Category Archives: onderwijs

De fotograaf

Of ik de uitdaging van Frans Droog wilde aangaan. Ik kreeg samen met een aantal andere Edubloggers de keuze uit een aantal afbeeldingen. Of we naar aanleiding van een van die afbeeldingen een blog wilden schrijven voor een nieuwe Uitdaging: #BlimageNL. Bloggen naar aanleiding van een image.

In de blog van Frans waren afbeeldingen te zien van een rups, een (volgens mij heerlijk) glas cafe creme, een eenzame auto bij een school (in de winter want er is sneeuw op de foto te zien) en zo’n foto die iedereen wel eens heeft gemaakt. Een foto van een stuk vloer met wat schoenen en stoelpoten.

Hier moest ik het mee doen.

Een rups wordt een mooie vlinder, deze afbeelding staat garant voor een blog over de ontwikkeling van het kind. Te voorspelbaar voor mij.

De koffie op een ijskoude ochtend terwijl je blijkbaar helemaal alleen op school bent staat voor de hard werkende leraar die we allemaal zijn. Blijft de ongelukkige voeten en vloer foto over. De basis van alles, die per ongeluk in beeld wordt gebracht. Die foto past helemaal bij mij

. Screen Shot 2015-07-24 at 19.09.40

Als docent onderzoeksvaardigheden mag ik in september weer een aantal studenten de basis van ieder onderzoek aanleren. Het zoeken en vinden van bruikbare informatie. Een ding weet ik zeker de studenten van nu zijn lang niet zo digitaal vaardig als wij met z’n allen denken.

Om het op een systematische en leuke manier aan te leren heb ik onlangs het boek ‘The Big6 Workshop Handbook’ van Eisenberg en Berkowitz aangeschaft. In 6 stappen (daar zijn de voeten van de foto) beschrijven zij een methode van Information Problem Solving. (Sorry van de liefhebbers van onze Nederlandse taal, maar sommige woorden zijn in het Engels echt veel mooier.)

Afijn de stappen die zij nemen zijn de volgende zes:.

Screen Shot 2015-07-24 at 18.18.59

Om het duidelijker te maken “loop” ik de stappen met jullie door aan de hand van het probleem van de fotograaf van de foto. Stel hij wil zijn fotografische vaardigheden verbeteren en stel hij wil geen cursus volgen. Daar heeft hij geen tijd voor, hij heeft het al zo druk. Voor het gemak noem ik de fotograaf Frans.

Frans gaat op een warme zomer dag buiten aan tafel zitten met een lekker kopje koffie. En terwijl de hond de kinderen van achter een hek in de gaten houdt (is een labrador echt zo gevaarlijk?) bedenkt Frans zijn informatie probleem en bedenkt hij welke informatie hij nodig heeft (stap 1). Frans’ probleem is dat hij een probleem heeft met de positionering van zijn lens in de richting van zijn doel. Hij besluit dat hij artikelen nodig heeft, maar misschien toch ook wat beeldmateriaal, zodat hij daadwerkelijk kan zien wat de bedoeling is. Bovendien bedenkt hij dat hij ook nog iemand zou kunnen interviewen. Iemand met verstand van fotograferen. (stap 2). Terwijl Rupsje nooit genoeg zich door zijn boekje heen eet, schrijft Frans in hetzelfde boekje waar hij die informatie kan vinden. Artikelen wil hij gaan zoeken met Google en Yippy.com (kennen jullie deze zoekmachine? Het is een hele handige, categoriseert gelijk je gevonden informatie). Op YouTube hoopt Frans beeldmateriaal te vinden en als hij het daar niet vindt, wil hij Pinterest gebruiken (natuurlijk houdt hij rekening met de Creative Commons Licenties). Via twitter wil hij de experts benaderen (Stap 3).

Hij gaat een avondje achter zijn computer zitten (Ik stel me zo voor dat hij op een zolderkamertje zit tussen stapels papieren, ik weet niet waarom ik dat zo denk, maar dat is mijn vakantie fantasie)

Hij zoekt en vindt alle informatie die hij nodig heeft (stap4). Hij plaats ze in een  volgorde die handig voor hem is en hij gaat er mee aan de slag (stap 5). Het duurt misschien tot de winter, maar als hij op een goede dag zijn auto voor de school mooi in beeld krijgt bedenkt hij dat hij wat geleerd heeft (stap 6).

Bij deze mijn aandeel in de uitdaging. Ik hoop dat jullie ervan genoten hebben en dat jullie er iets van geleerd hebben.

Advertisements

Wat ik mis in het competentie denken.

Het onderwijs is al jaren in de ban van het competentiegericht denken. Houding, kennis en kunde komen bij het competentie denken bij elkaar. Maar ik heb al een hele tijd het gevoel dat ik daarin iets mis. Maar ik kon er niet achter komen wat. Gelukkig heb ik de MOOC’s om die kennis die ik mis wel te krijgen en ik ben vandaag begonnen met een MOOC Discover your value. En tijdens de eerste Module stuit ik op de theorie van Davenport(1999). En hij voegt TALENT toe aan vaardigheid, kennis en gedrag. Daarbij gaat het om de aanleg van iemand om een bepaalde taak uit te voeren. Terwijl gedrag aan te leren is, is het talent van iemand dat vaak niet.

Het inzetten van het mensenlijk kapitaal in een organisatie heeft Davenport in een formule weer gegeven.

investeringen in menselijk kapitaal = (vermogen + gedrag) x inspanning x tijd

En onder het vermogen verstaat hij dus kennis, kunde EN talent. Ik vond het heel bijzonder om te lezen dat talent wordt gezien als onderdeel van het human Capital, maar bedenk me ook dat het onderwijs er nauwelijks aandacht aan besteedt. Terwijl als we mogen doen waar we goed in zijn, we toch duidelijk efficiënter (lees productiever) werken. En de les ging nog verder. Er kwam een woord langs dat enige tijd geleden een soort modewoord was en te pas en te inpas werd gebruikt. Passie! Tijdens een TED-talk van 2012 gaf Larry Schmit aan dat interessant niet goed genoeg is. Maar dat passie kan leiden tot geweldige resultaten. PASSIE! Eigenlijk is dat toch een mooi woord. En gevoel van warmte komt bij mij naar boven als ik aan het woord Passie denk. En bij mij is die passie direct gelinkt met leren. Extreme learner noemen ze mij en al die mensen die nooit genoeg krijgen van kennis vaardigheden en gedrag en zo hun talent voor leren delen. Heerlijk om docent zijn te zijn als je passie

Maar als we weten welke invloed talent kan hebben zouden we er in het onderwijs actief meer mee moeten doen. Het onderwijs zoals ik het ken is te weinig gedifferentieerd. Terwijl basisscholen er druk mee zijn verdwijnt het in de latere onderwijsinstellingen. Lijkt mij een mooie uitdaging. Geen een doel meer maar ieder zijn eigen doelen uitgaand van zijn of haar talenten.
Nu ga ik er eens over denken. En dit blijft toch de meest sprekende afbeelding die ik ken. Hoezo differentiëren .

2015/01/img_7789.png

Eat your frogs first. Learning how to learn

Screen Shot 2014-08-17 at 11.43.35
Uitstelgedrag is een zombie

Een van de MOOC’s die ik deze zomervakantie volg gaat over leren leren. En deze MOOC bleek interessanter dan ik in eerste instantie dacht. De vrouw die op de video’s verschijnt is een erg enthousiaste oudere vrouw, die tijdens de video’s erg veel over haar privé leven vertelt, maar dat voelt niet als verkeerd. Integendeel dat geeft wel een goed beeld van hoe leren van invloed kan zijn op iemands leven.
Ik heb ooit een statistiek docent gehad die zijn les aan ons, eerste jaars studenten Onderwijskunde, begon met te vertellen dat wij wel een rekenknobbel in onze brein hadden, maar dat deze ernstig onderontwikkeld was door gebrek aan aandacht. Dat gaf ons onmiddellijk het gevoel dat we dat arme ding aandacht moesten geven.
Deze MOOC-docente deed eigenlijk hetzelfde. Iedereen kan iets leren, maar je moet alleen maar even het truc-je kennen. Dit truc-je heet chuncking en kan op allerlei manieren plaats vinden. Maar voor je daar aan begint moet je wel eerst stoppen met studie-uitstel gedrag. De slechte dingen die triggeren tot studie-uitstel gedrag noemt zij zombies. Tijdens verschillende video’s verschijnt dit leuke koppie in beeld om aan te tonen dat zombies best grappig zijn, maar zo irritant als je leren moet. 

Een aantal tips die ik tijdens deze MOOC gekregen heb wil ik graag met jullie delen. 

De zombie Uitstelgedrag bestaat uit vier delen (en ik doe het even in het Engels omdat de vertaling minder sterk is)

Cue -> Routine -> Reward -> Belief. 

Routine is de grote boosdoener. Reward is de oplossing. Het is niet erg dat je getriggeerd wordt om uitstel gedrag te vertonen, het is wat je met deze trigger doet wat bepaald of je het gedrag wel of niet gaat vertonen. Als de beloning om het gedrag niet te vertonen groter is als de beloning om het gedrag wel te vertonen kan dit weleens de oplossing zijn voor het vertonen van het gedrag. 

Naast de zombie uitstel gedrag is er ook nog de zombie Negatief gevoel. Bij sommige dingen die je moet leren heb je een negatief gevoel. Ze zijn in je beleving te moeilijk of het is te veel in te korte tijd. Dit negatieve gevoel krijg je vooral door het product. Je moet alles weten omdat er een test aan komt. Deze zombie zou je kunnen vermijden door je aandacht te richten op het proces in plaats van op het product. Die toets die komt er wel, maar door een planning te maken en in kleine stukjes (25 minuten gefocused per dag) te leren kan het ineens zo zijn, dat je de stof beheerst. Natuurlijk moet je wel op tijd beginnen met leren en een goede inschatting maken van de tijd die het je gaat kosten. 

Gefocused leren doe je het best in een rustige ruimte zonder afleiding. Ik ken voor mijzelf talloze afleiders. Op dit moment kan ik zo opnoemen wat mij nu zou kunnen afleiden. En dat begint al met het internet, maar daarnaast hoor ik alles dus ook als er in een andere kamer mensen spreken, de kat op mijn desktop afbeelding is er een die mij er constant aan herinnert dat dieren eten moeten op een bepaalde tijd, mijn telefoon ligt naast mij het geluid staat aan, notifications ook, ik heb een prachtig uitzicht, de ganzen bereiden zich voor op hun lange vlucht naar het noorden enz enz. 

De volgende Zombie heet todo-list. Als je iedere dag begint met het maken van een todo-list zou dat negatief kunnen werken. De meeste todo-listen zijn zo lang dat je al moe bent voor je er aan beginnen moet. Het lijkt erop dat er meer op staat dan er in een dag kan. En meestal is dit ook zo. De volgende dag begin je met die dingen op je todo-list zetten die je de vorige dag niet hebt kunnen uitvoeren en zo wordt de lijst van die dag nog langer. Beter is het maken van een weeklijst en ‘s avonds voor het slapen (ja echt voor het slapen) de todo-list van de volgende dag maken. Door de weeklijst weet je wat je die week moet doen, door de daglijst een avond van te voeren te maken worden de taken tijdens je slaap vast verwerkt en kan je de volgende dag gewoon beginnen zonder het negatieve gevoel van de lange lijst. Dit heb ik nu twee weken gedaan en echt het werkt. Het eerste dat op de lijst moet staan is het meest vervelende. Deze frog kan maar opgegeten zijn. Daarna kan je dan verder met de leuke dingen.

Bovendien moet je op die lijst ook een eindtijd inplannen. Dit is wat moeilijker voor mij. Maar je zou dus gewoon moeten zetten om 18 uur stop ik. Kan ik nog niet maar dat is wel een mooie doelstelling om aan te werken. 

De MOOC is nog niet afgelopen, dus het kan zo maar zijn dat er nog een blog aan gekoppeld zal worden. 

De balans bij onderzoek en onderwijs komt terug

Screen Shot 2014-04-19 at 09.45.45

De twijfels waren er toen binnen het HBO het onderzoek een bijna wetenschappelijk niveau leek te moeten halen maar we begonnen vol goede moed aan de onderzoeks-leerlijn.

Nu twee jaar verder is het goed dat de leerlijn er is, maar een kritische reflectie leert mij dat er “iets” te weinig aandacht krijgt. En dat is, in mijn idee, het onderzoekend vermogen.

Tot voor 17 april 2014 was het ongrijpbaar voor mij, maar tijdens het Hbo-congres zijn mij een aantal dingen duidelijk geworden. Ik heb een tweetal bijeenkomst bijgewoond die ik in deze blog wil beschrijven omdat ze de basis zijn voor mijn gedachten

Screen Shot 2014-04-19 at 09.43.12De eerste workshop die ik bijwoonde was een workshop aan de hand van stellingen. De meeste stellingen waren een soort open deur maar twee waren interessant.

1: alle afgestudeerde studenten moeten beschikken over onderzoekend vermogen. Het goede aan deze stelling was dat gelijk duidelijk werd dat sommigen het verschil tussen onderzoekend vermogen en het doen van onderzoek niet gescheiden kunnen zien. Wat is onderzoekend vermogen. van der Rijst (2009) heeft een mooie en zeer bruikbare invulling gegeven aan deze vaardigheid.

20140418-080514.jpg
Maar dit gaf mij ineens het beeld van een serie oefeningen zoals ze in de leerlijn eruit zou kunnen gaan zien. Oefeningen die zich richten op kritisch zijn over de gevonden informatie, het probleem van de opdrachtgever willen begrijpen door vragen te stellen en de goede analyse te doen. Een doel willen bereiken en trots zijn op de gevonden oplossingen en deze willen delen met de hele wereld. Hoera voor het internet. 🙂

Een tweede stelling die mijn denkrichting vorm gaf was gebaseerd op een stelling waar ik de exacte formulering kwijt van bent maar die ongeveer luidde Docenten hebben zelf een master nodig om het onderzoekend vermogen bij de studenten te kunnen stimuleren. Ook hierbij is het verschil tussen onderzoek doen en het hebben van een onderzoekend vermogen nodig. Natuurlijk als je zelf ooit onderzoek gedaan hebt weet je hoe het moet, maar de conclusie was dat het niet gaat om het papiertje maar om het denkniveau. En zou je dat bij docenten ook niet kunnen stimuleren door een serie van waanzinnig interessante activiteiten?

De volgende workshop die ik volgde was

Hoorcollege: Onderzoekend vermogen in hoger beroepsonderwijs

Spreker: dr. Daan Andriessen, Hogeschool Utrecht

Lector binnen de Hogeschool Utrecht en een man met een visie. Een visie op het onderzoek binnen het HBO vorm gegeven kan worden. En dit hoorcollege was de aanleiding tot deze blog.

Ja geweldig we hebben een leerlijn onderzoek binnen mijn hogeschool en ja we besteden aandacht in alle vier de jaren van de opleidingen van hogeschool. Maar we kunnen het nog beter doen. En dat nog beter zit (naar mijn mening) in het gericht aandacht besteden aan het onderzoekend vermogen. Deze vaardigheid kan worden gemeten door vanaf dag 1 een rubrix te gebruiken waardoor de groei van deze vaardigheid in kaart kan worden gebracht. Een rubrix die ik zou willen maken met een gemengde groep docenten. Een deel van die groep weet  veel  van onderzoek binnen hun eigen opleiding en het andere deel weet veel van het doen van onderzoek binnen onze eigen hogeschool. Het beroepsproduct staat centraal in  het onderzoek, de verantwoording van de methode van onderzoek is een korte rapportage.

De cursussen binnen de leerlijn Onderzoek richten zich naast het aanleren van de methode van onderzoek vooral op het aanleren (of opnieuw aanleren) van het Onderzoekend vermogen. Door het over de leerjaren te meten maak je de groei inzichtelijk en kunnen de studenten in het vierde leerjaar aantonen dat zij tijdens het afstuderen beschikken over voldoende onderzoekend vermogen om de eigen beroepspraktijk te voorzien van iemand die nadenkt over zijn of haar activiteiten en die verbetering ziet en wil delen.Vragen durft en wil stellen aan de goede mensen en constant op zoek is naar antwoorden. Socrates was zo gek nog niet

Ik zie groei en potentie voor dit plan en ik zie prachtige nieuwsgierige mensen in een samenleving die trots is op zijn HBO-ers.

Screen Shot 2014-04-19 at 11.11.26

Leerlijn onderzoek. Meer dan leren onderzoeken.

Ik doe het niet vaak, maar voor één keer wil ik schrijven over de manier waarop wij een aantal vaardigheden binnen mijn eigen hogeschool doceren. De vaardigheden zijn generieke vaardigheden waarover iedereen (docent en student) zou moeten beschikken en die wij de studenten laten (her)ontdekken tijdens de leerlijn Onderzoek.

Niet voor de eerste keer meende een collega dat hij de studenten van onze hogeschool ook wel kon leren hoe ze bronnenonderzoek moesten doen. Hij wist de databanken wel. Gelukkig is de cursus bronnenonderzoek wel iets meer dan alleen het vinden van de goede databanken. Deze cursus is de eerste cursus uit een serie van vier cursussen waarmee wij onze studenten leren hoe zij toegepast onderzoek kunnen uitvoeren. Tijdens deze cursussen komen onderzoekstechnieken aan bod, zoals informatie verwerven en verwerken, interviewen voor kwalitatief onderzoek, enquêteren voor kwantitatief onderzoek, dataverwerken enz. Maar wat wij de studenten vooral willen leren zijn een aantal vaardigheden die met een onderzoekende houding te maken hebben.

Keer op keer liepen wij, docent onderzoeksvaardigheden, tegen een aantal, bij de student ontbrekende, houdingsaspecten aan. Daarbij viel als eerste het gebrek aan kritisch denken op, maar later werd dat uitgebreid naar het ontbreken van de ondernemende houding bij de student. Met een ondernemende houding bedoeling ik niets dat te maken heeft met ondernemerschap. Een ondernemende houding bevat aspecten zoals:

  • pro-actief zijn,
  • kritisch en analytisch denken,
  • verantwoordelijkheidsgevoel hebben,
  • zelfstandig zijn (zelf gestuurd),
  • ambitie hebben (weg van het zesje),
  • aanpassingsvermogen (kunnen samenwerken in een groep),
  • creativiteit en innovatief vermogen enImage
  • organisatietalent.

De oplettende lezer herkent hierin een aantal 21st eeuwse vaardigheden. De overige 21st eeuwse vaardigheden, ICT geletterdheid, communicatie, sociale en culturele vaardigheden zijn vaardigheden die we al als vanzelfsprekend meenemen in alle cursussen.

Bij het doen van onderzoek zijn deze vaardigheden van belang om te komen tot het gewenste onderzoeksresultaat. Een resultaat dat creativiteit uitstraalt en dat innovatief genoemd mag worden. Een resultaat waarbij de student zijn talenten optimaal gebruikt. Door het aanbieden van een continue uitdaging zal de student – is onze ervaring- uiteindelijk zijn nieuwsgierigheid laten komen en zelf op onderzoek uitgaan.  Bij het formuleren van de opdrachten hebben wij ons ook gericht op deze vaardigheden. Een van de meest succesvolle opdrachten is Visualiseer wat je moet doen om informatie te verwerven. Wij dachten bij het maken van deze opdracht aan een mindmap. Echter de studenten bleken veel creatiever dan wij dachten. Natuurlijk was daar de powerpoint en ook de mindmap kwam veelvuldig voorbij, maar ook prachtige tekeningen lijkend op de afbeelding in deze post. Maar het mooist vonden wij een video (die ik helaas niet online kan zetten omdat ik geen toestemming heb van de auteur) Een prachtige animatiefilm gemaakt met PowToon. Het leuke hiervan is dat wij als docenten iets leerden van de studenten. En daarmee heb ik de kern van de kunst van onderwijs te pakken. Om de student te leren hoe hij onderzoek moet doen hebben de docenten ook bepaalde vaardigheden nodig. Deze vaardigheden zijn

  • pro-actief zijn,
  • kritisch en analytisch denken,
  • verantwoordelijkheidsgevoel hebben,
  • zelfstandig zijn (zelf gestuurd),
  • ambitie hebben (weg van het zesje),
  • aanpassingsvermogen (kunnen samenwerken in een groep),
  • creativiteit en innovatief vermogen en
  • organisatietalent.

Herken je ze!

Online personal learning networks

Personal learPLNning networks geen nieuw begrip al sinds mensen samenwerken hebben zij leernetwerken. Collega’s, tutoren en leidinggevende helpen elkaar om te leren tijdens het werk. Naast het werk volgen mensen cursussen en trainingen. Allemaal face to face. Maar het kan ook anders. Mijn gedachten over het boek Personal Learning Networks: Using thw Power of Connections to Transform Education van W. RIchardson en R. Mancabelli,  begint met de eerste Highlight als het gaat over wat de Open wereld betekent voor het leren van docenten:

It means that teachers’ professional learning will take place in online connected spaces that span the globe (l311-312).

En hoe geweldig is dat. Leren van anderen mensen niet alleen mensen uit je directe omgeving maar docenten die allemaal hetzelfde willen namelijk goed onderwijs geven aan studenten. Maar die allemaal worstelen met het gevoel dat het oude traditionele onderwijs het niet meer is. Dat het anders moet en kan.

We need to see that self-learning, informal learning and learning not connected with school are a huge part of what we need to teach (l317-318)

Maar dat betekent ook dat studenten anders moeten gaan leren. Zoals ik in mijn vorige blog al schreef, veel studenten leren niet wat ze zelf willen leren, maar ze leren dat wat de docent wilt dat ze leren op de manier zoals de docent het voorschrijft.

We have to introduce our kids to a whole new method of learning that is less about memorizing and ” doing their own work”  and more about content creation and collaborating with others, and doing so in the context of their passions (l364-366)

This new world is all about creation, not consumption ( 514)

Voor docenten betekent dat wel het volgende:

We have to ask our teachers to learn in different ways than how they learned in their high schools and colleges in order to leverage the power of modern networks, not only for their own personal learning but to better deliver these new skills and literacies to the students in their classrooms. ( 514)

En daarmee vragen wij nogal wat van de docenten.

This type of learning includes how to make connections with others online, how to negotiate the interactions between them, how to collaborate with them in ways that go beyond just sharing existing information to the creation of new knowledge. (581-583)

Het leren bestaat daarom niet meer uit het louter overdragen van kennis, maar ook uit het aanleren van vaardigheden die de student nodig heeft om het leren samen met anderen te leren.  Het leren bevat daarom ook “skills”  zoals:

  • Developing proficiency with the tools of technology
  • Building relationships with others to pose and solve problems collaboratively and cross-culturally
  • Designing and sharing information for global communities to meet a variety of purposes
  • Managing, analyzing, and synthesizing multiple streams of simultaneous information
  • Creating, critiquing, analyzing, and evaluating multimedia texts
  • Attending to the ethical responsibilities required

(678-688)

En dit zijn nu niet de direct de vakken die wij op school kregen en ook nog niet de vakken die wij op school geven. Hoewel er veel scholen wel al op de goede weg zijn. Nog twee rijtjes om deze blog mee te sluiten.

Waarom moeten we aandacht besteden aan online collaboratief leren? Dit is heel eenvoudig

  • Students are better prepared for life and work in the 21st century
  • Classrooms are more engaging
  • Students are responsible for their own learning
  • Instruction is more individualized
  • Adults become better at their jobs and build problem-solving capacity
  • Students are safer 
  • Schools save time and money

(764-774)

Vooral die laatste twee tiggerde mij enorm. Safer? On the net? Maar juist omdat wij ze leren hoe zij zich moeten gedragen op het net en hoe zij moeten omgaan met mensen die zich niet gedragen op het net, zijn de studenten inderdaad veiliger. En tijd en geldbesparing zit niet in een besparing op mensen, maar op materiaal. (Nice!)

Tot slot participatie in online learning networks geeft de studenten de gelegenheid om de 7 survival skills van Harvard professior Wagner te oefenen.  Volgens hem leren de studenten

  • critical thinking/problem solving
  • accessing and analyzing information
  • collaboration/leading by influence
  • agility and adaptability
  • initiative and entrepreneurialism
  • effective oral and written communication 
  • curiosity and imagination

(775-779)

In dit rijtje vind ik twee aspecten interessant. Het aanleren van ondernemendheid en nieuwsgierigheid en fantasie. Dat zou pas echt leiden tot een creatieve wereld.

Dit boek is echt een aanrader voor iedereen.

Zomer voorbij Reflectie op het leeswerk deel 1

Nu de zomer nu echt voorbij lijkt te zijn (het water staat toch aardig hoog op het land) is dat een reden om eens achterover te gaan zitten voor een moment van reflectie en bezinning.

Deze zomer heb ik vooral gebruikt om bij te lezen en daarmee veel te leren. Ik lees vooral e-books dus ik kan onderstrepen zonder dat ik boek daarmee beschadigd. (om de een of andere reden wil ik mijn papieren boeken altijd mooi en gaaf houden). Voordeel is dat ik op een hele snelle manier de quotes die ik interessant vond terug kan vinden. Hieronder een eerste selectie

Untitled 3 copyUit het boek Massively Open: How massive open online courses changed the world. (L. Nixon, M. Kendle, D Bowdoin, A. Bailey, L. Wressell, M. Alshammari, E. Agra, J. Donaldson)

page 124

The promise of MOOC’s lies not in what the format lets us do, but in what the format lets us question. 

Dit vind ik nog steeds het mooiste van al het onderwijs. Nieuwsgierigheid opwekken bij de studenten is voor mij het doel van onderwijzen.  Natuurlijk in de hoop dat zij die nieuwsgierigheid willen bevredigen en op zoek gaan naar nieuwe informatie. Diep leren gaat over onderwijs dat studenten ertoe verleidt meer zelf te ontdekken, dieper na te denken en zo meer aan kennis en vaardigheden op te doen. Of dat in een vast of juist in een losser klasverband gestalte, krijgt is niet zo belangrijk. Dat zou niet alleen de belofte van MOOC’s moeten zijn maar van al het onderwijs.

Tweede quote komt uit : Assessing 21st Century Skills; A Guide to evaluating Mastery and Authentic Learning. L.M.Greenstein.

Location 874-876

Perhaps it is time to adjust the bed to fit the students; we should change our methods of instruction, encourage critical thinking, let students apply their skills in building right-sized beds, give them opportunities to create a variety of styles and encourage them to solve problems that arise.

Zo belangrijk om studenten hun eigen pad te laten kiezen. Helaas zijn nog niet alle studenten zo ver dat zij zelfstandig hun pad kunnen gaan, maar zij willen wel. Het onderwijs houdt ze nog te veel op het rechte pad. En dan wel het rechte pad zoals de docent dat in gedachten gehad. Vandaag nog twee studenten die bezig zijn met een onderzoek die nog teveel gestuurd werden door de begeleidende docent gesproken. Beiden gaven aan dat liever te doen omdat ze dan tenminste een goed cijfer kregen. Dat is toch jammer……

Uit hetzelfde boek

As students’ decisions, actions and applications vary, the assessments and the system need to be flexible too.

En waarom niet. Dat betekent dat de toets-criteria veel breder beschreven moeten worden. Nu wordt vaak alles dichtgetimmerd omdat dat de enige manier is waarop je een competentie kan meten en objectief blijven. Tja het systeem maakt dit wel erg moeilijk….

Beide boeken gaan van hetzelfde uit. Leren moet uitdagen. Leren moet de studenten stimuleren om te leren, om verder te leren, om oplossingen te vinden die nog niet eerder bedacht zijn. Om op een manier getoetst te worden die de student en zijn ideeën in zijn waarde laten.

Maar de werkelijkheid is nog te vaak anders. Nog te vaak komt de student in een strak stramien van een opleidingsprogramma terecht. Moet hij voldoen aan de toetsingseisen van de opleiding. Eisen die geformuleerd zijn door vakmensen en die eisen leiden tot lijst met criteria waaraan de student moet voldoen wil hij een voldoende halen. Ik zou het wel weten. Ik zou stoppen met denken, stoppen met creatieve oplossingen bedenken, stoppen met informatie opzoeken en alleen dat doen wat mij gevraagd wordt. En dat is jammer…….