Category Archives: onderwijs

Flipping the classroom

Vandaag werd ik opgeschrikt door een column in de PZC (het Zeeuwse dagblad) waarin de auteur liet merken dat hij niet goed wist wat Flipping the classroom nu eigenlijk is. Hij schrijft: ”

Nu zijn er in Nederland leraren die van mening zijn dat zomaar klakkeloos les geven, gevolgd door opdrachten, de afstand met de leerlingen te veel vergroot. Daarom nemen ze nu hun lessen eerst op en deze verfilmde lessen worden vervolgens aan de studenten gegeven. Ze kunnen dan thuis of op hun studieplek de filmpjes nauwkeurig bekijken en zo de leerstof in zich opnemen. Daarna krijgen ze opdrachten, die ze samen uitvoeren en waarbij de leraar, indien nodig, meer persoonlijke begeleiding kan geven.

Als de studenten het goed doen, zijn er op den duur misschien minder leraren nodig, omdat er in feite geen les meer hoeft te worden gegeven. Men kan volstaan met een aantal films.

(http://www.pzc.nl/extra/columns/columns-wim-hofman/flipping-1.3904156#.UdpL1Ezpn6I.twitter)

En vooral van dat laatste schrok ik. Zijn er minder leraren nodig? Omdat er geen les meer gegeven hoeft te worden? Omdat men alleen kan volstaan met een aantal films? Weet de auteur wel wat Flipping the classroom is. (Gelukkig krijg ik donderdag de gelegenheid om het op de lokale radio recht te trekken) Maar voor degene die niet naar Omroep Zeeland luistert om 6:15 Flipping the classroom is zeer arbeidsintensief, maar geweldig leuk om te doen. Doordat de studenten ieder op hun eigen manier zijn voorbereid (sommige lezen het materiaal, anderen kijken de video’s weer anderen proberen het zelf uit) is de bijeenkomst zeer belangrijk. De studenten hebben ieder hun eigen vragen. Je maakt het onderwijs dan persoonlijker en de studenten kunnen op hun eigen niveau leren.

Een heel andere ervaringsbron is mijn dochter. Zij heeft door het bekijken van veel videomateriaal zowel haar Duits als haar Geschiedenis opgehaald. Samen met de leraar heeft zij afgelopen jaar veel materiaal bekeken en besproken. Zij is de docent eeuwig dankbaar (en willen we dat niet allemaal 🙂 )

kennisnet geeft het als volgt weer

Er is zo meer klassikale tijd beschikbaar voor het beantwoorden van vragen, individuele aandacht, verdieping en activerende didactiek. Flipping the Classroom kan bijdragen aan gedifferentieerd onderwijs en maakt het voor leerlingen mogelijk om instructie te krijgen op hun eigen tempo (http://www.kennisnet.nl/themas/flipping-the-classroom/)

Natuurlijk lijkt het alsof de studenten als huiswerk video kijken, maar het echte (huis)werk komt later. Op het moment dat de studenten samen zijn in het klaslokaal of in een studieruimte gaan zij aan de gang met de stof. Opdrachten kunnen nu begeleid gemaakt worden en daardoor zijn zij inhoudelijk beter.

Na een jaar Flipping the classroom op verschillende manieren, van heel intensief tot een mengvorm, moet ik zeggen dat ik het een zeer studentgerichte manier van leren vind. Het is wel een uitdaging voor de docenten. ‘Het is een kwestie van durven en doen. Je moet het klassikaal lesgeven los durven te laten’.(Jelmer Evers)

Ik beken: ik ben verslaafd (aan leren)

Twee MOOC’s afgerond. Ik ben wel benieuwd of ik de certificaten ooit ga krijgen, maar ik heb van beiden veel geleerd. En verslaafd aan leren als ik ben, ben ik gelijk maar door gegaan met twee andere MOOC’s. Ook dit keer weer twee totaal verschillende MOOC’s. Een technische MOOC Internet History, Technology and Security (IHTS) en een management MOOC Leading Strategic Innovation in Organizations (LSIO). Beide MOOC’s die ik nu volg zijn van een duidelijk ander (hoger) niveau als de voorgaande. IHTS komt van de University of Michigan en LSIO wordt georganiseerd door Vanderbilt University in Nashville Tennessee. ImageDat laatste moest ik even opzoeken. David A. Owens is de tutor van deze MOOC. Hij maakt in zijn video’s regelmatig reclame voor zijn boek. Dat vind ik altijd een beetje jammer. Je mag wel een keer verwijzen, maar als de student geïnteresseerd is in je boek koopt hij of zij het wel bij de eerste kennismaking. Heb ik ook gedaan. Dus reclame is niet meer nodig. De eerste week van deze MOOC is best interessant, maar het is veel. Heel veel. Het is mij ook nog niet helemaal duidelijk wat de bedoeling is, maar de ervaring heeft mij geleerd dat het allemaal vanzelf duidelijk wordt. In ieder geval gaat het over iets wat voor mij actueel en interessant is.

De andere MOOC wordt geleidt door Dr. Charles Severance (dr Chuck). ImageDe video’s die hij heeft opgenomen zijn over het algemeen erg informeel . Hier even een voorbeeldje van zijn opname. Ze staan overigens allemaal op Youtube (erg open source dus) http://youtu.be/oWOYwTLAj7E

Ook voor deze MOOC is nog niet duidelijk wat nu precies de eindopdracht is. Er zijn wekelijks toetsen die je oneindig vaak over mag doen en waar je dus 70 punten voor moet halen. Er is een mogelijkheid tot een peer writing iets en er is een eind toets. In beide MOOC’s wordt minder aandacht besteedt aan interactiviteit onderling. Dat ga ik wel missen denk ik. De wekelijkse chats van E-learning and Digital Cultures zijn er nog wel, maar die zijn nu veel minder geworden.

In ieder geval weer genoeg te leren.

MOOC Ervaringen

De afgelopen 5 weken heb ik aan twee MOOC’s deelgenomen. (dat is denk ik inmiddels wel bekend ) Beide MOOC’s heb ik inmiddels afgerond en in deze blog wil ik mijn ervaringen delen. Algemeen kan ik melden dat een MOOC geen standaard opbouw of werkwijze heeft. Dat viel mij gelijk al op toen ik begon aan de MOOC’s.

Image

De eerste die startte was Equine Nutrition. Bij het openen van de cursus bleken zij te werken met een Wiki. Deze wiki was verde

eld in 5 weken, maar het materiaal van week 2 tot en met week 5 was nog niet toegankelijk. Hiermee begin voor mij de onzekerheid. Ik wil altijd weten wat mij in de toekomst te wachten staat. Maar dat was niet zo. Dus vol goede moed begonnen met het lezen van de sheets, het bekijken van het video materiaal en het lezen van de discussiefora. Deze laatste bleek belangrijker dan ik dacht, toen ik bijna klaar was kreeg ik een mail dat ik actiever moest zijn binnen deze fora. Maar het niveau van de vragen lag al hoger dan mijn kennis over de voeding van paarden. Ik ben dus maar wat gaan doen op een item over kleine paardjes. Gezellig gekletst over mijn Shetlanders, nuttig nee, leuk ja. En ik ben zelf een item begonnen over voeding van paarden met zomereczeem. Daar kon niemand mij tot nu toe nog bij helpen, hetgeen wel jammer is. De discussiefora waren de enige plekken waar interactie plaats vond. De administratie rondom de cursus liep goed veel mails ontvangen van de cursusleiders, maar weinig directe interactie. Hierdoor heb ik wel veel geleerd in de cursus maar heb ik er niet meer tijd ingestoken dan noodzakelijk was. Ik denk wel dat de kennis blijvend is, maar dat komt vooral omdat ik het direct kan toepassen. Van deze cursus heb ik overigs een blog bijgehouden op http://sschouwenaars.blogspot.nl/ Dat is mijn paarden-blog.

De andere MOOC hebben jullie hier kunnen volgen. Deze MOOC bracht mij in het begin ook in verwarring, maar niet omdat niet duidelijk was wat ik kon verwachten. Dat was van het begin af aan heel duidelijk.

Image

Er werd al heel snel verwezen naar de final assignment een digital artefact. Daardoor kon ik gelijk gaan denken wat ik wilde maken en daar vast het materiaal voor verzamelen. Nee de verwarring ontstond door de enorme hoeveel media die werd gebruikt voor de directe interactie met de cursisten. Ik geloof dat deze verwarring leidde tot een afname van het aantal cursisten van 40.000 naar 7.000. Maar ik neem aan dat er meer mensen inschrijven dan beginnen en dat de afname niet alleen te wijten was aan de verwarring. De verwarring was in ieder geval alom. We konden namelijk twitteren, facebooken, google+-en en discussies voeren op de wiki. Er werden hangouts georganiseerd, twitterchats, facebookpagina’s geopend enz enz enz. Nadat ik een aantal discussiegroepen gesloten had, ik bleef alleen in contact met de Dutch group, werd het leven al wat overzichtelijker. Daarnaast besloot ik mijn favoriete medium als enige medium verder te gebruiken en wat een genot om twitter te gebruiken op deze manier. Vier zaterdagavonden tweetchats bijgewoond, waarvan twee als moderator. Heel veel contacten aan overgehouden. Gevraagd deel te nemen aan een learning community in Londen (moet ik daar toch eens naar toe), gevraagd in contact te blijven met andere deelnemers en weer heel veel volgers op twitter erbij. Echt genoten van deze MOOC. Veel geleerd? Weet ik nog niet echt, wel weer heel praktisch enkele tips voor nieuwe programma’s gekregen en veel stof tot nadenken. Uiteindelijk leer ik altijd wel iets. Leuk? Ja enorm.

Twee MOOC’s van dezelfde universiteit maar zo totaal verschillend in werkvorm, interactie en resultaat. Voorlopig staan er geen MOOC’s die ik zou kunnen volgen op Coursera, maar ik houd het zeker in de gaten.

The Internet of things and other things

Deze tweede week van de MOOC e-learning and digital cultures begint met metaforen en een bekende van mij, The internet of thngs. Die metaforen zijn eigenlijk al zo gewoon geworden in onze taalgebruik dat ik ze niet eens meer vreemd vind. Zo hebben we al jaren een digitale snelweg en surfen we over het Internet. Een mooie en toepasselijke metafoor is de vergelijking van een MOOC met een mp3. Jaren geleden konden we voor het eerst gratis naar die muziek luisteren die we mooi vinden en we hoefden dan niet eens het hele album te kopen. En ja nu volg ik de cursussen die ik leuk vind zonder daarbij een hele opleiding te moeten volgen. En ja dat doe ik gratis. Leuke en geode metafoor dus.

Vervolgens las ik in het artikel over The Internet of Things over Blogject. Objecten die bloggen. Het duurde even voor ik mij realiseerde wat ik las en besefte mij toen dat ik daar zelf ook aan mee doe. Ik vind het leuk om streepjescodes te lezen en om zelf QR-codes te maken. Krijg ik ineens een goed idee voor mijn eindopdracht van de cursus.

Maar toen kwam laat in de avond de klapper van deze week. Een video van een keynote van W. Gardner Campbell (http://www.educause.edu/members/w-gardner-campbell) Eens in de zoveel tijd kom ik zo iemand tegen. Iemand waar ik nieuwsgierig van word. Die een verhaal heeft dat zo aansluit bij mijn gedachten.

De keynote gaat over Open education. http://mediasitemob1.mediagroup.ubc.ca/Mediasite/Play/4f02e944e6c54203a8f4817a0e2b3e111d

Hij heeft het niet zo zeer over de open education zoals die nu in MOOC’s wordt gehanteerd, maar meer over Opening education. Hij begint met het beschrijven van de twijfels die er zijn over de kwaliteit van het onderwijs op het moment dat mensen massaal MOOC’s gaan volgen (vergelijk met massaal downloaden van muziek). De twijfelaars en tegenstanders van online education geven aan dat MOOC’s nooit de waarde kunnen hebben van face-to-face contact kunnen hebben en dat zij daarom nooit de docent kunnen vervangen.

Maar zoals W.Gardner Campbell een aantal keren zegt “That is not it at all, That is not what I meant, at all”  De ontwikkelaars van MOOC’s willen de docenten of het klassieke onderwijs niet vervangen. Ze willen alleen dat we eens na gaan denken over wat we nu eigenlijk aan het doen zijn.

En we, dat zijn alle mensen die zich met het onderwijs bezig houden.We zijn docenten, maar ook beleidsmakers die zoveel “innovaties”  inzetten. We zijn de onderwijskundigen die zoekende zijn, nieuwsgierig geworden naar wat zij zien en horen. We zijn degene die het onderwijs volgen en maken.

En het begint met het lesmateriaal en gaat verder naar de toetsing (waar het eindigt….? Wie zal het zeggen? Waar eindigt het leren?) W. Gardner Campbell spreekt over Opening Education omdat hij zich afvraagt of de studenten nu niet alleen dat leren wat wij willen. Maar willen de studenten dat wel leren, hebben zij de kennis die wij hen aanbieden nu nodig. Moeten wij de studenten niet gewoon voorbereiden op hun eigen toekomst. Blokkeren wij met het aanbieden van allerlei eisen en criteria de creativiteit van de studenten. Om creatief te zijn moet je nieuwsgierig zijn, dingen durven uit proberen. Maar mogen studenten dat nu?

Door leerdoelen voor te schotelen leren de studenten dan wel wat zij willen leren. We schrijven ze voor welke leerdoelen ze in hun portfolio moeten benoemen. Is het dan nog wel hun portfolio? Of is het die van de docent? Die bewijst dat zijn studenten geleerd hebben wat hij wilde? Als studenten voldoen aan de eisen en criteria die wij ze voorschrijven hebben ze het kunstje van pleasen geleerd niet de vaardigheid zelf.

Opening education kan leiden tot een bepaalde attitude die we zo graag willen zien bij onze studenten. Een behoefte om te leren, om verder te zoeken naar informatie, om na te denken over wat we ze geleerd hebben. Een van zijn slides (00:43:12) laat een aantal vragen zien die hij aan het begin van de les aan zijn studenten geeft. Did you read the material for today’s class meeting carefully? Did you come to class today with questions or with items you’re eager to discuss? Since we last met, did you talk at length to a classmate or classmates about either the last class meeting or today’s meeting? Since our last meeting, did you read any unassigned material related to this course of study? Since our last class meeting, how much time have you spent reflecting on this course of study and recent class meetings?

Wat zou ik graag deze vragen aan mijn studenten willen vragen voor het begin van de les. En misschien ga ik dat maar eens doen. Studenten werkelijk betrekken. Ik vind “eager”  zo mooi woord in een zin met studenten en kennis.

Mijn tweede week is nog niet voorbij want ik ga even duiken in hetgeen W. Gardner Campbell heeft achtergelaten op het Internet.

Richting een 21st eeuws curriculum

Veel opleidingen binnen het Nederlandse onderwijs verschuiven hun curriculum richting de 21st eeuw. Zij moeten wel,  want de student van de 21st eeuw is niet gebaat bij een onderwijs methode die stamt uit de 18e eeuw. Om klaar te zijn voor het onderwijs in de 21st eeuw moet er gekeken worden naar de ruimte die er is binnen het onderwijs. Niet alleen naar de fysieke ruimte, de wereld is veel groter dan het klaslokaal alleen, maar ook naar de ruimte die er is binnen de inhoud van het onderwijs.  Het curriculum van een opleiding; klaar voor de 21st eeuw. Op het moment dat ik op een mooie zaterdagochtend hierover dacht (omdat ik er midden in zit) ontstonden er veel vragen. Op sommige vragen kon ik een antwoord vinden, maar veel vragen zullen ook in deze blog onbeantwoord blijven. En dat vind ik niet erg. Voor onderwijsvernieuwing is geen kant en klaar recept verkrijgbaar en daarom is het ook zo leuk

Om te komen tot een 21st eeuws curriculum is het niet mogelijk elke les elke periode te veranderen. Dit is niet alleen niet mogelijk, maar het is ook onwenselijk. Wel is het belangrijk dat de grote lijnen van een opleiding aan een kritische review worden blootgesteld. Er moet binnen elk vak gekeken worden welke inhoud over-datum is of gewoon weg niet belangrijk (meer). Daarvoor zullen er keuzes gemaakt moeten worden; welke onderwerpen zijn voor onze studenten belangrijk bij de uitvoering van hun toekomstige beroep en welke onderwerpen zijn dat niet. Hiervoor is in dialoog gaan met elkaar erg belangrijk.

Binnen een team moet een open communicatie mogelijk zijn. Mensen moeten van hun eilandje af durven komen en met elkaar in gesprek gaan over wat nu werkelijk van belang is. Een 21st eeuws curriculum wordt vaak geformuleerd als project onderwijs. Dit vooral omdat project onderwijs interdisciplinair is opgebouwd en omdat de studenten 21st eeuwse vaardigheden kunnen/moeten  gebruiken om tot een goed einde van een project te komen. De projecten binnen het curriculum moeten dan wel een rijke en natuurlijke inhoud hebben. Liefst zo authentiek mogelijk en in samenwerking met opdrachtgevers vanuit de beroepspraktijk. Daarnaast is er de vraag; Op welke wijze kunnen de studenten gebruik maken van de kennis die er buiten de muren van de school aanwezig is? Hoe kan een curriculum de innovaties die er binnen het beroep zijn verwerken zonder direct als geheel te moeten veranderen? Zelfsturing is eveneens een 21st eeuwse vaardigheid die in het kader van Levenslang leren bij de studenten aanwezig moet zijn. En hoe kunnen wij deze vaardigheid binnen de inhoud van ons onderwijs stimuleren en gebruiken?

Met interdisciplinaire samenwerking wordt niet alleen bedoeld dat de docenten op de hoogte zijn van de inhoud van elkaars cursussen. Het gaat veel verder dan dat. Docenten kunnen ook van elkaar veel leren. Waarom zou een vak als wiskunde niet op dezelfde manier gedoceerd kunnen worden als een taal, tenslotte is de kennis van wiskunde in hoge mate gebaseerd op taalkundige aspecten en is de student het best gebaat bij een doorlopende leerlijn wiskundige vaardigheden. (Denk daar maar eens over na J )

En waarom heeft een vak als Kunst geen vaste plaats binnen elke opleiding van het HBO. Creatief denken is een 21st eeuwse vaardigheid die iedere student zou moeten ontwikkelen. Alleen met creatief denken kan een student in zijn latere beroepspraktijk komen tot innovatieve ideeën en ontwerpen. Zeker binnen de technische beroepen is hier grote behoefte aan.

Maar om alles tot een goed einde te brengen is het belangrijk dat er rekening gehouden wordt met twee basisprincipes van een goed curriculum; ten eerste de vorm van het onderwijs volgt altijd op de functie (en niet andersom), en ten tweede het geheel is een optelsom van de verschillende delen.

Tot zover de ruimte binnen de inhoud van het curriculum, maar hoe is het gesteld met de fysieke ruimte. Hoe moet het onderwijs georganiseerd worden om te komen tot een 21st eeuws curriculum.  Ook nu moeten de traditionele roosters losgelaten worden en de vragen die de docenten zich moeten durven stellen zijn: Welk rooster past het best bij de taak? En welk rooster hebben mijn studenten nodig om de taak uit te voeren? De grote vraag hier achter is moeten wij ons houden aan de lesuren die gegeven zijn of zijn er lestijden die voor de studenten tot een beter resultaat leiden?

Maar in de 21st eeuw komt daar nog een vraag bij. Moeten wij gebruik maken van de ruimte en tijd die de binnen de muren van de instelling aanwezig zijn. Of kunnen we ook gebruik maken van virtuele ruimten buiten de tijd die de student doorbrengt binnen de instelling.

Voor deze zaterdagochtend waren dat genoeg vragen. Er blijven nog een paar vragen die in mijn hoofd zitten. Zoals de indeling in jaar groepen die we nu vaak hanteren. Is dat de beste vorm of alleen de handigste vorm?

Transform, connect, construct, transform

In mijn zoektocht naar duidelijkheid over het hoe en waarom docenten, zichzelf wel of niet professionaliseren, stuit ik telkens op het begin. (Hoe kan het ook anders) Het begin van al het leren is de visie van de lerende. In het geval van de docent de visie die hij heeft over het meesterschap en daarmee bedoel ik het onderwijs. Deze visie bepaalt zijn manier van lesgeven, maar ook zijn behoefte aan nieuwe kennis en vaardigheden.

Bijna iedereen binnen het onderwijs is ervan overtuigd dat de lerende het best leert in samenwerking met anderen. Anderen uitleg geven over de inhoud van het te leren materiaal geeft het hoogste leereffect. Connectiviteit is daarbij het uitgangspunt. In verbinding staan met anderen kan face-to-face of online. Binnen een instelling werken lerende teams samen om te komen tot een cyclus van onderwijsverbetering. Ieder lid van een team brengt zijn of haar specifieke kennis en kunde in.

Maar als het gaat om grotere innovatieve veranderingen of verbeteringen is het belangrijk dat ook buiten de eigen instelling wordt gezocht naar nieuwe kennis. En dan is het maar goed dat er zoiets als internet bestaat. Docenten uit verschillende delen van de wereld kunnen gezamenlijk werken aan onderwijsvernieuwing. Zij nemen deel aan Public Learning Communities en delen hun kennis met de rest van de wereld. Open en zonder enige tegenprestatie te verwachten. De nieuw opgedane kennis kunnen de docenten toepassen in hun eigen onderwijs. Een Nederlands voorbeeld van een PLC zijn de special interest groups van Surf.

Maar leren vindt plaats op een constructivistische wijze. Twitter en andere social media zijn in dit proces van leren goed te gebruiken als begin sneeuwbal. Een heel klein balletje van slechts 140 tekens dat met een paar klikken van de muisknop kan veranderen in een prachtige sneeuwpop. Daarbij is het wel belangrijk dat de docent mediawijs is. Is hij dat niet dan loopt hij het risico bedolven te raken onder een lawine van informatie. Het is dan maar te hopen dat zijn persoonlijk alarm gehoord wordt en dat hij op tijd gered wordt. Tip: duik nooit te diep in de sneeuw zonder lifeline. Ik leer mijn studenten eerst een zoek plan te maken en dan pas te gaan zoeken. In de praktijk is dit zoekplan een dynamisch plan dat gaande de zoektocht groeit en maar de grote lijn blijft gevolgd. De aorta loopt door. Hierdoor blijft de structuur van de zoektocht behouden.

Ik gebruik Yippy.com als zoekmachine. Deze zoekmachine biedt mij namelijk alternatieve routes voor ik vast kom te zitten. Ik kan vooraf kiezen welke weg ik kies. Samen met Databanken, zoals Questia en Mendeley kom ik bijzonder ver, zonder ook maar een pas gezet te hebben.

De kennis die een docent op deze manier op doet voegt hij toe aan zijn oude kennis en op die manier ontstaat er persoonlijke professionele ontwikkeling. Maar om sociaal te kunnen leren moet de docent zich bewust worden van zijn oude kennis en gedrag.Transformatief leren maakt het mogelijk om onbewust aangenomen betekenissen en waarden te herkennen en eigen betekenis en gedrag vorm te geven. Transformatief leren houdt ook het doorbreken van voorheen vanzelfsprekend geachte opvattingen en gewoonten. Een opbrengst in sociaal leren gaat dus gepaard met individuele bewustwording en verandering.

En nu ontstaat er een nieuwe sneeuwbal. Wat betekent transformatief leren binnen het leven lang leren van de docent? En is dit te beinvloeden?

Zeggenschap en vertrouwen.

Voor het onderzoek dat ik uitvoer, naar het gebruik van ICT door docenten met als doel het leerproces van studenten te verbeteren, ben ik begonnen aan het boek Wat zou Google doen? van Jeff Jarvis. Ergens in het midden van het boek maakt hij een opmerking die zo passend is bij mijn onderzoek. Hij schrijft: Hoe meer zeggenschap je hebt, hoe minder mensen je vertrouwen en hoe meer je de touwtjes uit handen geeft hoe meer vertrouwen je wint. Bij deze wijze woorden moest ik aan de huidige veranderingen in het onderwijs denken. Door de student zelf te laten bepalen wanneer en hoeveel hij leert over een bepaald onderwerp, geven wij de touwtjes uit handen. En dan komt er een vicieuze cirkel om de hoek kijken. Die cirkel begint jaren geleden. De oudere docent biedt de student de stof aan die volgens het programma moet worden gegeven. Studiehandleidingen, die ver van te voren worden geschreven, geven precies aan wat er, wanneer moet worden geleerd. Lekker duidelijk voor iedereen. Maar de student begrijpt niet waarom hij iets moet leren en raakt gedemotiveerd. Omdat zijn motivatie hem niet direct aanmoedigt om iets extraas te doen, doet de student het minimale dat nodig is om het vak te halen. De docent merkt dit en ziet dit jaar in jaar uit gebeuren en denkt na verloop van tijd dat dit gedrag van de student gewoon is. De docent denkt en zegt: Typisch studenten gedrag, zo weinig mogelijk willen doen! Dan komt er nieuw onderwijs, dat aansluit bij de behoeften van de student, dat gegeven wordt op het moment dat hij het nodig heeft. De student begrijpt heel goed waarom hij iets moet leren en hij raakt gemotiveerd. Maar dan komt er een docent die denkt dat de student ongemotiveerd is en niet weet wat hij moet leren. Die docent biedt de student een handleiding aan…… Zo is de cirkel rond. Een handleiding is zonder meer handig voor het geven van richting, het geven van tips en om het eindniveau aan te geven. Maar de delen moeten inwisselbaar zijn en de student moet zelf kunnen bepalen welk onderdeel, welke workshop of welke lezing hij nodig heeft. Na wat instructie blijken alle studenten dit te begrijpen en te kunnen gebruiken. Helaas zijn nog niet alle docenten zover. Zij maken een toets en dat moeten de studenten weten. En zij weten wat de goede volgorde is. En daarom bepalen zij wat,wanneer geleerd wordt. En waarom? Omdat zij het weten.
Langzaam wordt het belang van het waarom duidelijk bij de grote massa, maar docenten moeten vooral leren hun studenten te vertrouwen en als een coach op te treden. De weg is ingeslagen, we moeten hem alleen nog volgen.