamen. Wel maakte ik tijdens deze activiteiten stilte van de gelegenheid gebruik om wel de leden en donateurs te promoten. Een blog van een van de leden had nog wel de meeste likes in die periode.

Op twitter bleef het stil. Daar is onze doelgroep duidelijk niet. Maar ik ga daar wel verandering in proberen te brengen.

Maar toen kwam het jaarlijkse event. Ik mocht niet teveel op facebook zetten maar dat bleek een goede strategie. Waarschijnlijk omdat de nieuwsgierigheid van de mensen binnen korte tijd bevredigd kon worden.
In de dagen vooraf gaand aan de bekend making van de details rondom het event steeg het aantal dagelijkse bezoekers en het aantal likes.

Op de dag dat de details op de pagina kwamen ontstond er een soort explosie van likes en berichten. Binnen een dag steeg het aantal aanmeldingen van 8 naar 18 deelnemers. Ik spreek hier over een dagrit met paard een selecte groep mensen dus. Opvallend was dat er nu veel onbekende mensen zich aanmeldde voor de rit. Het bereik was duidelijker groter dan onze eigen regio.
Echt geweldig om te zien.

Het twitter account gaat vooral tijdens de rit gepromoot worden. Hopelijk krijgt het dan wat meer volgers.

Al met al bijzonder om nu eens live mee te maken wat mensen al tijden roepen. Facebook beïnvloedt mensen. Het stimuleert mensen over te gaan tot actie. Mooi!

Advertisements

Ik beken: ik ben verslaafd (aan leren)

Twee MOOC’s afgerond. Ik ben wel benieuwd of ik de certificaten ooit ga krijgen, maar ik heb van beiden veel geleerd. En verslaafd aan leren als ik ben, ben ik gelijk maar door gegaan met twee andere MOOC’s. Ook dit keer weer twee totaal verschillende MOOC’s. Een technische MOOC Internet History, Technology and Security (IHTS) en een management MOOC Leading Strategic Innovation in Organizations (LSIO). Beide MOOC’s die ik nu volg zijn van een duidelijk ander (hoger) niveau als de voorgaande. IHTS komt van de University of Michigan en LSIO wordt georganiseerd door Vanderbilt University in Nashville Tennessee. ImageDat laatste moest ik even opzoeken. David A. Owens is de tutor van deze MOOC. Hij maakt in zijn video’s regelmatig reclame voor zijn boek. Dat vind ik altijd een beetje jammer. Je mag wel een keer verwijzen, maar als de student geïnteresseerd is in je boek koopt hij of zij het wel bij de eerste kennismaking. Heb ik ook gedaan. Dus reclame is niet meer nodig. De eerste week van deze MOOC is best interessant, maar het is veel. Heel veel. Het is mij ook nog niet helemaal duidelijk wat de bedoeling is, maar de ervaring heeft mij geleerd dat het allemaal vanzelf duidelijk wordt. In ieder geval gaat het over iets wat voor mij actueel en interessant is.

De andere MOOC wordt geleidt door Dr. Charles Severance (dr Chuck). ImageDe video’s die hij heeft opgenomen zijn over het algemeen erg informeel . Hier even een voorbeeldje van zijn opname. Ze staan overigens allemaal op Youtube (erg open source dus) http://youtu.be/oWOYwTLAj7E

Ook voor deze MOOC is nog niet duidelijk wat nu precies de eindopdracht is. Er zijn wekelijks toetsen die je oneindig vaak over mag doen en waar je dus 70 punten voor moet halen. Er is een mogelijkheid tot een peer writing iets en er is een eind toets. In beide MOOC’s wordt minder aandacht besteedt aan interactiviteit onderling. Dat ga ik wel missen denk ik. De wekelijkse chats van E-learning and Digital Cultures zijn er nog wel, maar die zijn nu veel minder geworden.

In ieder geval weer genoeg te leren.

Persoonlijk ondernemerschap en de inzet van digitale leermaterialen.

Het gebeurt niet vaak dat in het Tijdschriftt voor Onderwijskunde en Opvoedkunde Pedagogische studiën aandacht wordt besteed aan ICT binnen onderwijs. Maar in nummer drie van dit jaar stond een artikel (Vermeulen, van Acker, Kreijns, & van Buuren, 2012) dat mij triggerde en aanzette tot nadenken. De auteurs hadden een onderzoek gedaan onder 1239 leraren uit PO, VO en MBO. In hun studie stond de volgende vraag centraal: Wat zijn de belangrijkste determinanten van de intentie tot het gebruik van Digitale leermaterialen door leraren in hun onderwijspraktijk? In hun onderzoek gingen zij ervan uit dat de intentie bepaald wordt door drie kernvariabelen; Houding (gevoel van sympathie of juist antipathie t.o.v. digitale leermaterialen, Subjectieve norm (de waargenomen groepsdruk) en de Overtuiging om bepaald gedrag te kunnen uitvoeren en een voldoende prestatie te leveren. Zij hebben een aantal hypothesen getest maar ik wil er in deze blog maar één naar voren brengen. Zij hadden de hypothese dat “ICT vaardigheden en persoonlijk ondernemerschap positief gerelateerd zijn aan intentie tot het gebruik van digitale leermaterialen en dat deze wordt gemedieerd door de overtuiging bepaald gedrag te kunnen uitvoeren”. Drent (2005) beschreef het persoonlijk ondernemerschap als “de innerlijke gedrevenheid om zich verder te ontwikkelen. Deze gedrevenheid uit zich in het actief nemen van initiatieven om doelstellingen te realiseren.” Persoonlijk ondernemerschap heeft volgens haar te maken met professionele betrokkenheid. Op het gebied van gebruik van digitale leermaterialen uit die professionele betrokkenheid zich door een hoge mate van interne school activiteiten (interactie met collega’s), een hoge mate van externe school activiteiten (bezoeken van symposia enz.) en het uitvoeren van leiderschapsactiviteiten zoals het begeleiden van docenten. Andere onderzoekers noemen het personal engagement (Collis & Moonen, 2001). Onder personal engagement wordt verstaan het hebben van persoonlijke motivatie om onderwijskundige innovaties uit te proberen en het hebben van interesse voor technologische ontwikkelingen, evenals het discussiëren met anderen over deze onderwerpen. Hierbij moet wel gezegd dat dit alles sterk beïnvloed wordt door de onderwijsopvatting van de leraar. Leraren met een student georiënteerde didactische werkwijze hebben volgens de onderzoekers een hogere mate van personal engagement dan de docenten die dit niet hebben. Voor de schaal persoonlijk ondernemerschap gebruikten de onderzoekers uit het eerste deel van mijn blog de aanvulling van Drent (2005) op een studie van Mumtaz (2000). Persoonlijk ondernemerschap bestaat daarin uit twee dimensies van kennisvergaring. De eerste dimensie is het gebruik van het eigen netwerk van een leraar om ICT kennis en vaardigheden te krijgen en de tweede dimensie is het initiatief dat de docent neemt om zelfstandig op zoek te gaan naar nieuwe kennis en vaardigheden. Het onderzoek geeft aan dat Persoonlijk ondernemerschap de belangrijkste (indirecte voorspeller is voor het gebruik van digitale leermiddelen en dat dit sterk gerelateerd is aan de overtuiging om een bepaald gedrag met goed succes te kunnen uitvoeren. Een leraar die pro-actief op zoek gaat bij collega’s binnen en buiten de school of op zoek gaat naar informatie geleverd door deskundigen staat positiever tegenover het gebruik van digitale leermaterialen, dan de leraar die dit alles niet doet.
Dit alles overdenkend zou het weleens een heel moeizaam veranderingsproces voor het onderwijs kunnen zijn. De vraag welke kennis of vaardigheden de docent moet hebben om digitale leermaterialen te gebruiken in zijn onderwijspraktijk, wordt daardoor bijna onmogelijk om te beantwoorden. Het is namelijk sterk afhankelijk van de docent en zijn onderwijsopvatting.
Maar even pro-actief op zoek gaan naar meer informatie hierover.
Geciteerde werken
Collis, B., & Moonen, J. (2001). Flexible learning in a digital world: experiences and expectations. London: Kogan Page.
Drent, M. (2005). In transitie: Op weg naar innovatief ICT-gebruik op de PABO. Unpublished doctoral dissertation. Enschede: Twente University.
Vermeulen, M., van Acker, F., Kreijns, K., & van Buuren, H. (2012). Leraren en hun intentie tot het gebruik van digitale leermaterialen in hun onderwijspraktijk. Pedagogische Studiën, 159-173.

Wat is de vraag?

Zo juist heb ik mijn eerste cursus, die volgens het flipped classroom-model gegeven zal worden, geschreven. Edmodo wordt de communicatietool met alle informatie die de studenten nodig hebben. MentorMob met een playlist van diverse websites en documenten.

Maar toen las ik over “Connective learning”. Het artikel in Edudemic begon met een video (prachtig dat zie je toch niet in papieren versies van tijdschriften). In de video sprak een professor uit VS over het ontwerpen van onderwijs voor de 21st eeuw. Zij is van mening dat het onderwijs totaal moet veranderen. En dat we moeten beginnen met het eind. Niet langer moeten wij werken naar de resultaten, maar we moeten ons afvragen welke leerervaring wij onze studenten willen bieden. En ik ben het met haar eens. Wij kunnen niet differentiëren als wij de studenten allemaal dezelfde richting op sturen. Met de toets in gedachten het onderwijs ontwerpen….het kan niet meer.

Project based learning, samenwerken, communiceren, ervaren (ieder op zijn of haar eigen niveau en tempo) en ervoor zorgen dat de student zich betrokken voelt bij zijn eigen onderwijs. Leren doen ze immers niet voor ons docenten of voor hun ouders. Leren doen zij voor hun eigen toekomst. Na mijn overdenking over wat de docenten nu eigenlijk zouden moeten kunnen bieden aan de studenten nu de vraag wat kunnen de studenten zichzelf bieden en hoe kan het onderwijs hen daarbij helpen.

Langzaam ontstaan er nieuwe mogelijkheden om alle “dots” aan elkaar te koppelen. Maar het vraagt om een complete verandering van het denken over en ontwikkelen van het onderwijs. Een uitdaging en een hele leuke

Overdenking

Wat een beter tijdstip voor een overdenking dan een Zondagochtend. Mijn geloof ligt in het onderwijs van mensen dus beter kan niet. Mijn overdenking begon vanochtend toen ik The World is Flat van Thomas Friedman las. In zijn boek beschrijft hij een wereld die verandert door de mogelijkheden van het Web. Outsoutching, homesourching, alles is mogelijk geworden door het world wide web. Toen dwaalden mijn gedachten richting het onderwijs en tot mijn schrik bedacht ik mij dat het web ook een enorme bron van kennis is. Kennis die vrijelijk gedeeld wordt en die door anderen aangevuld of gecorrigeerd wordt.

Ik woon in een dunbevolkte regio. Er is nieuwe kennis, maar vaak blijft deze kennis beperkt tot het bedrijf of de directe omgeving van de “uitvinder”.  En dat is jammer. Het is dubbel jammer omdat de mogelijkheid tot verspreiding ( en verkrijgen)zo voor de hand liggend en voor iedereen toegankelijk is: het web.

Het is slechts een handje vol mensen die van die mogelijkheid gebruik maken. Het zijn geen pioniers meer, want die Web wereld is allang ontdekt. We ( ik hoor daar gelukkig ook bij) zijn tijdig op die trein gesprongen en we rijden mee. Maar wat nu met degene die de trein gemist hebben of moedwillig voorbij  hebben laten gaan? Wat nu als dat net de mensen zijn die de jonge mensen moeten onderwijzen? Is hun kennis dan achterhaald?

Ik weet het niet. Veel van mijn collega’s zijn zeer kundige mensen zonder twitter of wat dan ook. Maar ik weet wel dat het risico er is en ik vraag mij dan ook af of een school in een regio zoals Zeeland zich juist in digital literacy zou moeten specialiseren, zodat er van alle kennisbronnen gebruik kan worden gemaakt.

Het maakt niet meer uit of je, zoals ik nu, op een boerderij in het buitengebied zit of in een appartement in Rotterdam (of welke andere stad dan ook). Alle kennis ligt vlak naast je. Je hoeft het alleen maar te pakken. En bedenk dan of we de juiste prioriteit in het onderwijs hebben.

Connecting the dots

Steve Jobs deed dit tijdens zijn beroemde toespraak voor afsturende studenten van de Stanford University in 2005 (Stanford University, 2005). Ik doe het achter mijn bureau tijdens mijn vakantie. De digitalisering van het onderwijs gaat snel en net als binnen de neurologie is het binnen de digitale wereld ook een kwestie van Connecting the dots.

In deze blog ga ik proberen twee punten samen te laten komen, namelijk: Constructivisme en technologie.

Constructivisme is en blijft daarbij de ruggengraat van het onderwijs. Dewey gaf in 1916 al aan dat de leren plaats vindt in de omgeving van de student. En dat interactie plaats vindt tussen de student en zijn omgeving. Kennis is dynamisch en gebaseerd op actieve ervaringen. Dewey zag de docent als een gids omdat het leren gebaseerd moest zijn op creatieve interactie en niet op gebaseerd moet zijn op een vooraf beschreven eindresultaat. De omgeving van de student anno nu bestaat voor een belangrijk deel online. Het web biedt een immense hoeveelheid bronnen die studenten gebruiken voor het oplossen van problemen en het opbouwen van kennis. Technologie biedt de student niet alleen de mogelijkheid kennis te vergaren, maar hij of zij kan ook kennis uiten op het net (blogs, wiki’s enz) of reflecteren op het geleerde (via fora en dergelijken). Maar gebruik maken van online technologie voor onderwijsdoeleinden betekent dat de docent rekening moet houden met een aantal zaken.

Ten eerste moet de technologie niet gebruikt worden omdat het gebruikt moet worden. Het belang van samenwerkend leren en creëren van nieuwe kennis mag niet uit het oog verloren worden.

De docent is facilitator en zal actief betrokken zijn bij het leren van al zijn studenten maar niet in die mate dat hij bepaalt wat er geleerd gaat worden. De docent is gids, coach, helpdesk enz.

Ondanks dat het leren voor een deel online plaats vindt moet de leersituatie zo authentiek mogelijk zijn. Dit betekent dat de problemen waar de studenten tijdens het project aan werken authentiek gemaakt moeten worden. Daarbij kan het beroepenveld een goede hulp zijn. Door toevoeging van opgenomen interviews enz. kunnen zij de opdracht van een authentiek sausje voorzien.

Tot slot twee zaken die extra aandacht nodig hebben om de kwaliteit van het geleerde te kunnen borging. Zelfsturing is een vaardigheid waarvan wij verwachten dat de student die heeft, maar niet alle studenten beschikken over voldoende zelfsturing om de juiste bronnen aan te boren. Wikipedia is een mooie start maar uiteindelijk willen we dat de studenten de juiste informatie verwerven en verwerken. De studenten leren hoe zij de bronnen en hun informatie op de juiste waarde moeten schatten is een 21st eeuwse vaardigheid die binnen de curricula van de opleidingen een steeds belangrijkere plaats gaan innemen.

Vervolgens moet de kennis getoetst worden. Ook hierbij kan gebruik gemaakt worden van technologie. Maar dit betekent een mindshift bij docenten. Ik stel u een vraag en ik zou het op prijs stellen als u mij uw antwoord via twitter stuurt (sschouwenaars). Is het erg als studenten samen thuis een toets maken?

Bibliografie

Dewey, J. (1916). Democracy and eduacation. New York: The Free Press.

Stanford University. (2005, June 14). You’ve got to find what you love, ‘Jobs says. Retrieved august 1, 2012, from Stanford University News: http://news.stanford.edu/news/2005/june15/jobs-061505.html