Tag Archives: flipping the classroom

Flipping the classroom

Vandaag werd ik opgeschrikt door een column in de PZC (het Zeeuwse dagblad) waarin de auteur liet merken dat hij niet goed wist wat Flipping the classroom nu eigenlijk is. Hij schrijft: ”

Nu zijn er in Nederland leraren die van mening zijn dat zomaar klakkeloos les geven, gevolgd door opdrachten, de afstand met de leerlingen te veel vergroot. Daarom nemen ze nu hun lessen eerst op en deze verfilmde lessen worden vervolgens aan de studenten gegeven. Ze kunnen dan thuis of op hun studieplek de filmpjes nauwkeurig bekijken en zo de leerstof in zich opnemen. Daarna krijgen ze opdrachten, die ze samen uitvoeren en waarbij de leraar, indien nodig, meer persoonlijke begeleiding kan geven.

Als de studenten het goed doen, zijn er op den duur misschien minder leraren nodig, omdat er in feite geen les meer hoeft te worden gegeven. Men kan volstaan met een aantal films.

(http://www.pzc.nl/extra/columns/columns-wim-hofman/flipping-1.3904156#.UdpL1Ezpn6I.twitter)

En vooral van dat laatste schrok ik. Zijn er minder leraren nodig? Omdat er geen les meer gegeven hoeft te worden? Omdat men alleen kan volstaan met een aantal films? Weet de auteur wel wat Flipping the classroom is. (Gelukkig krijg ik donderdag de gelegenheid om het op de lokale radio recht te trekken) Maar voor degene die niet naar Omroep Zeeland luistert om 6:15 Flipping the classroom is zeer arbeidsintensief, maar geweldig leuk om te doen. Doordat de studenten ieder op hun eigen manier zijn voorbereid (sommige lezen het materiaal, anderen kijken de video’s weer anderen proberen het zelf uit) is de bijeenkomst zeer belangrijk. De studenten hebben ieder hun eigen vragen. Je maakt het onderwijs dan persoonlijker en de studenten kunnen op hun eigen niveau leren.

Een heel andere ervaringsbron is mijn dochter. Zij heeft door het bekijken van veel videomateriaal zowel haar Duits als haar Geschiedenis opgehaald. Samen met de leraar heeft zij afgelopen jaar veel materiaal bekeken en besproken. Zij is de docent eeuwig dankbaar (en willen we dat niet allemaal 🙂 )

kennisnet geeft het als volgt weer

Er is zo meer klassikale tijd beschikbaar voor het beantwoorden van vragen, individuele aandacht, verdieping en activerende didactiek. Flipping the Classroom kan bijdragen aan gedifferentieerd onderwijs en maakt het voor leerlingen mogelijk om instructie te krijgen op hun eigen tempo (http://www.kennisnet.nl/themas/flipping-the-classroom/)

Natuurlijk lijkt het alsof de studenten als huiswerk video kijken, maar het echte (huis)werk komt later. Op het moment dat de studenten samen zijn in het klaslokaal of in een studieruimte gaan zij aan de gang met de stof. Opdrachten kunnen nu begeleid gemaakt worden en daardoor zijn zij inhoudelijk beter.

Na een jaar Flipping the classroom op verschillende manieren, van heel intensief tot een mengvorm, moet ik zeggen dat ik het een zeer studentgerichte manier van leren vind. Het is wel een uitdaging voor de docenten. ‘Het is een kwestie van durven en doen. Je moet het klassikaal lesgeven los durven te laten’.(Jelmer Evers)

Advertisements

Relaties in onderwijsvernieuwing en vorm

Na wat deskresearch voelde ik gisteren dat alle onderwijs vernieuwingen een relatie met elkaar moesten hebben, maar welke was mij nog niet helemaal duidelijk. Totdat iemand uit mijn naaste omgeving opmerkte dat de student altijd centraal zou moeten staan en niet de onderwijsvernieuwing. Na enig nadenken moest ik hem natuurlijk gelijk geven. Als ik de student en het onderwijs aan deze individuele student centraal stelt dan klopt alles.

Afhankelijk van de onderwijsdoelen van dat moment wordt bepaald welk onderwijs er het best bij de student past. En op welke manier dit onderwijs gegeven kan worden. In deze blog wil ik uitgaan van een viertal onderwijsdoelen, die ik regelmatig tegenkom. Binnen dat onderwijs zal ik beschrijven hoe de stukjes van de puzzel in elkaar passen.

Project onderwijs

Bij uitstek een onderwijs vorm waarbij flipping the classroom (sorry voor het gebruiken van de Engelse term maar “omgekeerde klas” dekt naar mijn mening de lading niet) toegepast kan worden. De studenten krijgen een opdracht om op projectbasis in een groep samen een oplossing te vinden voor een vraag of een probleem. Daarbij gebruiken ze een aantal 21st eeuwse vaardigheden, zoals samenwerken en communiceren. Ze zullen in eerste instantie starten met het oplossen van het project. Voorheen gingen we uit van een rechtop staande taxonomie van Bloom en moesten de studenten eerst kennis krijgen voor zij aan een opdracht konden werken. Als we nu uitgaan van een omgekeerde taxonomie van Bloom (nu mag omgekeerd wel want dat is de driehoek)? Wat gebeurt er dan? Dan zullen de studenten eerst hun eigen creativiteit gebruiken om een bepaald probleem op te lossen. Zij zullen concepten bedenken. Die kunnen goed of niet goed zijn. Geef je als docent daarna feedback op de concepten en draag je nieuwe kennis aan in een weblecture, dan zullen de studenten de concepten zelf kunnen aanpassen. Op die manier gebruiken zij direct de nieuw opgedane kennis.

Door gebruik van de mogelijkheden die ICT de studenten biedt kunnen zij sneller en beter samenwerken. Tools zoals Dropbox, Googledocs, Evernote of leeromgevingen zoals Moodle en Edmodo maken het voor de studenten mogelijk om tijd en plaats onafhankelijk met elkaar samen te werken.

Daarnaast komen binnen het project onderwijs ook de andere 21st eeuwse vaardigheden aanbod. Samenwerken en communiceren had ik al genoemd, maar daarbij zijn kritisch denken, probleemoplossend vermogen, creativiteit, en sociale en culturele vaardigheden, ook vaardigheden die de studenten tijdens het werken in een project zullen gebruiken.

Regelmatige assessments moeten het leerproces en de leerbehoeften van de student inzichtelijk maken. Deze assessments kunnen gesprekken zijn, maar kunnen ook direct betrekking hebben op het geleerde en als een (online) test aan de studenten worden aangeboden.

Design onderwijs

Binnen enkele opleiding gaat het leerproces vooral om het leren ontwerpen. Hierbij staan de onderdelen van het proces van design thinking voorop. Het begrijpen van de behoefte, het observeren van de wensen van de gebruikers, het ontwikkelingen van concepten vanuit verschillende invalshoeken, het creëren van een ontwerp dat uitmondt in een prototype dat getest en geëvalueerd wordt.

Maar juist binnen het design onderwijs is het noodzakelijk de taxonomie van Bloom om te keren om de creativiteit van de studenten vooral niet te onderdrukken. Net als bij project onderwijs kan de feedback en nieuwe kennis na de ontwerpfase voor dat de studenten een prototype gaan bouwen worden aangeboden, maar het kan ook na het bouwen van het prototype aangeboden worden. (bijvoorbeeld afhankelijk van de kosten van het bouwen van het prototype).

Ook binnen het design onderwijs zijn de 21st eeuwse vaardigheden voor de studenten nodig om te komen tot een goed einde. Creativiteit, maar ook kritisch denken en probleemoplossend vermogen zijn voor de hand liggende vaardigheden, maar zeker in het stadium van het observeren en vaststellen van de wensen en eisen van de klant zal de student vaardigheden zoals communiceren en samenwerken toepassen. Binnen onze multiculturele samenleving zal de student zeker gebruik maken van sociale en interculturele vaardigheden om het prototype aan te laten sluiten bij de specifieke wensen van die ene klant.

De ICT vaardigheden die deze student gebruikt zijn weliswaar andere dan die van bijvoorbeeld een economie student. Maar hij zal ook zeker vaardig moeten zijn in de mogelijkheden van online creëren en bewaren van ontwerpen en het werken met meer gangbare programma’s zoals Word en Excel.

Onderzoek

Voor deze blog maak ik even het grove onderscheid tussen deskresearch, fieldresearch en lab research. Voor al deze vormen van onderzoek is het mogelijk om flipped learning toe te passen. Studenten zullen individueel of in kleine groepen het onderzoek uitvoeren. Daarbij zullen zij optimaal gebruik maken van de mogelijkheden van het internet. Dat begint al bij het vinden van informatie. De studenten zullen mogelijk hulp nodig hebben bij het vinden van de juiste databanken, maar zodra ze de snelste en beste weg weten zullen zij de informatie die zij nodig hebben zelf kunnen vinden.

Het valt te overwegen om de studenten een lijst aan te bieden met alle mogelijke onderzoektools die er te vinden zijn op het net. Maar je kunt de studenten natuurlijk ook een beetje op weg helpen.

Afhankelijk van het soort onderzoek zal de ene student meer in de richting gaan van Project onderwijs terwijl de ander zich bezig houdt met design onderwijs. De vaardigheden die de student nodig heb je al eerder in deze blog kunnen lezen.

De student die onderzoek doet zal na het uitzetten van het onderzoek en het verkrijgen van de data, deze data moeten verwerken en presenteren. Voor alle fasen in het onderzoek is programmatuur online (en in veel gevallen gratis) beschikbaar.

Meer als voor de andere onderwijsvormen zal de student die onderzoek beschikken over taalvaardigheden in Nederlands en Engels ( en mogelijk in andere talen). Veel onderzoeksliteratuur is alleen beschikbaar in het Engels. Om een volledig overzicht te krijgen van de beschikbare informatie zal de student daarom ook vaardig moeten zijn in deze taal.

De laatste onderwijsvorm die ik onlangs tegen ben gekomen is de Case Method

Case Method

Deze vorm van onderwijs kent een strakke volgorde van studentenactiviteiten. Allereerst zal de student zelf informatie moeten zoeken over een bepaalde situatie waar de opdracht over gaat. Hij zal met verschillende oplossingsmogelijkheden moeten komen en de voor- en tegenargumenten van de oplossingsrichtingen kennen. Hiervoor heeft hij bepaalde vaardigheden nodig die onder de 21st eeuwse vaardigheden vallen. Zoals kritisch denken, creativiteit, probleemoplossend vermogen. Maar ook andere vaardigheden zoals informatie verwerven en verwerken. In deze fase kan video materiaal de student meer inzicht geven in de situatie. Na deze eerste individuele fase zal de student binnen een groepje zijn oplossingsrichtingen bespreken. Daarbij moet hij niet alleen gaan voor zijn eigen oplossingsrichting, maar hij moet ook goed luisteren naar de oplossingen die zijn groepsgenoten hebben bedacht. De feedback die de student van zijn groepsgenoten krijgt zal hij verwerken in zijn oplossingsrichtingen en tijdens de discussie in de klas zal hij moeten komen tot een beste oplossing voor de situatie.

Op verschillende plaatsen in dit traject kan de student behoefte hebben aan meer informatie of andere informatie. De docent kan hem die informatie aanbieden, maar de student kan natuurlijk ook op het web zelf op zoek gaan naar aanvullende informatie. Doen wij dit niet allemaal als wij iets niet weten. Het eerste wat wij doen is google de vraag. Waarom zou de student dat niet doen. Natuurlijk moet hij kritisch de gevonden informatie kunnen beoordelen maar kritisch denken en creativiteit zijn vaardigheden die deze studenten vaak al hebben ontwikkeld.

Alle puzzelstukjes zitten op zijn plek. Naar mijn mening is het mogelijk om Flipping the Classroom ook binnen ons onderwijs toe te passen. Maar het is een hulpmiddel dat op de juiste manier op de juiste tijd en plaats moet worden aangeboden. Dit geldt ook voor de 21st eeuwse vaardigheden. Beide onderwijsvernieuwingen kunnen niet ingevoerd worden als het onderwijs slecht is. Het onderwijs moet in basis goed, duidelijk en overzichtelijk zijn. Pas dan kunnen de studenten de verantwoordelijkheid voor hun eigen leren in handen nemen.