Category Archives: Uncategorized

Examen stress

Ik zit op dit moment tegenover ongeveer 15 hoog rode en zwetende studenten. Zij hebben een toets van Financieel management. En terwijl ik ze zo bezig zie vraag ik mij af wat veel docenten zich regelmatig af (horen te) vragen. Is dit nu de werkelijkheid? Gaan ze dit straks nu doen op deze manier? Weinig authenticiteit in deze manier van toetsen. Waarom vraag je ze niet tijdens hun stage een financieel plan op te stellen of vraag je aan een bedrijf of ze met een casus kunnen komen. Ik heb geen verstand van dit soort vakken, maar het moet toch anders kunnen. Een paar studenten gaven bij voorbaat al aan misschien binnen 30 minuten weg te zijn, omdat ze niets meer wisten.

Ik heb wel verstand van onderwijs en ik weet dat het vaak niet anders kan. Maar ik werk in het beroepsonderwijs en juist daar zou de toetsing anders moeten. Ik heb geen kant en klare oplossing mocht je dat misschien van mij verwachten. Ik zie wel mogelijkheden in portfolio’s en projectonderwijs. Ik heb het ook te doen met de docent die dit gaat nakijken. Dit is niet de enige groep studenten die deze toets maakt. Ik heb de letter P, Q, R en S op mijn aanwezigheidslijst staan. Deze docent heeft een versie gemaakt en dat betekent dat hij misschien wel een paar honderd keer hetzelfde antwoord te zien gaat krijgen. Ook niet echt een werkje waar je blij van wordt als docent.

Ik heb een kleine 200 verslagen die ik na mag kijken. Van het aantal word ik niet blij maar van de inhoud over het algemeen wel. Ik leer van alles van de studenten. De afgelopen twee dagen zit ik vooral in allerlei sportonderwerpen. Nadat ik eerst een aantal verslagen van PABO studenten heb mogen nakijken. Heel creatief een genot. Straks komen er nog een aantal toeristische verslagen en ik hoop ergens volgende week klaar te zijn. Maar deze manier van toetsen is niet alles. Na een groep heb ik weer even genoeg lettertjes gezien en moet ik weer even wat anders gaan doen. Blij met de afwisseling om zo nu en dan te surveilleren en even dit soort blogs te schrijven.

Onderzoeksvaardigheden Blended gegeven

De HBO raad schrijft op haar site het volgende over onderzoek binnen het HBO.

De Nederlandse hogescholen zijn kennisinstellingen waarin traditioneel de wisselwerking tussen onderwijs, praktijk en kennis centraal staat. De kennisfunctie van de hogescholen vormt een brug tussen het onderwijs en de beroepspraktijk. De functie zorgt voor vertaling van nieuwe inzichten en de urgenties van de praktijk naar het onderwijs (het opleiden van de nieuwe professional) en voor disseminatie van kennis in de praktijk met als doel het vergroten van de innovatiekracht van deze praktijk (oplossen kennisparadox). Het gaat hierbij zowel om bestaande kennis die door hogescholen toegankelijk wordt gemaakt als om nieuwe kennis die door de hogescholen wordt ontwikkeld en gedeeld wordt in onderwijs- en praktijksituaties. De nadruk ligt op het samen of in afstemming met de beroepspraktijk ontwerpen en ontwikkelen van producten, processen of diensten. In het brancheprotocol Kwaliteitszorg Onderzoek (2007) gaat het om onderzoek met de volgende kenmerken:

  • geworteld in de beroepspraktijk
  • multidisciplinair (veelheid van methodologische benaderingen)
  • methodologisch verantwoord
  • geïntegreerd met de cultuur van de instelling (verbinding met het onderwijs)
  • geplaatst is in een duurzaam netwerk met externe partijen
  • gevarieerd en afgestemd op verschillende beroepspraktijken

ImageNu kunnen we natuurlijk voor de studenten gaan staan en ze vertellen wat ze moeten weten over onderzoek en methodologie, maar zoals de afbeelding hiernaast aantoont zal dat niet het gewenste effect hebben. De student wordt niet vaardig door lezen, horen of zien. De student wordt vaardig door met anderen te discussiëren over onderzoek en de wijze waarop zij dit zouden moeten uitvoeren. Daarom is face-to-face niet de methode om vaardigheden aan te leren maar een pure online cursus die de studenten individueel uitvoeren is dat ook niet.

Blended learning is dat wel. In deze blog ga ik even kort in op wat blended learning is en hoe we onderzoek vaardigheden op die wijze kunnen aanleren.

Wat is Blended learning?

Op wikipedia staan verschillende definities van Blended Learning. Bij alle definities gaat het om een combinatie van verschillende onderwijsmethoden. Het kan een combinatie zijn van face-to-face en online leren, een combinatie van verschillende didactische strategieën of het gebruik maken van verschillende media binnen het onderwijs.

ImageFransen (2006) geeft een goede definitie: Blended learning omvat een mix van e-learning en andere vormen van onderwijs, waarbij het gaat om de distributiewijze van leerinhouden, vormen van communicatie, didactische strategieën en soorten leeromgevingen in relatie tot type leerprocessen, of om een combinatie hiervan.

Leren 3.0

Dit alles in het kader van leren 3.0 waarbij het niet alleen gaat om kennis krijgen, maar ook om nieuwe kennis met elkaar te maken.  Het zijn deze studenten die met een onderzoekende houding straks in de praktijk ook nieuwe kennis genereren. Daarom kan het onderwijs geen gesloten systeem meer zijn, maar moet het open zijn en ruimte bieden voor creativiteit en samenwerking. Niet alleen een samenwerking tussen de studenten onderling, maar ook een samenwerking tussen docent en student. De docent is niet langer de leraar die voor de klas staat, de docent is een coach, een begeleider.  Een begeleider die niet altijd fysiek aanwezig hoeft te zijn, maar wel een die bereikbaar is en snel online kan reageren als dat nodig is. Leren moet immers gebeuren op het moment dat de student er open voor staat.

De student van nu is een andere student dan die van een decennium geleden. De nieuwe generatie moet intrinsiek gemotiveerd zijn iets te gaan doen. Het onderwijs moet boeiend zijn en als het eenmaal boeit gaan de studenten er ook voor. Veel leren vindt dan informeel plaats, op het moment dat de student zijn eigen kennis creëert.

Onderzoek methoden 3.0

Onderzoek vaardigheden zijn bij uitstek de vaardigheden die op deze manier aangeleerd kunnen worden. De docent begeleidt de student (samen met zijn medestudenten) door het labyrint van vaardigheden en methoden. Samen met zijn medestudent leert de student door onderzoeken die hem boeien te bediscussiëren. Was de gebruikte methode wel de juiste? Waren de resultaten wel betrouwbaar? Hoe zou ik het doen? Waarom zou ik het zo doen? Vragen waar de studenten groep zich mee gaat bezighouden.  Waarna ze gezamenlijk kunnen komen met een nieuwe oplossing voor het doen van het betreffende onderzoek. Misschien komen ze wel met een methode die nog niet eerder bedacht is en he waarom ook niet?

Voor veel onderzoekers betekent dit waarschijnlijk dat zij even moeten slikken en van het door hun geleerde pad moeten afwijken, maar studenten van nu zijn creatief en gemotiveerd om nieuwe technieken uit te proberen.

Er zijn immers meer wegen die naar Rome leiden.

Het opzetten van een wiki die de studenten leidt door het theoretische labyrint is een eerste stap. Aansluiten bij de beroepspraktijk en de belevingswereld van de student is de tweede stap. Het zorgen voor voldoende actuele voorbeelden die begeleidt worden door visuele hulpmiddelen, zoals YouTube video’s maakt onderzoek doen voor de studenten tastbaar.

Image

Samen laten werken met een groep. De studenten begeleiden in hun eigen denkwijze en ze stimuleren tot nieuwe kennis maakt het onderwijs m.i. voor de docent een stuk leuker en enerverend.

Kortom Onderzoek vaardigheden is bij uitstek iets dat Blended aangeboden kan worden. Het creëren van aantrekkelijk aanbod in distributiewijze van leerinhouden, vormen van communicatie, didactische strategieën en soorten leeromgevingen in relatie tot type leerprocessen, of om een combinatie hiervan, is een bijkomend voordeel. Het is niet alleen leerzaam voor de docent – hij komt immers veel te weten over de beroepspraktijk en de leefwereld van de student en hij leert gebruik te maken van de technologie die op dit moment beschikbaar is- maar het is ook leuk om te doen.

Fairy Tales, Fantasy and Education. Utopia or Dystopia?

This weeks’ MOOC’s all handled the question; “what is your dream for….. “, and that triggered me to write this blog.

In a land far far away there once was a teacher, lets say her name is Me. Me wanted to teach children how to become curious people, because she believed curious people first ask questions before they have an opinion. And before asking the questions they try to find the answer by them-self. They look for information on the web, ask peers or experts. They know where to find the answers. But children must learn this kind of behaviour and she is not the only teacher in the land. And she doesn’t run the school. And she knows she can only learn the children this behaviour if her fellow teachers, the school and the government make a paradigm shift and accept the responsibility children can have for their own learning.

Screen Shot 2015-10-18 at 11.05.48

If children can make their own assignments and perhaps their own assessment, would that enhance their capability to self direct their learning? 

Me also believed that the role of a teacher could change. No longer tell the children what the must learn, but answer the children’s questions about what they want to learn. And accept that not all children can learn at the same speed.Screen Shot 2015-10-18 at 11.12.03 And accept that some children know it better than the teacher, because they are interested in the subject and looked up all kind of information about that subject. Me wanted to learn together, with and from the children. Me wanted to create the ideal learning experience for the children. She wanted to communicate and build relationships. She wanted to give the children the SWISH-experience.

If the last experience of the child is a SWISH-experience would it enjoy learning more?

Me knows that children who have had a lot of SWISH-experiences would grow up as adults who aren’t afraid to ask questions. Like Alice in Wonderland, always accepting the things happend with her body and mind. And always asking herself and others questions. Growing up, Learning, become an adult is not always easy. Me and we knows. But it can be fun to do.

I hope Me can create the educational world she dreamed of and that she and her children will live happily ever after. Screen Shot 2015-10-18 at 11.19.51

Blended learning in the classroom

When talking about blended learning I used to think of learning in the classroom combined with learning at home. But I was terrible wrong. Of course the definition of blended learning still is:

A formal education program in which students learn:

(1) at least in part through online learning, with some element of student control over time, place, path, and/or pace;

(2) at least in part in a supervised brick-and-mortar location away from home;

(3) and the modalities along each student’s learning path within a course or subject are connected to provide an integrated learning experience

But that doesn’t mean the online part must be followed at home. Some great examples of blended learning are shown in the MOOC Blended Learning: Personalize Education for Students. In this MOOC the possibilities of Blended Learning broadened my horizon.

The first model they discussed was the Rotation Model.

Imaging a class of 40 students (normal nowadays). A course build with the rotation model in mind is a course in which the students rotate on a fixed schedule or at the teacher’s discretion between learning modalities, At least one of which is online learning. The students learn mostly on the brick and mortar campus. There are a few possible ways to use the Rotation Model

  • station rotation, a model in which students experience the rotation model within a contained classroom or group of classrooms. The Station Rotation model differs front the Individual Rotation model because students rotate through all of the stations, not only those on their custom schedules.
  • Individual rotation, a course in which each student has an individualized playlist and does not necessarily rotate to each available station or modality. An algorithm sets individual student schedules.
  • Lab rotation; a course in which students rotate to computer lab for the online-learning station
  • Flipped classroom; a course in which students participate in online learning off-site in place of traditional homework and then attend the brick-and-mortar school for face-to-face guided practice or projects.

The other models were the Flex Model, the A La Carte Model and the Enrich Virtual Model. In another blogpost I’ll write about these models.

– See more at: http://www.blendedlearning.org/models/#sthash.ZJHZrhfD.dpuf

Proficiency Based Learning

This week I was introduced to the concept of Proficiency -based learning. And I must say I was charmed by this concept. Proficiency-based learning refers to systems of instruction, assessment, grading, and academic reporting that are based on students demonstrating that they have learned the knowledge and skills they are expected to learn as they progress through their education.

Defining proficiency-based learning is complicated by the fact that educators not only use a wide variety of terms for the general approach, but the terms may or may not be used synonymously from place to place. A few of the more common synonyms include competency-based, mastery-based, outcome-based, performance-based, and standards-based education, instruction, and learning, among others.

Proficiency-based teaching and learning builds upon and enhances standards-based education with the following common features:

Student centered instruction: The individual student is at the center of the learning process; the teacher acts on the expectation that all students will achieve at a proficient level given the necessary supports. Teachers adjust instruction to allow students to learn at their own rates and provide supports to all students.

Standards-based: Explicit learning outcomes or targets are derived from well-defined standards that clearly articulate what students must know and be able to do.

Student engagement: Once students understand the learning targets and proficiency levels to be attained, they take responsibility and ownership for their learning with appropriate teacher support. Students are active, intentional partners in the learning process

Students are evaluated on performance: Students demonstrate that they have become proficient at each learning outcome/target. Students are allowed multiple opportunities to demonstrate learning. Grading and credits are based on demonstrated proficiency only.

Formative assessment: On-going formative assessments are used throughout the instructional cycle to monitor student progress, provide feedback on learning goals, adjust instruction and provide additional supports.

Collaboration among educators: Teachers work collaboratively with colleagues to improve instruction based on student outcomes. Professional learning communities are focused and targeted on instructional effectiveness.

Instructional leadership: The principal and district office create the necessary conditions in the school to support teachers’ proficiency-based practice.

Learning vs. time based: Students move at their own pace. Seat time is not the measure of learning.

If students fail to meet expected learning standards, they typically receive additional instruction, practice time, and academic support to help them achieve proficiency or meet the expected standards. In practice, proficiency-based learning can take a wide variety of forms from state to state or school to school—there is no single model or universally used approach.

While schools often create their own proficiency-based systems, they may also use systems, strategies, or models created by state education agencies or outside educational organization.

Proficiency-based learning is generally seen as an alternative to more traditional educational approaches in which students may or may not acquire proficiency in a given course or academic subject before they earn course credit, get promoted to the next grade level, or graduate. While the goal of proficiency-based learning is to ensure that more students learn what they are expected to learn, the approach can also provide educators with more detailed or fine-grained information about student learning progress, which can help them more precisely identify academic strengths and weakness, as well as the specific concepts and skills students have not yet mastered.

When schools transition to a proficiency-based system, it can entail significant changes in how a school operates and teaches students, affecting everything from the school’s educational philosophy and culture to its methods of instruction, testing, grading, reporting, promotion, and graduation. Schools may also use different methods of instruction and assessment to determine whether students have achieved proficiency, including strategies such as demonstrations of learning, learning pathways, personal learning plans, portfolios, rubrics, and capstone projects, to name just a few.

Proponents of proficiency-based learning may argue that the approach greatly improves the chances that students will learn the most critically important knowledge, concepts, and skills they will need throughout their lives, and that proficiency-based learning can help to eliminate persistent learning gaps, achievement gaps, and opportunity gaps.

Critics of proficiency-based learning may argue that the transition will require already overburdened teachers to spend large amounts of time—and possibly uncompensated time—on extra planning, preparation, and training, and that proficiency-based learning can be prohibitively difficult to implement, particularly at a statewide level.

Bibliography

http://edglossary.org/proficiency-based-learning/

http://www.maine.gov/doe/proficiency/standards/pbls-model.html

http://education.vermont.gov/proficiency-based-learning

Click to access proficiency-based-instruction-and-assessment.pdf

Click to access proficiency-based-tl-evolution.pdf

Het andere brein

De afgelopen weken ben ik gedwongen na te denken over mijn IK. Door een aantal zaken liep ik volkomen vast en ik moest hulp van een haptonoom inroepen om los te komen. Of om in ieder geval mijn eigen IK te begrijpen. Na een aantal sessies kwam ineens het lichtje. Een lichtje waardoor ik rationeel wel kan begrijpen waarom sommige mensen anders reageren dan ik zou doen. Er zijn twee compleet verschillen breinen.Screen Shot 2015-02-26 at 11.22.19Misschien voor jullie, de lezer van deze blog, allang bekend, maar in mijn hoofd was er maar een basisbrein mogelijk en was er iets anders mis met de anders denkenden. Maar al pratende konden we bovenstaande afbeelding spiegelen en de bijpassende woorden erbij benoemen. Screen Shot 2015-02-26 at 11.32.28En als ik dan in het brein van de ander probeer te komen, krijg ik ineens een heel ander beeld. Mensen met product als brein denken eerst aan het op te leveren product en dan aan de mensen, zij bedenken welk mens er bij die ene specifieke taak past. Mensen die eerst aan de mensen denken, bedenken welke taak het beste bij dat ene specifieke mens past.  Misschien een beetje lastig uit te leggen. Ik vermoed dat de mensenbrein weet wat ik bedoel en de productiebrein zal waarschijnlijk denken: “Het is toch hetzelfde de taak wordt toch gedaan door degene die daar het beste in is”. Maar dat is in mijn brein niet zo. De taak wordt gedaan doordegene die daar gemotiveerd voor is. Dat hoeft niet de beste te zijn. Met een beetje hulp kan de gemotiveerde mens heel veel. Het woordje samenwerken is een mooi voorbeeld van het verschil in denken. Mensenbreinen doen aan Samenwerken, productbreinen doen aan samenWerken.

Met dit besef kom ik er nu achter dat veel van mijn frustratie ontstaat wanneer ik productbreinen tegenkom, die vooral voor de taak gaan en vergeten dat ze met mensen te maken hebben. Mensen zijn nogal complex. Naar het schijnt moet je ze motiveren en ieder op zijn of haar eigen manier. Een productbrein moet je aanspreken op het werk, maar een mensenbrein moet je toch echt aanspreken op het mens-zijn. Helaas kom ik nu telkens na de confrontatie tot de conclusie dat ik weer te maken heb gehad met een productbrein. Een volgend leerpuntje!

.

Overdenkingen: Onafhankelijkheid

Normaal zou ik niet snel schrijven over een boek dat ik gelezen heb. Maar in dit geval en in deze omstandigheden kan ik het niet laten. Nog niet zo lang geleden was daar die aanslag op Charlie Hebdo. Een aanslag omdat zij durfde te zeggen wat zij dachten. En daarna kreeg ik dit boek. Ik wilde dit boek graag lezen omdat het gaat over de Indonesische geschiedenis en om redenen die er nu niet toe doen (i) interesseert dieScreen Shot 2015-02-01 at 17.08.13 geschiedenis mij enorm. Ik begon te lezen en binnen twee dagen was het uit en bleef ik verbaasd achter. Hoe kan een boek wat een geschiedenis van voor 1900 beschrijft en opgeschreven is in 1973 zo actueel zijn.

Het boek gaat over onafhankelijkheid, vrijheid om te zijn wie je bent en gelijke rechten voor iedereen. Een boek waarin een vrouw van de laagste klasse in toenmalig Indonesië, (een Njai, een concubine) door zelf-gestuurd leren een geletterde vrouw wordt. Die een groot bedrijf runt maar die nooit voor vol kan worden aangezien, omdat dat nu eenmaal de norm was in die tijd.

Over een HBS student die bijna zelf-gestuurd alle kennis die hij aangeboden krijgt absorbeert en die nadenkt over wat er in de wereld om hem heen gebeurd. Maar ook hij, met al zijn kennis, zal nooit voor vol worden aangezien omdat hij een “native” is.

Dit boek gaat over het huwelijk van de HBS-student met de dochter van de Njai. Het meisje is een “Indo” en daarmee is zij van een hogere klasse dan haar moeder en haar echtgenoot. Het meisje is geboren uit een niet erkende relatie van haar moeder met een Nederlander (hij had haar moeder gekocht toen ze 14 was).

Het boek gaat over de taal die iemand mag spreken. Ook al ken je zo goed Nederlands, maar als native en als Njai spreek je tijdens officiële gelegenheden, Maleis. Dat hoort zo, dat is de norm.  Het boek gaat over wat je mag zijn, welk beroep je mag uitvoeren. Wederom omdat je behoort tot een bepaalde klasse en dat is de norm.

En toen ging ik denken. Wat is er nu anders? Ik denk dat iedereen zich weleens afvraagt wat nu eigenlijk normaal is. Wat is de norm. De norm is volgens mij niet opvallen. Je hele leven leer je niet op te vallen. Doe maar gewoon dan doe je gek genoeg. Of een nog ouder gezegde: Wie voor een dubbeltje geboren is, wordt nooit een kwartje. (voor de jongeren onder ons wie als 10 cent geboren is wordt nooit 25 cent) Maar wat nu als je anders bent. Wat nu als je geboren wordt in een achterbuurt van een grote stad gaat en naar een zwarte school gaat. Of wat nu als je op het platteland geboren wordt en naar een kleine plattelandsschool gaat. Wordt je dan nooit meer als wat je ouders zijn? Wat is dat meer eigenlijk? Vind je dan zelf niet dat je tot een lagere klasse hoort? Wat nu als je dyslexie hebt of superintelligent bent (of allebei). Is dat dan anders dan de norm. Kinderen worden nog te vaak in een vakje geplaatst. Hoe goed bedoeld ook.

Ik vind de wereld uit het boek en de wereld van nu niet zo anders. Discriminatie op basis van waar je geboren bent is nog steeds zo gewoon. Niet alleen binnen het onderwijs, maar ook tussen volwassenen onderling. Hoewel ik mij niet buitengesloten voel, ken ik import Zeeuwen die zich nooit geaccepteerd voelden en weer terug naar de Randstad zijn gegaan. En andersom ken ik Zeeuwen die in de Randstad zijn gaan wonen en daar werden gezien als boertjes van buten (Deze mensen kwamen uit Vlissingen, niet echt buten) en daarom terug zijn gekomen naar Zeeland. We doen het nog steeds.

En nee ik ben niet negatief over deze wereld, slechts verbaasd.

Wat ik mis in het competentie denken.

Het onderwijs is al jaren in de ban van het competentiegericht denken. Houding, kennis en kunde komen bij het competentie denken bij elkaar. Maar ik heb al een hele tijd het gevoel dat ik daarin iets mis. Maar ik kon er niet achter komen wat. Gelukkig heb ik de MOOC’s om die kennis die ik mis wel te krijgen en ik ben vandaag begonnen met een MOOC Discover your value. En tijdens de eerste Module stuit ik op de theorie van Davenport(1999). En hij voegt TALENT toe aan vaardigheid, kennis en gedrag. Daarbij gaat het om de aanleg van iemand om een bepaalde taak uit te voeren. Terwijl gedrag aan te leren is, is het talent van iemand dat vaak niet.

Het inzetten van het mensenlijk kapitaal in een organisatie heeft Davenport in een formule weer gegeven.

investeringen in menselijk kapitaal = (vermogen + gedrag) x inspanning x tijd

En onder het vermogen verstaat hij dus kennis, kunde EN talent. Ik vond het heel bijzonder om te lezen dat talent wordt gezien als onderdeel van het human Capital, maar bedenk me ook dat het onderwijs er nauwelijks aandacht aan besteedt. Terwijl als we mogen doen waar we goed in zijn, we toch duidelijk efficiënter (lees productiever) werken. En de les ging nog verder. Er kwam een woord langs dat enige tijd geleden een soort modewoord was en te pas en te inpas werd gebruikt. Passie! Tijdens een TED-talk van 2012 gaf Larry Schmit aan dat interessant niet goed genoeg is. Maar dat passie kan leiden tot geweldige resultaten. PASSIE! Eigenlijk is dat toch een mooi woord. En gevoel van warmte komt bij mij naar boven als ik aan het woord Passie denk. En bij mij is die passie direct gelinkt met leren. Extreme learner noemen ze mij en al die mensen die nooit genoeg krijgen van kennis vaardigheden en gedrag en zo hun talent voor leren delen. Heerlijk om docent zijn te zijn als je passie

Maar als we weten welke invloed talent kan hebben zouden we er in het onderwijs actief meer mee moeten doen. Het onderwijs zoals ik het ken is te weinig gedifferentieerd. Terwijl basisscholen er druk mee zijn verdwijnt het in de latere onderwijsinstellingen. Lijkt mij een mooie uitdaging. Geen een doel meer maar ieder zijn eigen doelen uitgaand van zijn of haar talenten.
Nu ga ik er eens over denken. En dit blijft toch de meest sprekende afbeelding die ik ken. Hoezo differentiëren .

2015/01/img_7789.png

Over de vrijheid van meningsuiting en of die eigenlijk wel bestaat.

7 januari 2015 Het nieuwe jaar wordt wel met een hele bizarre gebeurtenis ingeluid. Twee zwaar bewapende mannen vallen de redactie van het weekblad Charlie Hebdo binnen. Zij doden daar een 10-tal cartoonisten, journalisten en redactiemedewerkers, nadat zij eerst bScreen Shot 2015-01-11 at 11.07.34uiten het gebouw twee politiemannen hebben omgebracht. Charlie Hebdo is een Franstalig satirisch weekblad, die zijn artikelen met cartoons illustreert. Die cartoons zijn satirisch!!!!! Humoristisch!!!! Dus ze kunnen kwetsend zijn voor mensen zonder humor of voor fundamentalistische mensen. Dat was de reden voor de aanslag op de krant.

Gelijktijdig werd in een andere wijk van Parijs een politie-agente gedood en een andere agent verwond. in eerste instantie werd er nog geen link gelegd tussen die twee gebeurtenissen. De dag erna wel.

Een van de aanslagplegers op Charlie Hebdo heeft de franse politie geholpen door zijn ID-kaart achter te laten. De klopjacht kon beginnen.

Intussen was de hele wereld in rep en roer. Er waren globaal gezien 4 soorten reacties. De eerste was die van de onwetenden Wat is er gebeurd? Sommige mensen lezen en kijken geen nieuwszenders. Kan gebeuren. De tweede reactie was die van de dommen: Zie je nu wel dat het Islam gevaarlijk is. En meer van dat soort onzin zinnen. Die kan je het beste negeren, maar in dit geval kon ik dat niet altijd. 2 mannen is nog niet een heel geloof. Zucht en maar weer door gaan. De derde reactie ging vooral over de doodgeschoten mensen. 10 mensen zomaar doodgeschoten. De reden ontging deze mensen, maar is ook niet erg. De vierde reactie was van de mensen die verder dachten 10 mensen doodgeschoten omdat ze kritiek durven te uiten (op alles eigenlijk), omdat ze uit durven te komen voor hun mening en deze met humor met de wereld delen. Omdat ze het potlood als wapen gebruiken en niet het geweer. Overal op social media verschenen twee soorten foto’s

Screen Shot 2015-01-11 at 11.18.19 Screen Shot 2015-01-11 at 11.18.40

Deze twee afbeeldingen werden tijdens de vele bijeenkomst het symbool van medeleven en de eis van de mensen om de vrijheid van meningsuiting te respecteren. Wat het opsteken van het potlood doe je niet zomaar, dat doe je met een belofte. Namelijk de belofte dat jij je de mond niet laat snoeren. Daarover later in deze blog die langer wordt dan je normaal van mij gewend bent.

Maar de aanslag had een vervolg. De klopjacht op de twee broers die de aanslag op Charlie Hebdo hadden gepleegd ging door tot zij in een drukkerij vastliepen. Toen bleek ineens dat de twee aanslagen van de dag ervoor wel een relatie hadden. Een derde jihadstrijder, die gezocht werd voor de aanslag op de agenten,  gijzelde in Parijs een aantal mensen in een joodse supermarkt en dreigde mensen te doden als de broers geen vrijgeleide kregen. De broers wilden dat eigenlijk niet, zij wilden als martelaren sterven en dus kozen zij er zelf voor om al schietend uit de drukkerij te gaan en natuurlijk gedood te worden. Toen moest de franse politie wel heel snel ook in actie komen bij de supermarkt. Intussen had de gijzelnemer daar al vier mensen gedood (maar dat waren nog maar geruchten). Tijdens de actie van de politie kwam deze gijzelnemer ook om.

Maar nu het potlood

Untitled

Het potlood staat voor de kracht van het woord (geschreven, getekend, gesproken enz) en de vrijheid die mensen moeten hebben om hun mening te kunnen zeggen. Daar sta ik ook voor. Maar dat is niet in alle landen normaal. Op dit moment wordt een Saudische blogger, Raif Badawi, gestraft met 1000 stokslagen (50 per week, dan heeft hij iets om naar uit te kijken. #NOT #Walgelijk) en 10 jaar celstraf. Waarom? Omdat hij kritische blogt. Er lopen wat acties op de sociale media. Kijk er eens naar en kom in actie.

Veel gesprekken die ik over het hebben van de vrijheid om je mening te uiten,  had met vrienden eindigden altijd met dezelfde vraag. Hebben we die vrijheid wel?

Jawel formeel wel. In dit land zal je niet in de gevangenis worden gezet of krijg je 100 stokslagen omdat je je mening zegt of schrijft. Je kan er zelfs een politieke partij mee stichten. En of ik het nu eens ben met die ideeën of niet, we accepteren dat mensen een mening hebben.

Maar nu op een wat lager niveau. Hoeveel van ons zeggen op het werk precies wat zij vinden? Hoeveel van ons schrijven een blog omdat ze een wantoestand tegen komen? Proberen we allemaal niet voor de lieve vrede juist niet alles te zeggen wat we denken? Proberen we allemaal niet positief te blijven. Zelfs Youp van het Hek gaf toe dat hij goed nadacht over wat hij in zijn column schrijf en hij wordt toch gezien als iemand die zegt waar het op staat.  Is fatsoen dan datgene dat ons censureert en niet de overheid of de staat of wie dan ook. Zijn wij zelf niet de grootste bedreiging voor de vrijheid van het uiten van onze mening?

Denk er maar eens over na.