De fotograaf

Of ik de uitdaging van Frans Droog wilde aangaan. Ik kreeg samen met een aantal andere Edubloggers de keuze uit een aantal afbeeldingen. Of we naar aanleiding van een van die afbeeldingen een blog wilden schrijven voor een nieuwe Uitdaging: #BlimageNL. Bloggen naar aanleiding van een image.

In de blog van Frans waren afbeeldingen te zien van een rups, een (volgens mij heerlijk) glas cafe creme, een eenzame auto bij een school (in de winter want er is sneeuw op de foto te zien) en zo’n foto die iedereen wel eens heeft gemaakt. Een foto van een stuk vloer met wat schoenen en stoelpoten.

Hier moest ik het mee doen.

Een rups wordt een mooie vlinder, deze afbeelding staat garant voor een blog over de ontwikkeling van het kind. Te voorspelbaar voor mij.

De koffie op een ijskoude ochtend terwijl je blijkbaar helemaal alleen op school bent staat voor de hard werkende leraar die we allemaal zijn. Blijft de ongelukkige voeten en vloer foto over. De basis van alles, die per ongeluk in beeld wordt gebracht. Die foto past helemaal bij mij

. Screen Shot 2015-07-24 at 19.09.40

Als docent onderzoeksvaardigheden mag ik in september weer een aantal studenten de basis van ieder onderzoek aanleren. Het zoeken en vinden van bruikbare informatie. Een ding weet ik zeker de studenten van nu zijn lang niet zo digitaal vaardig als wij met z’n allen denken.

Om het op een systematische en leuke manier aan te leren heb ik onlangs het boek ‘The Big6 Workshop Handbook’ van Eisenberg en Berkowitz aangeschaft. In 6 stappen (daar zijn de voeten van de foto) beschrijven zij een methode van Information Problem Solving. (Sorry van de liefhebbers van onze Nederlandse taal, maar sommige woorden zijn in het Engels echt veel mooier.)

Afijn de stappen die zij nemen zijn de volgende zes:.

Screen Shot 2015-07-24 at 18.18.59

Om het duidelijker te maken “loop” ik de stappen met jullie door aan de hand van het probleem van de fotograaf van de foto. Stel hij wil zijn fotografische vaardigheden verbeteren en stel hij wil geen cursus volgen. Daar heeft hij geen tijd voor, hij heeft het al zo druk. Voor het gemak noem ik de fotograaf Frans.

Frans gaat op een warme zomer dag buiten aan tafel zitten met een lekker kopje koffie. En terwijl de hond de kinderen van achter een hek in de gaten houdt (is een labrador echt zo gevaarlijk?) bedenkt Frans zijn informatie probleem en bedenkt hij welke informatie hij nodig heeft (stap 1). Frans’ probleem is dat hij een probleem heeft met de positionering van zijn lens in de richting van zijn doel. Hij besluit dat hij artikelen nodig heeft, maar misschien toch ook wat beeldmateriaal, zodat hij daadwerkelijk kan zien wat de bedoeling is. Bovendien bedenkt hij dat hij ook nog iemand zou kunnen interviewen. Iemand met verstand van fotograferen. (stap 2). Terwijl Rupsje nooit genoeg zich door zijn boekje heen eet, schrijft Frans in hetzelfde boekje waar hij die informatie kan vinden. Artikelen wil hij gaan zoeken met Google en Yippy.com (kennen jullie deze zoekmachine? Het is een hele handige, categoriseert gelijk je gevonden informatie). Op YouTube hoopt Frans beeldmateriaal te vinden en als hij het daar niet vindt, wil hij Pinterest gebruiken (natuurlijk houdt hij rekening met de Creative Commons Licenties). Via twitter wil hij de experts benaderen (Stap 3).

Hij gaat een avondje achter zijn computer zitten (Ik stel me zo voor dat hij op een zolderkamertje zit tussen stapels papieren, ik weet niet waarom ik dat zo denk, maar dat is mijn vakantie fantasie)

Hij zoekt en vindt alle informatie die hij nodig heeft (stap4). Hij plaats ze in een  volgorde die handig voor hem is en hij gaat er mee aan de slag (stap 5). Het duurt misschien tot de winter, maar als hij op een goede dag zijn auto voor de school mooi in beeld krijgt bedenkt hij dat hij wat geleerd heeft (stap 6).

Bij deze mijn aandeel in de uitdaging. Ik hoop dat jullie ervan genoten hebben en dat jullie er iets van geleerd hebben.

Advertisements

Het andere brein

De afgelopen weken ben ik gedwongen na te denken over mijn IK. Door een aantal zaken liep ik volkomen vast en ik moest hulp van een haptonoom inroepen om los te komen. Of om in ieder geval mijn eigen IK te begrijpen. Na een aantal sessies kwam ineens het lichtje. Een lichtje waardoor ik rationeel wel kan begrijpen waarom sommige mensen anders reageren dan ik zou doen. Er zijn twee compleet verschillen breinen.Screen Shot 2015-02-26 at 11.22.19Misschien voor jullie, de lezer van deze blog, allang bekend, maar in mijn hoofd was er maar een basisbrein mogelijk en was er iets anders mis met de anders denkenden. Maar al pratende konden we bovenstaande afbeelding spiegelen en de bijpassende woorden erbij benoemen. Screen Shot 2015-02-26 at 11.32.28En als ik dan in het brein van de ander probeer te komen, krijg ik ineens een heel ander beeld. Mensen met product als brein denken eerst aan het op te leveren product en dan aan de mensen, zij bedenken welk mens er bij die ene specifieke taak past. Mensen die eerst aan de mensen denken, bedenken welke taak het beste bij dat ene specifieke mens past.  Misschien een beetje lastig uit te leggen. Ik vermoed dat de mensenbrein weet wat ik bedoel en de productiebrein zal waarschijnlijk denken: “Het is toch hetzelfde de taak wordt toch gedaan door degene die daar het beste in is”. Maar dat is in mijn brein niet zo. De taak wordt gedaan doordegene die daar gemotiveerd voor is. Dat hoeft niet de beste te zijn. Met een beetje hulp kan de gemotiveerde mens heel veel. Het woordje samenwerken is een mooi voorbeeld van het verschil in denken. Mensenbreinen doen aan Samenwerken, productbreinen doen aan samenWerken.

Met dit besef kom ik er nu achter dat veel van mijn frustratie ontstaat wanneer ik productbreinen tegenkom, die vooral voor de taak gaan en vergeten dat ze met mensen te maken hebben. Mensen zijn nogal complex. Naar het schijnt moet je ze motiveren en ieder op zijn of haar eigen manier. Een productbrein moet je aanspreken op het werk, maar een mensenbrein moet je toch echt aanspreken op het mens-zijn. Helaas kom ik nu telkens na de confrontatie tot de conclusie dat ik weer te maken heb gehad met een productbrein. Een volgend leerpuntje!

.

Overdenkingen: Onafhankelijkheid

Normaal zou ik niet snel schrijven over een boek dat ik gelezen heb. Maar in dit geval en in deze omstandigheden kan ik het niet laten. Nog niet zo lang geleden was daar die aanslag op Charlie Hebdo. Een aanslag omdat zij durfde te zeggen wat zij dachten. En daarna kreeg ik dit boek. Ik wilde dit boek graag lezen omdat het gaat over de Indonesische geschiedenis en om redenen die er nu niet toe doen (i) interesseert dieScreen Shot 2015-02-01 at 17.08.13 geschiedenis mij enorm. Ik begon te lezen en binnen twee dagen was het uit en bleef ik verbaasd achter. Hoe kan een boek wat een geschiedenis van voor 1900 beschrijft en opgeschreven is in 1973 zo actueel zijn.

Het boek gaat over onafhankelijkheid, vrijheid om te zijn wie je bent en gelijke rechten voor iedereen. Een boek waarin een vrouw van de laagste klasse in toenmalig Indonesië, (een Njai, een concubine) door zelf-gestuurd leren een geletterde vrouw wordt. Die een groot bedrijf runt maar die nooit voor vol kan worden aangezien, omdat dat nu eenmaal de norm was in die tijd.

Over een HBS student die bijna zelf-gestuurd alle kennis die hij aangeboden krijgt absorbeert en die nadenkt over wat er in de wereld om hem heen gebeurd. Maar ook hij, met al zijn kennis, zal nooit voor vol worden aangezien omdat hij een “native” is.

Dit boek gaat over het huwelijk van de HBS-student met de dochter van de Njai. Het meisje is een “Indo” en daarmee is zij van een hogere klasse dan haar moeder en haar echtgenoot. Het meisje is geboren uit een niet erkende relatie van haar moeder met een Nederlander (hij had haar moeder gekocht toen ze 14 was).

Het boek gaat over de taal die iemand mag spreken. Ook al ken je zo goed Nederlands, maar als native en als Njai spreek je tijdens officiële gelegenheden, Maleis. Dat hoort zo, dat is de norm.  Het boek gaat over wat je mag zijn, welk beroep je mag uitvoeren. Wederom omdat je behoort tot een bepaalde klasse en dat is de norm.

En toen ging ik denken. Wat is er nu anders? Ik denk dat iedereen zich weleens afvraagt wat nu eigenlijk normaal is. Wat is de norm. De norm is volgens mij niet opvallen. Je hele leven leer je niet op te vallen. Doe maar gewoon dan doe je gek genoeg. Of een nog ouder gezegde: Wie voor een dubbeltje geboren is, wordt nooit een kwartje. (voor de jongeren onder ons wie als 10 cent geboren is wordt nooit 25 cent) Maar wat nu als je anders bent. Wat nu als je geboren wordt in een achterbuurt van een grote stad gaat en naar een zwarte school gaat. Of wat nu als je op het platteland geboren wordt en naar een kleine plattelandsschool gaat. Wordt je dan nooit meer als wat je ouders zijn? Wat is dat meer eigenlijk? Vind je dan zelf niet dat je tot een lagere klasse hoort? Wat nu als je dyslexie hebt of superintelligent bent (of allebei). Is dat dan anders dan de norm. Kinderen worden nog te vaak in een vakje geplaatst. Hoe goed bedoeld ook.

Ik vind de wereld uit het boek en de wereld van nu niet zo anders. Discriminatie op basis van waar je geboren bent is nog steeds zo gewoon. Niet alleen binnen het onderwijs, maar ook tussen volwassenen onderling. Hoewel ik mij niet buitengesloten voel, ken ik import Zeeuwen die zich nooit geaccepteerd voelden en weer terug naar de Randstad zijn gegaan. En andersom ken ik Zeeuwen die in de Randstad zijn gaan wonen en daar werden gezien als boertjes van buten (Deze mensen kwamen uit Vlissingen, niet echt buten) en daarom terug zijn gekomen naar Zeeland. We doen het nog steeds.

En nee ik ben niet negatief over deze wereld, slechts verbaasd.

Wat ik mis in het competentie denken.

Het onderwijs is al jaren in de ban van het competentiegericht denken. Houding, kennis en kunde komen bij het competentie denken bij elkaar. Maar ik heb al een hele tijd het gevoel dat ik daarin iets mis. Maar ik kon er niet achter komen wat. Gelukkig heb ik de MOOC’s om die kennis die ik mis wel te krijgen en ik ben vandaag begonnen met een MOOC Discover your value. En tijdens de eerste Module stuit ik op de theorie van Davenport(1999). En hij voegt TALENT toe aan vaardigheid, kennis en gedrag. Daarbij gaat het om de aanleg van iemand om een bepaalde taak uit te voeren. Terwijl gedrag aan te leren is, is het talent van iemand dat vaak niet.

Het inzetten van het mensenlijk kapitaal in een organisatie heeft Davenport in een formule weer gegeven.

investeringen in menselijk kapitaal = (vermogen + gedrag) x inspanning x tijd

En onder het vermogen verstaat hij dus kennis, kunde EN talent. Ik vond het heel bijzonder om te lezen dat talent wordt gezien als onderdeel van het human Capital, maar bedenk me ook dat het onderwijs er nauwelijks aandacht aan besteedt. Terwijl als we mogen doen waar we goed in zijn, we toch duidelijk efficiënter (lees productiever) werken. En de les ging nog verder. Er kwam een woord langs dat enige tijd geleden een soort modewoord was en te pas en te inpas werd gebruikt. Passie! Tijdens een TED-talk van 2012 gaf Larry Schmit aan dat interessant niet goed genoeg is. Maar dat passie kan leiden tot geweldige resultaten. PASSIE! Eigenlijk is dat toch een mooi woord. En gevoel van warmte komt bij mij naar boven als ik aan het woord Passie denk. En bij mij is die passie direct gelinkt met leren. Extreme learner noemen ze mij en al die mensen die nooit genoeg krijgen van kennis vaardigheden en gedrag en zo hun talent voor leren delen. Heerlijk om docent zijn te zijn als je passie

Maar als we weten welke invloed talent kan hebben zouden we er in het onderwijs actief meer mee moeten doen. Het onderwijs zoals ik het ken is te weinig gedifferentieerd. Terwijl basisscholen er druk mee zijn verdwijnt het in de latere onderwijsinstellingen. Lijkt mij een mooie uitdaging. Geen een doel meer maar ieder zijn eigen doelen uitgaand van zijn of haar talenten.
Nu ga ik er eens over denken. En dit blijft toch de meest sprekende afbeelding die ik ken. Hoezo differentiëren .

2015/01/img_7789.png

Over de vrijheid van meningsuiting en of die eigenlijk wel bestaat.

7 januari 2015 Het nieuwe jaar wordt wel met een hele bizarre gebeurtenis ingeluid. Twee zwaar bewapende mannen vallen de redactie van het weekblad Charlie Hebdo binnen. Zij doden daar een 10-tal cartoonisten, journalisten en redactiemedewerkers, nadat zij eerst bScreen Shot 2015-01-11 at 11.07.34uiten het gebouw twee politiemannen hebben omgebracht. Charlie Hebdo is een Franstalig satirisch weekblad, die zijn artikelen met cartoons illustreert. Die cartoons zijn satirisch!!!!! Humoristisch!!!! Dus ze kunnen kwetsend zijn voor mensen zonder humor of voor fundamentalistische mensen. Dat was de reden voor de aanslag op de krant.

Gelijktijdig werd in een andere wijk van Parijs een politie-agente gedood en een andere agent verwond. in eerste instantie werd er nog geen link gelegd tussen die twee gebeurtenissen. De dag erna wel.

Een van de aanslagplegers op Charlie Hebdo heeft de franse politie geholpen door zijn ID-kaart achter te laten. De klopjacht kon beginnen.

Intussen was de hele wereld in rep en roer. Er waren globaal gezien 4 soorten reacties. De eerste was die van de onwetenden Wat is er gebeurd? Sommige mensen lezen en kijken geen nieuwszenders. Kan gebeuren. De tweede reactie was die van de dommen: Zie je nu wel dat het Islam gevaarlijk is. En meer van dat soort onzin zinnen. Die kan je het beste negeren, maar in dit geval kon ik dat niet altijd. 2 mannen is nog niet een heel geloof. Zucht en maar weer door gaan. De derde reactie ging vooral over de doodgeschoten mensen. 10 mensen zomaar doodgeschoten. De reden ontging deze mensen, maar is ook niet erg. De vierde reactie was van de mensen die verder dachten 10 mensen doodgeschoten omdat ze kritiek durven te uiten (op alles eigenlijk), omdat ze uit durven te komen voor hun mening en deze met humor met de wereld delen. Omdat ze het potlood als wapen gebruiken en niet het geweer. Overal op social media verschenen twee soorten foto’s

Screen Shot 2015-01-11 at 11.18.19 Screen Shot 2015-01-11 at 11.18.40

Deze twee afbeeldingen werden tijdens de vele bijeenkomst het symbool van medeleven en de eis van de mensen om de vrijheid van meningsuiting te respecteren. Wat het opsteken van het potlood doe je niet zomaar, dat doe je met een belofte. Namelijk de belofte dat jij je de mond niet laat snoeren. Daarover later in deze blog die langer wordt dan je normaal van mij gewend bent.

Maar de aanslag had een vervolg. De klopjacht op de twee broers die de aanslag op Charlie Hebdo hadden gepleegd ging door tot zij in een drukkerij vastliepen. Toen bleek ineens dat de twee aanslagen van de dag ervoor wel een relatie hadden. Een derde jihadstrijder, die gezocht werd voor de aanslag op de agenten,  gijzelde in Parijs een aantal mensen in een joodse supermarkt en dreigde mensen te doden als de broers geen vrijgeleide kregen. De broers wilden dat eigenlijk niet, zij wilden als martelaren sterven en dus kozen zij er zelf voor om al schietend uit de drukkerij te gaan en natuurlijk gedood te worden. Toen moest de franse politie wel heel snel ook in actie komen bij de supermarkt. Intussen had de gijzelnemer daar al vier mensen gedood (maar dat waren nog maar geruchten). Tijdens de actie van de politie kwam deze gijzelnemer ook om.

Maar nu het potlood

Untitled

Het potlood staat voor de kracht van het woord (geschreven, getekend, gesproken enz) en de vrijheid die mensen moeten hebben om hun mening te kunnen zeggen. Daar sta ik ook voor. Maar dat is niet in alle landen normaal. Op dit moment wordt een Saudische blogger, Raif Badawi, gestraft met 1000 stokslagen (50 per week, dan heeft hij iets om naar uit te kijken. #NOT #Walgelijk) en 10 jaar celstraf. Waarom? Omdat hij kritische blogt. Er lopen wat acties op de sociale media. Kijk er eens naar en kom in actie.

Veel gesprekken die ik over het hebben van de vrijheid om je mening te uiten,  had met vrienden eindigden altijd met dezelfde vraag. Hebben we die vrijheid wel?

Jawel formeel wel. In dit land zal je niet in de gevangenis worden gezet of krijg je 100 stokslagen omdat je je mening zegt of schrijft. Je kan er zelfs een politieke partij mee stichten. En of ik het nu eens ben met die ideeën of niet, we accepteren dat mensen een mening hebben.

Maar nu op een wat lager niveau. Hoeveel van ons zeggen op het werk precies wat zij vinden? Hoeveel van ons schrijven een blog omdat ze een wantoestand tegen komen? Proberen we allemaal niet voor de lieve vrede juist niet alles te zeggen wat we denken? Proberen we allemaal niet positief te blijven. Zelfs Youp van het Hek gaf toe dat hij goed nadacht over wat hij in zijn column schrijf en hij wordt toch gezien als iemand die zegt waar het op staat.  Is fatsoen dan datgene dat ons censureert en niet de overheid of de staat of wie dan ook. Zijn wij zelf niet de grootste bedreiging voor de vrijheid van het uiten van onze mening?

Denk er maar eens over na.

Zorgen

Ik maak mij zorgen. Zorgen over de toekomst van het Nederlands onderwijs. Kabinetsplannen zorgen voor een hoge druk van verschillende kanten. Prestatieafspraken die tot doel hebben de kwaliteit te verhogen leiden in de praktijk tot een hogere werkdruk, omdat docent nu eenmaal willen laten zien dat ze het met die afspraken eens zijn. En dus gaan ze massaal hun master halen (voor een deel in eigen tijd) waardoor er minder docenten voor de klas staan. Maar mensen met een master in een bepaald beroep willen niet allemaal voor de klas staan. Of zijn daar eenvoudig weg niet geschikt voor. Een master is nu eenmaal geen garantie voor kwaliteit. Mocht u die illusie hebben….mijn excuses. Daarnaast moeten docenten de kwaliteit van hun onderwijs ook aantonen door steeds meer administratieve handelingen te verrichten. Alles moet beschreven worden in drievoud als het even kan en voorzien van een x aantal handtekeningen. Omdat de instellingen al hun geld pompen in het onderwijs bezuinigen zij op de administratieve ondersteuning en komen die taken ook bij de docent.
Gelukkig (dit is ironisch bedoeld) is daar het leenstel. Vanochtend stond er in de krant dat studenten meer en meer gaan studeren in het buitenland. Vanuit Vlissingen is Gent niet zo ver. Het inschrijfgeld is daar wel omhoog gegaan maar dat is alleen maar slim van de Belgische overheid. Blijf nog onder de Nederlandse norm en die Nederlanders komen toch wel.
Wat rest ons, de Nederlandse instellingen, een paar hele rijke kinderen. Die kunnen we dan mooi alle aandacht geven. 1 op 1

Ik maak me zorgen.

De visie van Flippen

Gebruik maken van het model van Flipped classroom is niet is wat iedere docent zo maar kan.
Dat komt niet door de werkwijze. Studenten voorbereid de les in laten komen is de droom van iedere docent. Maar de student de regie durven geven wat en hoeveel hij leert is wat anders. Daar zijn sommige docenten nog niet klaar voor. Maar mijn ervaring is inmiddels Gewoon doen.
Maar flippen vraagt ook wat van de school en haar docententeam.

In tegenstelling tot wat wordt gezegd levert het Flippen van het onderwijs geen tijdwinst voor docent en student op. Maar het levert wel leerwinst op. Door de effectieve invulling van de tijd van student en docent kan er aandacht worden besteedt aan het diepere leren. Videomateriaal, podcasts, artikelen en eenvoudige oefeningen dienen als voorbereiding voor een werkcollege met de docent met eventueel een assistent. Tijdens de bijeenkomst met de docent werkt de student in groepen aan een of meerdere projecten. Het niveau van de projecten begint daar waar de voorbereidende stof eindigde en richt zich op het toepassen van de stof.

Dit vraagt van de docenten veel. Zij moeten hun onderwijs zo inrichten dat de studenten de avond voor de les, het voorbereidende materiaal kunnen gebruiken (zien, lezen,horen) en vervolgens moet de docent projecten beschrijven die uitdagen tot samenwerken.
Het flippen van het onderwijs kan ook in grote groepen. Het samenwerken gebeurd in kleinere groepen van 2-3 studenten. (Gewoon degene die naast elkaar in de collegezaal zitten) De docent loopt dan door de klas en kijkt over de schouder van de student mee.

Na de bijeenkomst is de student nog niet klaar. Hij moet hetgeen hij gedaan heeft in de klas nog bewerken tot een overzichtelijk geheel, maar dit is veel minder dan het huiswerk dat student zonder flippen krijgen.

Flippen is eigenlijk het in de praktijk toepassen van wat je de avond ervoor gezien, gelezen of gehoord hebt. Ik zie het als een verlenging van de les. Een deel vindt thuis plaats en een deel op school. Daar waar de student een expert nodig kan hebben is deze er ook.

I like it