Wat is de vraag?

Zo juist heb ik mijn eerste cursus, die volgens het flipped classroom-model gegeven zal worden, geschreven. Edmodo wordt de communicatietool met alle informatie die de studenten nodig hebben. MentorMob met een playlist van diverse websites en documenten.

Maar toen las ik over “Connective learning”. Het artikel in Edudemic begon met een video (prachtig dat zie je toch niet in papieren versies van tijdschriften). In de video sprak een professor uit VS over het ontwerpen van onderwijs voor de 21st eeuw. Zij is van mening dat het onderwijs totaal moet veranderen. En dat we moeten beginnen met het eind. Niet langer moeten wij werken naar de resultaten, maar we moeten ons afvragen welke leerervaring wij onze studenten willen bieden. En ik ben het met haar eens. Wij kunnen niet differentiëren als wij de studenten allemaal dezelfde richting op sturen. Met de toets in gedachten het onderwijs ontwerpen….het kan niet meer.

Project based learning, samenwerken, communiceren, ervaren (ieder op zijn of haar eigen niveau en tempo) en ervoor zorgen dat de student zich betrokken voelt bij zijn eigen onderwijs. Leren doen ze immers niet voor ons docenten of voor hun ouders. Leren doen zij voor hun eigen toekomst. Na mijn overdenking over wat de docenten nu eigenlijk zouden moeten kunnen bieden aan de studenten nu de vraag wat kunnen de studenten zichzelf bieden en hoe kan het onderwijs hen daarbij helpen.

Langzaam ontstaan er nieuwe mogelijkheden om alle “dots” aan elkaar te koppelen. Maar het vraagt om een complete verandering van het denken over en ontwikkelen van het onderwijs. Een uitdaging en een hele leuke

Advertisements

Overdenking

Wat een beter tijdstip voor een overdenking dan een Zondagochtend. Mijn geloof ligt in het onderwijs van mensen dus beter kan niet. Mijn overdenking begon vanochtend toen ik The World is Flat van Thomas Friedman las. In zijn boek beschrijft hij een wereld die verandert door de mogelijkheden van het Web. Outsoutching, homesourching, alles is mogelijk geworden door het world wide web. Toen dwaalden mijn gedachten richting het onderwijs en tot mijn schrik bedacht ik mij dat het web ook een enorme bron van kennis is. Kennis die vrijelijk gedeeld wordt en die door anderen aangevuld of gecorrigeerd wordt.

Ik woon in een dunbevolkte regio. Er is nieuwe kennis, maar vaak blijft deze kennis beperkt tot het bedrijf of de directe omgeving van de “uitvinder”.  En dat is jammer. Het is dubbel jammer omdat de mogelijkheid tot verspreiding ( en verkrijgen)zo voor de hand liggend en voor iedereen toegankelijk is: het web.

Het is slechts een handje vol mensen die van die mogelijkheid gebruik maken. Het zijn geen pioniers meer, want die Web wereld is allang ontdekt. We ( ik hoor daar gelukkig ook bij) zijn tijdig op die trein gesprongen en we rijden mee. Maar wat nu met degene die de trein gemist hebben of moedwillig voorbij  hebben laten gaan? Wat nu als dat net de mensen zijn die de jonge mensen moeten onderwijzen? Is hun kennis dan achterhaald?

Ik weet het niet. Veel van mijn collega’s zijn zeer kundige mensen zonder twitter of wat dan ook. Maar ik weet wel dat het risico er is en ik vraag mij dan ook af of een school in een regio zoals Zeeland zich juist in digital literacy zou moeten specialiseren, zodat er van alle kennisbronnen gebruik kan worden gemaakt.

Het maakt niet meer uit of je, zoals ik nu, op een boerderij in het buitengebied zit of in een appartement in Rotterdam (of welke andere stad dan ook). Alle kennis ligt vlak naast je. Je hoeft het alleen maar te pakken. En bedenk dan of we de juiste prioriteit in het onderwijs hebben.

Connecting the dots

Steve Jobs deed dit tijdens zijn beroemde toespraak voor afsturende studenten van de Stanford University in 2005 (Stanford University, 2005). Ik doe het achter mijn bureau tijdens mijn vakantie. De digitalisering van het onderwijs gaat snel en net als binnen de neurologie is het binnen de digitale wereld ook een kwestie van Connecting the dots.

In deze blog ga ik proberen twee punten samen te laten komen, namelijk: Constructivisme en technologie.

Constructivisme is en blijft daarbij de ruggengraat van het onderwijs. Dewey gaf in 1916 al aan dat de leren plaats vindt in de omgeving van de student. En dat interactie plaats vindt tussen de student en zijn omgeving. Kennis is dynamisch en gebaseerd op actieve ervaringen. Dewey zag de docent als een gids omdat het leren gebaseerd moest zijn op creatieve interactie en niet op gebaseerd moet zijn op een vooraf beschreven eindresultaat. De omgeving van de student anno nu bestaat voor een belangrijk deel online. Het web biedt een immense hoeveelheid bronnen die studenten gebruiken voor het oplossen van problemen en het opbouwen van kennis. Technologie biedt de student niet alleen de mogelijkheid kennis te vergaren, maar hij of zij kan ook kennis uiten op het net (blogs, wiki’s enz) of reflecteren op het geleerde (via fora en dergelijken). Maar gebruik maken van online technologie voor onderwijsdoeleinden betekent dat de docent rekening moet houden met een aantal zaken.

Ten eerste moet de technologie niet gebruikt worden omdat het gebruikt moet worden. Het belang van samenwerkend leren en creëren van nieuwe kennis mag niet uit het oog verloren worden.

De docent is facilitator en zal actief betrokken zijn bij het leren van al zijn studenten maar niet in die mate dat hij bepaalt wat er geleerd gaat worden. De docent is gids, coach, helpdesk enz.

Ondanks dat het leren voor een deel online plaats vindt moet de leersituatie zo authentiek mogelijk zijn. Dit betekent dat de problemen waar de studenten tijdens het project aan werken authentiek gemaakt moeten worden. Daarbij kan het beroepenveld een goede hulp zijn. Door toevoeging van opgenomen interviews enz. kunnen zij de opdracht van een authentiek sausje voorzien.

Tot slot twee zaken die extra aandacht nodig hebben om de kwaliteit van het geleerde te kunnen borging. Zelfsturing is een vaardigheid waarvan wij verwachten dat de student die heeft, maar niet alle studenten beschikken over voldoende zelfsturing om de juiste bronnen aan te boren. Wikipedia is een mooie start maar uiteindelijk willen we dat de studenten de juiste informatie verwerven en verwerken. De studenten leren hoe zij de bronnen en hun informatie op de juiste waarde moeten schatten is een 21st eeuwse vaardigheid die binnen de curricula van de opleidingen een steeds belangrijkere plaats gaan innemen.

Vervolgens moet de kennis getoetst worden. Ook hierbij kan gebruik gemaakt worden van technologie. Maar dit betekent een mindshift bij docenten. Ik stel u een vraag en ik zou het op prijs stellen als u mij uw antwoord via twitter stuurt (sschouwenaars). Is het erg als studenten samen thuis een toets maken?

Bibliografie

Dewey, J. (1916). Democracy and eduacation. New York: The Free Press.

Stanford University. (2005, June 14). You’ve got to find what you love, ‘Jobs says. Retrieved august 1, 2012, from Stanford University News: http://news.stanford.edu/news/2005/june15/jobs-061505.html

Modereren als nieuwe didactische vaardigheid

Op zoek naar informatie over Modereren als nieuwe didactische vaardigheid bij docenten, stuitte ik direct op het probleem. Er is namelijk een veelheid aan informatie en al zoekende raakte ik verward in deze overload aan informatie. Ik heb geprobeerd een mindmap van het onderwerp te maken. Door de mindmap kwam ik tot een aantal conclusies en als ik het fout zie graag een verbeteringsvoorstel.

1. Modereren is een vaardigheid die hoort in de leeromgeving van Technology Enhanced Learning (TEL) Technology enhanced learning (TEL) has the goal of providing socio-technical innovations (also improving efficiency and cost effectiveness) for learning practices, regarding individuals and organizations, independent of time, place and pace. The field of TEL therefore describes the support of any learning activity through technology.(Nagarajan & Wiselin Jiji, 2010)

2. Technology Enhanced Learning is Computer-supported collaborative learning (CSCL)  Computer-supported collaborative learning (CSCL) is an emerging branch of the learning sciences concerned with studying how people can learn together with the help of computers (Stahl, Koschmann, & Suthers, 2006)

3. Voor het uitvoeren van CSCL heeft de student 21st eeuwse vaardigheden nodig, zoals ICT geletterdheid.  Digital literacy is the ability to locate, organize, understand, evaluate, and analyze information using digital technology. It involves a working knowledge of current high-technology, and an understanding of how it can be used. Further, digital literacy involves a consciousness of the technological forces that affect culture and human behavior (Gurak, 2001)

4. En dit alles is Onderwijs 2.0 Within the context of core knowledge instruction, students must also learn the essential skills for success in today’s world, such as critical thinking, problem solving, communication and collaboration  (Partnership for 21st century skills, 2011)

5. Onderwijs 2.0 is (virtual) action learningAction learning is a group-based educational strategy that facilitates individual learning through engagement with group members in the solution of current, real and complex problems. (Stappenbelt, 2010) . Bij Virtual Action Learning gaat het om onderwijs waarbij ICT andere werkvormen mogelijk maakt (enabling) en het onderwijs ook verrijkt met nieuwe werkvormen (enhancing) en heel andere virtuele leeractiviteiten (Baeten, 2009)

Het is als docent al moeilijk om exact te bepalen welke bron waardevol is en welke niet. Modereren is noodzakelijk.

Modereren is volgens het woordenboek zorgen voor een goed verloop van de uitwisseling van informatie en ideeën in een gesprek of in een nieuwsgroep of op een website. Een ander (online) woordenboek houdt het bij termen als  beperken, matigen verzachten en verminderen.

Beide definities geven aan dat het geen eenvoudige opgave is. Het gaat erom dat je als docent uit een enorme hoeveelheid informatie de juiste informatie kan halen voor het onderwijs. En bovenal de studenten dit zelf ook te leren.

Aan mij de taak om goed te modereren om te komen tot een goed gestructureerd onderzoek.

Bibliografie

Baeten, J. (2009). Virtual Action Learning. Een opleidingsconcept over Samenlerend producerend met ICT. Breda: Citowoz.

Gurak, L. (2001). Cyberliteracy. New Haven: Yale University Press.

Nagarajan, P., & Wiselin Jiji, G. (2010). ONLINE EDUCATIONAL SYSTEM (e- learning). national Journal of u- and e- Service, Science and Technology, 37-48. http://www.sersc.org/journals/IJUNESST/vol3_no4/3.pdf

Partnership for 21st century skills. (2011, 03). Framework for 21st Century Learning. Opgeroepen op 07 30, 2012, van p21.org: http://www.p21.org/storage/documents/1.__p21_framework_2-pager.pdf

Stahl, G., Koschmann, T., & Suthers, D. (2006). Computer-supported collaborative learning: An historical perspective. In R. K. Sawyer (Ed.). Cambridge handbook of the learning sciences, pp. 409-426. http://www.gerrystahl.net/cscl/CSCL_English.pdf

Stappenbelt, B. (2010). The influence of action learning on student perception and performance. Australasian Journal of Engineering Education

Digital literacy en flipping the classroom door Virtual Action Learning

Al enige maanden volg ik nauwgezet alle sociale media op zoek naar de werkvorm die past bij digital literacy en flipping the classroom. Deze 2 aspecten van het onderwijs hebben al sinds enige tijd mijn aandacht. Dit omdat ik een verandering merk bij de studenten die de generieke cursussen volgen van mijn team, bijvoorbeeld onderzoeksmethoden en -technieken. Vol enthousiasme en zeer gemotiveerd beginnen zij aan deze cursussen maar na een aantal bijeenkomsten neemt het enthousiasme af. Van transfer van het geleerde naar andere cursussen is nauwelijks sprake. Het ligt niet aan de docenten of studenten. Op het moment dat de student onderzoek moet doen, komt hij met vragen naar dezelfde docenten en die geeft hem dan met liefde antwoord en instructie zodat de student verder kan. Het ligt dus aan het onderwijs. Het wordt op het verkeerde moment gegeven en misschien wel niet op de juiste manier waardoor het enthousiasme minder wordt.

ImageJongeren van nu leren niet meer door alleen te luisteren, misschien hebben ze dit nooit gedaan. Jongeren van nu hebben veel vragen, maar de antwoorden hierop googlen zij zelf. Door actief met de vraag bezig te zijn passen zij het gevonden antwoord ook toe tijdens situaties in het echte leven. Zij communiceren graag en veel met leeftijdsgenoten over uiteenlopende onderwerpen, dit doen zij via facebook, twitter of een ander sociaal medium. Kunnen wij hier iets mee binnen het onderwijs? Tijdens de onderwijsdagen (2011) stuitte ik op de 21st eeuwse vaardigheid ICT geletterdheid. Onder ICT geletterdheid wordt niet alleen verstaan dat studenten goed overweg kunnen met Word of Excel. ICT geletterdheid is het bewustzijn, de houding en mogelijkheid van individuen om op de juiste wijze digitale media te gebruiken om digitale bronnen te herkennen, gebruiken, beheersen, integreren, analyseren en synthetiseren om nieuwe kennis te generen, media producten te leveren en met anderen te communiceren in de context van speciale situaties met het doel constructieve sociale acties mogelijk te maken en te kunnen reflecteren op het proces (Ng, 2012). Maar met de invoering van ICT alleen verbetert de kwaliteit van onderwijs nog niet. Daarvoor is een andere inrichting van het onderwijs noodzakelijk. Flipping the classroom kan een oplossing bieden. Bij dit didactische model staat het thuis leren met behulp van video’s gemaakt door de docenten voorop. Studenten komen naar school voor bijeenkomsten met de docent en medestudenten. Tijdens deze bijeenkomsten kunnen vragen worden gesteld en wordt de opdracht afgemaakt. De tijd wordt besteed aan het leerproces van de student (Sams, Bergmann, & Bennett, 2012). Het klaslokaal is eigenlijk een groot leercentrum waar studenten samen werken aan een opdracht en de docent hen daarbij die begeleiding geeft die zij nodig hebben. Maar dat betekent ook dat de opdrachten anders geformuleerd moeten worden. Het antwoord op de vraag hoe kreeg ik eigenlijk direct door het bijwonen van een inspiratie ochtend aan het e-lab van Innofun. (2011). Virtual Action Learning is een didactische werkvorm waar de student met behulp van virtuele middelen op zijn eigen acties en ervaringen terug blikt om zo zijn eigen leren te bevorderen.Image

Uitgangspunt is het sociaal constructivisme waarbij de student zelf aangeven wat hij tijdens het leerproces ervaart en dat daarbij contact met anderen een centrale rol vervult. Naast nieuwe media kan de student ook gebruik maken van traditionele bronnen en van de kennis van de anderen. Het leerproces bestaat bij V.A.L. uit 11 stappen (Baeten, 2011). Te weten

  1. Competentie kiezen
  2. Leerarrangement kiezen
  3. Informatie selecteren
  4. Leerproduct maken
  5. Virtuele interactie over leerproducten
  6. Fysieke bijeenkomst op school
  7. Verbeteren en nomineren van best practice leerproduct
  8. Bespreken van best practices
  9. Publicatie van best practices
  10. Assessment
  11. Beoordelings- en reflectie gesprek

Bij het ontwikkelen van de verschillende leerarrangementen houden de docenten rekening met de stappen binnen het proces en sluiten zij aan bij een project binnen de opleiding/het beroepenveld.

Geciteerde werken

(2011, december 13). Retrieved jnue 11, 2012, from http://youtu.be/Vhw3PaHhsfA

Baeten, J. (2011). Virtual Action Learning. Amsterdam: KIT Publishers.

Ng, W. (2012, june 8). Why digital literatacy is important for science teaching and learning. Retrieved june 2012, 10, from www. curriculum.edu.au: http://www.curriculum.edu.au/leader/default.asp?issueID=12610&id=34913

Sams, A., Bergmann, J., & Bennett, B. (2012, june 8). The truth about flipped learning. Retrieved june 10, 2012, from http://www.iste.org: http://www.iste.org/connect/iste-connects/blog-detail/12-06-08/The_Truth_about_Flipped_Learning.aspx

Relaties in onderwijsvernieuwing en vorm

Na wat deskresearch voelde ik gisteren dat alle onderwijs vernieuwingen een relatie met elkaar moesten hebben, maar welke was mij nog niet helemaal duidelijk. Totdat iemand uit mijn naaste omgeving opmerkte dat de student altijd centraal zou moeten staan en niet de onderwijsvernieuwing. Na enig nadenken moest ik hem natuurlijk gelijk geven. Als ik de student en het onderwijs aan deze individuele student centraal stelt dan klopt alles.

Afhankelijk van de onderwijsdoelen van dat moment wordt bepaald welk onderwijs er het best bij de student past. En op welke manier dit onderwijs gegeven kan worden. In deze blog wil ik uitgaan van een viertal onderwijsdoelen, die ik regelmatig tegenkom. Binnen dat onderwijs zal ik beschrijven hoe de stukjes van de puzzel in elkaar passen.

Project onderwijs

Bij uitstek een onderwijs vorm waarbij flipping the classroom (sorry voor het gebruiken van de Engelse term maar “omgekeerde klas” dekt naar mijn mening de lading niet) toegepast kan worden. De studenten krijgen een opdracht om op projectbasis in een groep samen een oplossing te vinden voor een vraag of een probleem. Daarbij gebruiken ze een aantal 21st eeuwse vaardigheden, zoals samenwerken en communiceren. Ze zullen in eerste instantie starten met het oplossen van het project. Voorheen gingen we uit van een rechtop staande taxonomie van Bloom en moesten de studenten eerst kennis krijgen voor zij aan een opdracht konden werken. Als we nu uitgaan van een omgekeerde taxonomie van Bloom (nu mag omgekeerd wel want dat is de driehoek)? Wat gebeurt er dan? Dan zullen de studenten eerst hun eigen creativiteit gebruiken om een bepaald probleem op te lossen. Zij zullen concepten bedenken. Die kunnen goed of niet goed zijn. Geef je als docent daarna feedback op de concepten en draag je nieuwe kennis aan in een weblecture, dan zullen de studenten de concepten zelf kunnen aanpassen. Op die manier gebruiken zij direct de nieuw opgedane kennis.

Door gebruik van de mogelijkheden die ICT de studenten biedt kunnen zij sneller en beter samenwerken. Tools zoals Dropbox, Googledocs, Evernote of leeromgevingen zoals Moodle en Edmodo maken het voor de studenten mogelijk om tijd en plaats onafhankelijk met elkaar samen te werken.

Daarnaast komen binnen het project onderwijs ook de andere 21st eeuwse vaardigheden aanbod. Samenwerken en communiceren had ik al genoemd, maar daarbij zijn kritisch denken, probleemoplossend vermogen, creativiteit, en sociale en culturele vaardigheden, ook vaardigheden die de studenten tijdens het werken in een project zullen gebruiken.

Regelmatige assessments moeten het leerproces en de leerbehoeften van de student inzichtelijk maken. Deze assessments kunnen gesprekken zijn, maar kunnen ook direct betrekking hebben op het geleerde en als een (online) test aan de studenten worden aangeboden.

Design onderwijs

Binnen enkele opleiding gaat het leerproces vooral om het leren ontwerpen. Hierbij staan de onderdelen van het proces van design thinking voorop. Het begrijpen van de behoefte, het observeren van de wensen van de gebruikers, het ontwikkelingen van concepten vanuit verschillende invalshoeken, het creëren van een ontwerp dat uitmondt in een prototype dat getest en geëvalueerd wordt.

Maar juist binnen het design onderwijs is het noodzakelijk de taxonomie van Bloom om te keren om de creativiteit van de studenten vooral niet te onderdrukken. Net als bij project onderwijs kan de feedback en nieuwe kennis na de ontwerpfase voor dat de studenten een prototype gaan bouwen worden aangeboden, maar het kan ook na het bouwen van het prototype aangeboden worden. (bijvoorbeeld afhankelijk van de kosten van het bouwen van het prototype).

Ook binnen het design onderwijs zijn de 21st eeuwse vaardigheden voor de studenten nodig om te komen tot een goed einde. Creativiteit, maar ook kritisch denken en probleemoplossend vermogen zijn voor de hand liggende vaardigheden, maar zeker in het stadium van het observeren en vaststellen van de wensen en eisen van de klant zal de student vaardigheden zoals communiceren en samenwerken toepassen. Binnen onze multiculturele samenleving zal de student zeker gebruik maken van sociale en interculturele vaardigheden om het prototype aan te laten sluiten bij de specifieke wensen van die ene klant.

De ICT vaardigheden die deze student gebruikt zijn weliswaar andere dan die van bijvoorbeeld een economie student. Maar hij zal ook zeker vaardig moeten zijn in de mogelijkheden van online creëren en bewaren van ontwerpen en het werken met meer gangbare programma’s zoals Word en Excel.

Onderzoek

Voor deze blog maak ik even het grove onderscheid tussen deskresearch, fieldresearch en lab research. Voor al deze vormen van onderzoek is het mogelijk om flipped learning toe te passen. Studenten zullen individueel of in kleine groepen het onderzoek uitvoeren. Daarbij zullen zij optimaal gebruik maken van de mogelijkheden van het internet. Dat begint al bij het vinden van informatie. De studenten zullen mogelijk hulp nodig hebben bij het vinden van de juiste databanken, maar zodra ze de snelste en beste weg weten zullen zij de informatie die zij nodig hebben zelf kunnen vinden.

Het valt te overwegen om de studenten een lijst aan te bieden met alle mogelijke onderzoektools die er te vinden zijn op het net. Maar je kunt de studenten natuurlijk ook een beetje op weg helpen.

Afhankelijk van het soort onderzoek zal de ene student meer in de richting gaan van Project onderwijs terwijl de ander zich bezig houdt met design onderwijs. De vaardigheden die de student nodig heb je al eerder in deze blog kunnen lezen.

De student die onderzoek doet zal na het uitzetten van het onderzoek en het verkrijgen van de data, deze data moeten verwerken en presenteren. Voor alle fasen in het onderzoek is programmatuur online (en in veel gevallen gratis) beschikbaar.

Meer als voor de andere onderwijsvormen zal de student die onderzoek beschikken over taalvaardigheden in Nederlands en Engels ( en mogelijk in andere talen). Veel onderzoeksliteratuur is alleen beschikbaar in het Engels. Om een volledig overzicht te krijgen van de beschikbare informatie zal de student daarom ook vaardig moeten zijn in deze taal.

De laatste onderwijsvorm die ik onlangs tegen ben gekomen is de Case Method

Case Method

Deze vorm van onderwijs kent een strakke volgorde van studentenactiviteiten. Allereerst zal de student zelf informatie moeten zoeken over een bepaalde situatie waar de opdracht over gaat. Hij zal met verschillende oplossingsmogelijkheden moeten komen en de voor- en tegenargumenten van de oplossingsrichtingen kennen. Hiervoor heeft hij bepaalde vaardigheden nodig die onder de 21st eeuwse vaardigheden vallen. Zoals kritisch denken, creativiteit, probleemoplossend vermogen. Maar ook andere vaardigheden zoals informatie verwerven en verwerken. In deze fase kan video materiaal de student meer inzicht geven in de situatie. Na deze eerste individuele fase zal de student binnen een groepje zijn oplossingsrichtingen bespreken. Daarbij moet hij niet alleen gaan voor zijn eigen oplossingsrichting, maar hij moet ook goed luisteren naar de oplossingen die zijn groepsgenoten hebben bedacht. De feedback die de student van zijn groepsgenoten krijgt zal hij verwerken in zijn oplossingsrichtingen en tijdens de discussie in de klas zal hij moeten komen tot een beste oplossing voor de situatie.

Op verschillende plaatsen in dit traject kan de student behoefte hebben aan meer informatie of andere informatie. De docent kan hem die informatie aanbieden, maar de student kan natuurlijk ook op het web zelf op zoek gaan naar aanvullende informatie. Doen wij dit niet allemaal als wij iets niet weten. Het eerste wat wij doen is google de vraag. Waarom zou de student dat niet doen. Natuurlijk moet hij kritisch de gevonden informatie kunnen beoordelen maar kritisch denken en creativiteit zijn vaardigheden die deze studenten vaak al hebben ontwikkeld.

Alle puzzelstukjes zitten op zijn plek. Naar mijn mening is het mogelijk om Flipping the Classroom ook binnen ons onderwijs toe te passen. Maar het is een hulpmiddel dat op de juiste manier op de juiste tijd en plaats moet worden aangeboden. Dit geldt ook voor de 21st eeuwse vaardigheden. Beide onderwijsvernieuwingen kunnen niet ingevoerd worden als het onderwijs slecht is. Het onderwijs moet in basis goed, duidelijk en overzichtelijk zijn. Pas dan kunnen de studenten de verantwoordelijkheid voor hun eigen leren in handen nemen.