Tag Archives: onderwijs

Digitaal toetsen

Het is het einde van het semester. We zijn druk aan het plannen rondom de toetsen. De toetsen worden gemaakt, gecontroleerd, antwoordmodellen worden gemaakt en gecontroleerd, gezocht wordt naar surveillanten en natuurlijk worden mensen vrijgemaakt om de toetsen na te kijken. Ongeveer 1000 verslagen en minstens evenveel schriftelijke toetsen. 2 weken is een heel team van capabele mensen bezig met het nakijken van de toetsen. 2 weken niet meer want dat is afgesproken. Dus 2 weken onder hoge druk…… Dat moet toch anders kunnen.

Er wordt in het land veel gesproken over digitaal toetsen. Maar om dat goed uit te voeren moet de school wel aan een aantal randvoorwaarden voldoen. 

  1. De infrastructuur van de school moet betrouwbaar en veilig zijn. De techniek moet werken en een lokaal moet worden ingericht als toets-ruimte als er veel studenten zijn die gelijktijdig getoetst moeten worden of er moeten divices beschikbaar zijn zodat de docent in een kleinere setting de studenten de toets kan afnemen.
  2. Daarbij moet de docent ook voldoende geschoold zijn op het maken van toetsen en het werken met technologie. Er zijn mogelijkheden om vragen te koppelen aan leerdoelen waardoor het genereren van vragen bij de volgende toets een stuk eenvoudiger wordt.
  3. Er moet een voldoende voorraad vragen aanwezig zijn. Toetsenbanken en programmatuur die leerdoelen koppelt aan vragen maken het mogelijk om een voldoende grootte voorraad aan te leggen.
  4. En tot slot digitaal toetsen doet een beroep op de visie van de school. Er moet een toetsbeleid zijn dat toestaat dat er digitaal getoetst wordt en er moet een ICT beleid zijn die het mogelijk maakt deze vorm van toetsen uit te voeren.

Maar stel nu dat de instelling waar je werkt aan al deze eisen voldoet, maar dat de docenten het digitaal toetsen tegen houden. Ondanks het feit dat inzet van ICT kan leiden tot een enorme tijdsbesparing, er sprake is van een transparante vorm van toetsen waar grotere professionaliteit uit blijkt en waardoor we het leerproces van onze studenten beter kunnen sturen. In de brochure Digitaal toetsen in het voortgezet onderwijs geeft Kennisnet in een eenvoudige tabel de praktische en digitale voordelen aan.

Image

Mogelijke knelpunten:

De docent in zijn koninkrijk! Dat kan niet meer.

Bij digitaal toetsen moeten de docenten meer samenwerken en de toetsvragen die zij maken beschikbaar stellen aan collega’s zodat een grote toetsenbank kan ontstaan.

Surveillant zit voor de groep! Nee de surveillant zit achter in het lokaal zodat hij de schermen kan zien. Die moeten dan wel zo opgesteld worden dat ze gemakkelijk gezien worden.

De student gaat online! Vertrouwen vertrouwen vertrouwen. Laat die ene oneerlijke student het niet onmogelijk maken voor de anderen om op een goede en passende manier te laten zien dat hij of zij over voldoende kennis en vaardigheden beschikt.

Image

In een MOOC die ik op dit moment volg over Blended & Online learning kwam dit onderwerp nauwelijks aan bod. Er werd over gesproken, maar de docenten die aan het woord kwamen hadden vertrouwen in hun studenten. Maar ook in hun eigen inschattingsvermogen. Bij een schrijftoets kan een middelmatige student niet opeens uitmuntend worden. En door het stellen van een aantal handige vragen kwamen zij er toch wel achter dat iemand anders de toets afnam dan de bedoeling was. Let op hier werden de toetsen dus zelfs afgenomen op afstand!! Dat zie ik nog niet snel gebeuren. Hoewel ik wel hoop dat dat de toekomst is.

Online personal learning networks

Personal learPLNning networks geen nieuw begrip al sinds mensen samenwerken hebben zij leernetwerken. Collega’s, tutoren en leidinggevende helpen elkaar om te leren tijdens het werk. Naast het werk volgen mensen cursussen en trainingen. Allemaal face to face. Maar het kan ook anders. Mijn gedachten over het boek Personal Learning Networks: Using thw Power of Connections to Transform Education van W. RIchardson en R. Mancabelli,  begint met de eerste Highlight als het gaat over wat de Open wereld betekent voor het leren van docenten:

It means that teachers’ professional learning will take place in online connected spaces that span the globe (l311-312).

En hoe geweldig is dat. Leren van anderen mensen niet alleen mensen uit je directe omgeving maar docenten die allemaal hetzelfde willen namelijk goed onderwijs geven aan studenten. Maar die allemaal worstelen met het gevoel dat het oude traditionele onderwijs het niet meer is. Dat het anders moet en kan.

We need to see that self-learning, informal learning and learning not connected with school are a huge part of what we need to teach (l317-318)

Maar dat betekent ook dat studenten anders moeten gaan leren. Zoals ik in mijn vorige blog al schreef, veel studenten leren niet wat ze zelf willen leren, maar ze leren dat wat de docent wilt dat ze leren op de manier zoals de docent het voorschrijft.

We have to introduce our kids to a whole new method of learning that is less about memorizing and ” doing their own work”  and more about content creation and collaborating with others, and doing so in the context of their passions (l364-366)

This new world is all about creation, not consumption ( 514)

Voor docenten betekent dat wel het volgende:

We have to ask our teachers to learn in different ways than how they learned in their high schools and colleges in order to leverage the power of modern networks, not only for their own personal learning but to better deliver these new skills and literacies to the students in their classrooms. ( 514)

En daarmee vragen wij nogal wat van de docenten.

This type of learning includes how to make connections with others online, how to negotiate the interactions between them, how to collaborate with them in ways that go beyond just sharing existing information to the creation of new knowledge. (581-583)

Het leren bestaat daarom niet meer uit het louter overdragen van kennis, maar ook uit het aanleren van vaardigheden die de student nodig heeft om het leren samen met anderen te leren.  Het leren bevat daarom ook “skills”  zoals:

  • Developing proficiency with the tools of technology
  • Building relationships with others to pose and solve problems collaboratively and cross-culturally
  • Designing and sharing information for global communities to meet a variety of purposes
  • Managing, analyzing, and synthesizing multiple streams of simultaneous information
  • Creating, critiquing, analyzing, and evaluating multimedia texts
  • Attending to the ethical responsibilities required

(678-688)

En dit zijn nu niet de direct de vakken die wij op school kregen en ook nog niet de vakken die wij op school geven. Hoewel er veel scholen wel al op de goede weg zijn. Nog twee rijtjes om deze blog mee te sluiten.

Waarom moeten we aandacht besteden aan online collaboratief leren? Dit is heel eenvoudig

  • Students are better prepared for life and work in the 21st century
  • Classrooms are more engaging
  • Students are responsible for their own learning
  • Instruction is more individualized
  • Adults become better at their jobs and build problem-solving capacity
  • Students are safer 
  • Schools save time and money

(764-774)

Vooral die laatste twee tiggerde mij enorm. Safer? On the net? Maar juist omdat wij ze leren hoe zij zich moeten gedragen op het net en hoe zij moeten omgaan met mensen die zich niet gedragen op het net, zijn de studenten inderdaad veiliger. En tijd en geldbesparing zit niet in een besparing op mensen, maar op materiaal. (Nice!)

Tot slot participatie in online learning networks geeft de studenten de gelegenheid om de 7 survival skills van Harvard professior Wagner te oefenen.  Volgens hem leren de studenten

  • critical thinking/problem solving
  • accessing and analyzing information
  • collaboration/leading by influence
  • agility and adaptability
  • initiative and entrepreneurialism
  • effective oral and written communication 
  • curiosity and imagination

(775-779)

In dit rijtje vind ik twee aspecten interessant. Het aanleren van ondernemendheid en nieuwsgierigheid en fantasie. Dat zou pas echt leiden tot een creatieve wereld.

Dit boek is echt een aanrader voor iedereen.

Flipping the classroom

Vandaag werd ik opgeschrikt door een column in de PZC (het Zeeuwse dagblad) waarin de auteur liet merken dat hij niet goed wist wat Flipping the classroom nu eigenlijk is. Hij schrijft: ”

Nu zijn er in Nederland leraren die van mening zijn dat zomaar klakkeloos les geven, gevolgd door opdrachten, de afstand met de leerlingen te veel vergroot. Daarom nemen ze nu hun lessen eerst op en deze verfilmde lessen worden vervolgens aan de studenten gegeven. Ze kunnen dan thuis of op hun studieplek de filmpjes nauwkeurig bekijken en zo de leerstof in zich opnemen. Daarna krijgen ze opdrachten, die ze samen uitvoeren en waarbij de leraar, indien nodig, meer persoonlijke begeleiding kan geven.

Als de studenten het goed doen, zijn er op den duur misschien minder leraren nodig, omdat er in feite geen les meer hoeft te worden gegeven. Men kan volstaan met een aantal films.

(http://www.pzc.nl/extra/columns/columns-wim-hofman/flipping-1.3904156#.UdpL1Ezpn6I.twitter)

En vooral van dat laatste schrok ik. Zijn er minder leraren nodig? Omdat er geen les meer gegeven hoeft te worden? Omdat men alleen kan volstaan met een aantal films? Weet de auteur wel wat Flipping the classroom is. (Gelukkig krijg ik donderdag de gelegenheid om het op de lokale radio recht te trekken) Maar voor degene die niet naar Omroep Zeeland luistert om 6:15 Flipping the classroom is zeer arbeidsintensief, maar geweldig leuk om te doen. Doordat de studenten ieder op hun eigen manier zijn voorbereid (sommige lezen het materiaal, anderen kijken de video’s weer anderen proberen het zelf uit) is de bijeenkomst zeer belangrijk. De studenten hebben ieder hun eigen vragen. Je maakt het onderwijs dan persoonlijker en de studenten kunnen op hun eigen niveau leren.

Een heel andere ervaringsbron is mijn dochter. Zij heeft door het bekijken van veel videomateriaal zowel haar Duits als haar Geschiedenis opgehaald. Samen met de leraar heeft zij afgelopen jaar veel materiaal bekeken en besproken. Zij is de docent eeuwig dankbaar (en willen we dat niet allemaal 🙂 )

kennisnet geeft het als volgt weer

Er is zo meer klassikale tijd beschikbaar voor het beantwoorden van vragen, individuele aandacht, verdieping en activerende didactiek. Flipping the Classroom kan bijdragen aan gedifferentieerd onderwijs en maakt het voor leerlingen mogelijk om instructie te krijgen op hun eigen tempo (http://www.kennisnet.nl/themas/flipping-the-classroom/)

Natuurlijk lijkt het alsof de studenten als huiswerk video kijken, maar het echte (huis)werk komt later. Op het moment dat de studenten samen zijn in het klaslokaal of in een studieruimte gaan zij aan de gang met de stof. Opdrachten kunnen nu begeleid gemaakt worden en daardoor zijn zij inhoudelijk beter.

Na een jaar Flipping the classroom op verschillende manieren, van heel intensief tot een mengvorm, moet ik zeggen dat ik het een zeer studentgerichte manier van leren vind. Het is wel een uitdaging voor de docenten. ‘Het is een kwestie van durven en doen. Je moet het klassikaal lesgeven los durven te laten’.(Jelmer Evers)

Design met Weebly

Een volgende MOOC is alweer begonnen en eigenlijk zou ik deze blog in het Engels moeten schrijven, maar een vertaal optie zal ongetwijfeld ergens op deze site te vinden zijn.

Concepts copy
Sleutelkastjes

Want deze MOOC is heel erg leuk (vooral leuk) Het is een Designers course; Design: Creation of Artifacts in Society by Karl T.Ulrich. Het is vooral heel leuk om eens wat heel anders te doen. Mijn doel is: Het maken van een sleutelkastje/mailbox/agenda. Mijn gezin bestaat uit vier nogal bezige mensen. En vaak weten we van elkaar niet waar we zijn en of we wel thuis komen. Het wordt wel besproken, maar ik heb al moeite mijn eigen afspraken globaal te onthouden laat staan van drie andere volle agenda’s. Dus we moeten ergens op kunnen schrijven waar we die week zijn en waar we slapen. (Klinkt erger dan het is.) Maar als er tandartsafspraken, dierenarts afspraken enz enz via de post binnen komen moeten we die ook ergens zichtbaar houden. Dus er moet een systeem in zitten waar we op een prikbord of wat dan ook de postafspraken kunnen bewaren. En dan moeten we onze sleutels nog ergens kunnen ophangen. En wel zo dat we ze snel kunnen weghangen en pakken. Gisteren de concepten gemaakt. Die zijn hiernaast te zien. Terwijl ik dit schrijf krijg ik een vision van een uitwerking van de laatste schets. Maar goed. Zoals je ziet ben ik geen designer. Tekenen is niet mijn sterkste punt. Maar leuk is het wel. Helaas te laat om nog mee te doen, we zijn al bezig met de vierde week (van 8) maar mocht hij volgend jaar starten. Doen.!

 

Toch wel iets meegenomen van deze course dat ik ga gebruiken. En dat is een website die mobiel ook goed in te zien is. Alleen weet ik niet of hij ook goed te zien is voor gebruikers. In ieder geval wel voor de editors en door het geven van een link is hij voor iedereen te zien. Ik ben namelijk al een jaar op zoek naar een website die ook mobiel goed te zien is (zonder dat je gelijk op een website zit waar alle lettertjes zo klein zijn.) Dit is een mogelijkheid om verder onderzoek naar te doen. Mijn website heet sschouwenaars.weebly.com. Weebly ondersteunt de website en is erg gemakkelijk in gebruik.In de zomer vakantie eens een website opzetten voor Onderzoek.

Over een paar dagen zal ik een presentatie over MOOC en andere open educational resources geven tijdens de medewerkersdag van de HZ University of Applied Sciences. Voor mij is het de manier om mij zelf te professionaliseren en nu ik eenmaal mensen ken die ik op verschillende plekken tegenkom is er zelfs sprake van enige peer-pressure

 

Gamification en Irrational Behavior (MOOC)

Per toeval heb ik deze week 2 MOOC’s afgerond die zijdelings met elkaar te maken bleken te hebben.

De eerste was Gamification. Daarbij gaat het om het toevoegen van spel elementen aan een programma of een website met als doel mensen te motiveren hun gedrag te veranderen. Bijvoorbeeld minder energie te verbruiken. Maar meestal dient gamification een ander doel. Meer het doel van het bedrijf of de organisatie achter het programma, de app of de website. Een goed voorbeeld hiervan is Foursquare. Een leuke app waar je door aan te geven waar je bent badges kan verdienen en major kan worden van de plek waar je vaak aanwezig bent. Voor de gebruiker is het een spel. Voor de bedrijven die hun bedrijf letterlijk op de kaart zetten een (als het goed is) een prima reclame middel is. Mensen kunnen namelijk een tip achterlaten die door iedere volgende bezoeker gelezen kan worden. Maar ook door mensen die op zoek zijn via foursquare naar een bijvoorbeeld een goede broodjeszaak in de buurt. 

ImageGamification kan ook in het onderwijs gebruik worden. Ik zelf gebruik de badges van Edmodo. Maar niet zo vaak en dat heeft een aantal redenen. Bij het toepassen van gamification loert een groot gevaar om de hoek. Namelijk het gevaar het vervangen van de intrinsieke motivator door een extrinsieke. Iemand heeft een bepaald gedrag niet omdat hij zelf vindt dat het gedrag goed is maar omdat de badge zo mooi is. De kans bestaat dan dat het gedrag niet blijvend is. Dat op het moment dat de beloning (de badge) wegvalt het gedrag ook verdwijnt. En binnen het onderwijs is dat juist niet wat je wilt. 

Daarnaast is het gedrag van mensen een reden. En hiermee introduceer ik die andere MOOC (a beginners guide to irrational behavior). Mensen willen van nature winnen en op het moment dat er een vorm van competitie plaats vindt (wie krijgt de meeste badges) verschuift de aandacht naar de competitie. Wat moet ik doen om meer badges te krijgen. 

Nu zijn er naast badges ook nog andere vormen van beloning. Een die genoemd werd bij beide MOOC’s is de bonus. Een beloning in geld uitgedrukt die voor sommige mensen een jaarlijks terugkerende uitkering is. Ook hierbij kan het zijn dat de bonus niet meer het gewenste gedrag voor het bedrijf teweeg brengt. Een jaarlijks terugkerende bonus betekent niet per definitie dat de ontvanger loyaler is naar het bedrijf dan degene die nooit een bonus krijgt of incidenteel. Het gaat de ontvanger van de bonus om het geld en niet om het bedrijf werd in beide MOOC gesteld. 

Een ander onderwerp dat in beide MOOC’s aan bod kwam was de gedragsverandering op basis van vrijwilligheid. Als mensen vrijwillig deelnemen aan een game binnen een programma zal het effect groter zijn dan wanneer zij gedwongen worden deel te nemen. Naar het schijnt had Disney een bepaald scoreboard om de schoonmakers binnen de hotels te stimuleren vooral snel te werken. Mensen voelden zich bedreigt door het systeem, durfden niet eens meer naar het toilet. Zij spanden een rechtszaak aan en wonnen. Het systeem is niet meer. 

Ondanks het feit dat mensen vrijwillig deelnemen is hun gedrag toch voor een deel te voorspellen. Het beste voorbeeld hiervan komen we allemaal dagelijks tegen en heeft de Default optie. Deze optie komen we overal tegen en gebruiken we ook massaal omdat het zo gemakkelijk is. Maar soms heeft het aanbieden van een default-optie niet het gewenste effect. Het voorbeeld hiervan is het Nederlandse systeem voor donorregistratie. Nederland heeft gekozen voor het opt-In systeem van registeren. ImageDit wil zeggen dat mensen iets moeten doen om deel te nemen aan de regeling. In België heeft de overheid gekozen voor het opt-Out systeem. Mensen moeten iets doen om niet deel te nemen aan het systeem. Gevolg ondanks het feit dat België minder inwoners heeft zijn er meer geregistreerde donoren. (5.8 milj in Nederland, 6.2 miljoen in België). 

Dit waren slechts een paar voorbeelden die ik tegenkwam de afgelopen weken. Binnen deze MOOC’s was het leereffect niet het gevolg van samenwerken met anderen. Helaas werd bij beiden nauwelijks van deze mogelijkheid gebruikt gemaakt. Deze MOOC’s waren anders. De een bracht vooral veel leeswerk met zich mee en had daardoor nog heel traditioneel kennis toetsen. De ander richtte zich meer op het videomateriaal. Ook hierbij nog een heel traditionele wijze getoetst. Wel veel geleerd dus, maar op een minder “leuke” manier. 

 

Ik beken: ik ben verslaafd (aan leren)

Twee MOOC’s afgerond. Ik ben wel benieuwd of ik de certificaten ooit ga krijgen, maar ik heb van beiden veel geleerd. En verslaafd aan leren als ik ben, ben ik gelijk maar door gegaan met twee andere MOOC’s. Ook dit keer weer twee totaal verschillende MOOC’s. Een technische MOOC Internet History, Technology and Security (IHTS) en een management MOOC Leading Strategic Innovation in Organizations (LSIO). Beide MOOC’s die ik nu volg zijn van een duidelijk ander (hoger) niveau als de voorgaande. IHTS komt van de University of Michigan en LSIO wordt georganiseerd door Vanderbilt University in Nashville Tennessee. ImageDat laatste moest ik even opzoeken. David A. Owens is de tutor van deze MOOC. Hij maakt in zijn video’s regelmatig reclame voor zijn boek. Dat vind ik altijd een beetje jammer. Je mag wel een keer verwijzen, maar als de student geïnteresseerd is in je boek koopt hij of zij het wel bij de eerste kennismaking. Heb ik ook gedaan. Dus reclame is niet meer nodig. De eerste week van deze MOOC is best interessant, maar het is veel. Heel veel. Het is mij ook nog niet helemaal duidelijk wat de bedoeling is, maar de ervaring heeft mij geleerd dat het allemaal vanzelf duidelijk wordt. In ieder geval gaat het over iets wat voor mij actueel en interessant is.

De andere MOOC wordt geleidt door Dr. Charles Severance (dr Chuck). ImageDe video’s die hij heeft opgenomen zijn over het algemeen erg informeel . Hier even een voorbeeldje van zijn opname. Ze staan overigens allemaal op Youtube (erg open source dus) http://youtu.be/oWOYwTLAj7E

Ook voor deze MOOC is nog niet duidelijk wat nu precies de eindopdracht is. Er zijn wekelijks toetsen die je oneindig vaak over mag doen en waar je dus 70 punten voor moet halen. Er is een mogelijkheid tot een peer writing iets en er is een eind toets. In beide MOOC’s wordt minder aandacht besteedt aan interactiviteit onderling. Dat ga ik wel missen denk ik. De wekelijkse chats van E-learning and Digital Cultures zijn er nog wel, maar die zijn nu veel minder geworden.

In ieder geval weer genoeg te leren.

MOOC Ervaringen

De afgelopen 5 weken heb ik aan twee MOOC’s deelgenomen. (dat is denk ik inmiddels wel bekend ) Beide MOOC’s heb ik inmiddels afgerond en in deze blog wil ik mijn ervaringen delen. Algemeen kan ik melden dat een MOOC geen standaard opbouw of werkwijze heeft. Dat viel mij gelijk al op toen ik begon aan de MOOC’s.

Image

De eerste die startte was Equine Nutrition. Bij het openen van de cursus bleken zij te werken met een Wiki. Deze wiki was verde

eld in 5 weken, maar het materiaal van week 2 tot en met week 5 was nog niet toegankelijk. Hiermee begin voor mij de onzekerheid. Ik wil altijd weten wat mij in de toekomst te wachten staat. Maar dat was niet zo. Dus vol goede moed begonnen met het lezen van de sheets, het bekijken van het video materiaal en het lezen van de discussiefora. Deze laatste bleek belangrijker dan ik dacht, toen ik bijna klaar was kreeg ik een mail dat ik actiever moest zijn binnen deze fora. Maar het niveau van de vragen lag al hoger dan mijn kennis over de voeding van paarden. Ik ben dus maar wat gaan doen op een item over kleine paardjes. Gezellig gekletst over mijn Shetlanders, nuttig nee, leuk ja. En ik ben zelf een item begonnen over voeding van paarden met zomereczeem. Daar kon niemand mij tot nu toe nog bij helpen, hetgeen wel jammer is. De discussiefora waren de enige plekken waar interactie plaats vond. De administratie rondom de cursus liep goed veel mails ontvangen van de cursusleiders, maar weinig directe interactie. Hierdoor heb ik wel veel geleerd in de cursus maar heb ik er niet meer tijd ingestoken dan noodzakelijk was. Ik denk wel dat de kennis blijvend is, maar dat komt vooral omdat ik het direct kan toepassen. Van deze cursus heb ik overigs een blog bijgehouden op http://sschouwenaars.blogspot.nl/ Dat is mijn paarden-blog.

De andere MOOC hebben jullie hier kunnen volgen. Deze MOOC bracht mij in het begin ook in verwarring, maar niet omdat niet duidelijk was wat ik kon verwachten. Dat was van het begin af aan heel duidelijk.

Image

Er werd al heel snel verwezen naar de final assignment een digital artefact. Daardoor kon ik gelijk gaan denken wat ik wilde maken en daar vast het materiaal voor verzamelen. Nee de verwarring ontstond door de enorme hoeveel media die werd gebruikt voor de directe interactie met de cursisten. Ik geloof dat deze verwarring leidde tot een afname van het aantal cursisten van 40.000 naar 7.000. Maar ik neem aan dat er meer mensen inschrijven dan beginnen en dat de afname niet alleen te wijten was aan de verwarring. De verwarring was in ieder geval alom. We konden namelijk twitteren, facebooken, google+-en en discussies voeren op de wiki. Er werden hangouts georganiseerd, twitterchats, facebookpagina’s geopend enz enz enz. Nadat ik een aantal discussiegroepen gesloten had, ik bleef alleen in contact met de Dutch group, werd het leven al wat overzichtelijker. Daarnaast besloot ik mijn favoriete medium als enige medium verder te gebruiken en wat een genot om twitter te gebruiken op deze manier. Vier zaterdagavonden tweetchats bijgewoond, waarvan twee als moderator. Heel veel contacten aan overgehouden. Gevraagd deel te nemen aan een learning community in Londen (moet ik daar toch eens naar toe), gevraagd in contact te blijven met andere deelnemers en weer heel veel volgers op twitter erbij. Echt genoten van deze MOOC. Veel geleerd? Weet ik nog niet echt, wel weer heel praktisch enkele tips voor nieuwe programma’s gekregen en veel stof tot nadenken. Uiteindelijk leer ik altijd wel iets. Leuk? Ja enorm.

Twee MOOC’s van dezelfde universiteit maar zo totaal verschillend in werkvorm, interactie en resultaat. Voorlopig staan er geen MOOC’s die ik zou kunnen volgen op Coursera, maar ik houd het zeker in de gaten.