Tag Archives: onderwijs

The Internet of things and other things

Deze tweede week van de MOOC e-learning and digital cultures begint met metaforen en een bekende van mij, The internet of thngs. Die metaforen zijn eigenlijk al zo gewoon geworden in onze taalgebruik dat ik ze niet eens meer vreemd vind. Zo hebben we al jaren een digitale snelweg en surfen we over het Internet. Een mooie en toepasselijke metafoor is de vergelijking van een MOOC met een mp3. Jaren geleden konden we voor het eerst gratis naar die muziek luisteren die we mooi vinden en we hoefden dan niet eens het hele album te kopen. En ja nu volg ik de cursussen die ik leuk vind zonder daarbij een hele opleiding te moeten volgen. En ja dat doe ik gratis. Leuke en geode metafoor dus.

Vervolgens las ik in het artikel over The Internet of Things over Blogject. Objecten die bloggen. Het duurde even voor ik mij realiseerde wat ik las en besefte mij toen dat ik daar zelf ook aan mee doe. Ik vind het leuk om streepjescodes te lezen en om zelf QR-codes te maken. Krijg ik ineens een goed idee voor mijn eindopdracht van de cursus.

Maar toen kwam laat in de avond de klapper van deze week. Een video van een keynote van W. Gardner Campbell (http://www.educause.edu/members/w-gardner-campbell) Eens in de zoveel tijd kom ik zo iemand tegen. Iemand waar ik nieuwsgierig van word. Die een verhaal heeft dat zo aansluit bij mijn gedachten.

De keynote gaat over Open education. http://mediasitemob1.mediagroup.ubc.ca/Mediasite/Play/4f02e944e6c54203a8f4817a0e2b3e111d

Hij heeft het niet zo zeer over de open education zoals die nu in MOOC’s wordt gehanteerd, maar meer over Opening education. Hij begint met het beschrijven van de twijfels die er zijn over de kwaliteit van het onderwijs op het moment dat mensen massaal MOOC’s gaan volgen (vergelijk met massaal downloaden van muziek). De twijfelaars en tegenstanders van online education geven aan dat MOOC’s nooit de waarde kunnen hebben van face-to-face contact kunnen hebben en dat zij daarom nooit de docent kunnen vervangen.

Maar zoals W.Gardner Campbell een aantal keren zegt “That is not it at all, That is not what I meant, at all”  De ontwikkelaars van MOOC’s willen de docenten of het klassieke onderwijs niet vervangen. Ze willen alleen dat we eens na gaan denken over wat we nu eigenlijk aan het doen zijn.

En we, dat zijn alle mensen die zich met het onderwijs bezig houden.We zijn docenten, maar ook beleidsmakers die zoveel “innovaties”  inzetten. We zijn de onderwijskundigen die zoekende zijn, nieuwsgierig geworden naar wat zij zien en horen. We zijn degene die het onderwijs volgen en maken.

En het begint met het lesmateriaal en gaat verder naar de toetsing (waar het eindigt….? Wie zal het zeggen? Waar eindigt het leren?) W. Gardner Campbell spreekt over Opening Education omdat hij zich afvraagt of de studenten nu niet alleen dat leren wat wij willen. Maar willen de studenten dat wel leren, hebben zij de kennis die wij hen aanbieden nu nodig. Moeten wij de studenten niet gewoon voorbereiden op hun eigen toekomst. Blokkeren wij met het aanbieden van allerlei eisen en criteria de creativiteit van de studenten. Om creatief te zijn moet je nieuwsgierig zijn, dingen durven uit proberen. Maar mogen studenten dat nu?

Door leerdoelen voor te schotelen leren de studenten dan wel wat zij willen leren. We schrijven ze voor welke leerdoelen ze in hun portfolio moeten benoemen. Is het dan nog wel hun portfolio? Of is het die van de docent? Die bewijst dat zijn studenten geleerd hebben wat hij wilde? Als studenten voldoen aan de eisen en criteria die wij ze voorschrijven hebben ze het kunstje van pleasen geleerd niet de vaardigheid zelf.

Opening education kan leiden tot een bepaalde attitude die we zo graag willen zien bij onze studenten. Een behoefte om te leren, om verder te zoeken naar informatie, om na te denken over wat we ze geleerd hebben. Een van zijn slides (00:43:12) laat een aantal vragen zien die hij aan het begin van de les aan zijn studenten geeft. Did you read the material for today’s class meeting carefully? Did you come to class today with questions or with items you’re eager to discuss? Since we last met, did you talk at length to a classmate or classmates about either the last class meeting or today’s meeting? Since our last meeting, did you read any unassigned material related to this course of study? Since our last class meeting, how much time have you spent reflecting on this course of study and recent class meetings?

Wat zou ik graag deze vragen aan mijn studenten willen vragen voor het begin van de les. En misschien ga ik dat maar eens doen. Studenten werkelijk betrekken. Ik vind “eager”  zo mooi woord in een zin met studenten en kennis.

Mijn tweede week is nog niet voorbij want ik ga even duiken in hetgeen W. Gardner Campbell heeft achtergelaten op het Internet.

Transform, connect, construct, transform

In mijn zoektocht naar duidelijkheid over het hoe en waarom docenten, zichzelf wel of niet professionaliseren, stuit ik telkens op het begin. (Hoe kan het ook anders) Het begin van al het leren is de visie van de lerende. In het geval van de docent de visie die hij heeft over het meesterschap en daarmee bedoel ik het onderwijs. Deze visie bepaalt zijn manier van lesgeven, maar ook zijn behoefte aan nieuwe kennis en vaardigheden.

Bijna iedereen binnen het onderwijs is ervan overtuigd dat de lerende het best leert in samenwerking met anderen. Anderen uitleg geven over de inhoud van het te leren materiaal geeft het hoogste leereffect. Connectiviteit is daarbij het uitgangspunt. In verbinding staan met anderen kan face-to-face of online. Binnen een instelling werken lerende teams samen om te komen tot een cyclus van onderwijsverbetering. Ieder lid van een team brengt zijn of haar specifieke kennis en kunde in.

Maar als het gaat om grotere innovatieve veranderingen of verbeteringen is het belangrijk dat ook buiten de eigen instelling wordt gezocht naar nieuwe kennis. En dan is het maar goed dat er zoiets als internet bestaat. Docenten uit verschillende delen van de wereld kunnen gezamenlijk werken aan onderwijsvernieuwing. Zij nemen deel aan Public Learning Communities en delen hun kennis met de rest van de wereld. Open en zonder enige tegenprestatie te verwachten. De nieuw opgedane kennis kunnen de docenten toepassen in hun eigen onderwijs. Een Nederlands voorbeeld van een PLC zijn de special interest groups van Surf.

Maar leren vindt plaats op een constructivistische wijze. Twitter en andere social media zijn in dit proces van leren goed te gebruiken als begin sneeuwbal. Een heel klein balletje van slechts 140 tekens dat met een paar klikken van de muisknop kan veranderen in een prachtige sneeuwpop. Daarbij is het wel belangrijk dat de docent mediawijs is. Is hij dat niet dan loopt hij het risico bedolven te raken onder een lawine van informatie. Het is dan maar te hopen dat zijn persoonlijk alarm gehoord wordt en dat hij op tijd gered wordt. Tip: duik nooit te diep in de sneeuw zonder lifeline. Ik leer mijn studenten eerst een zoek plan te maken en dan pas te gaan zoeken. In de praktijk is dit zoekplan een dynamisch plan dat gaande de zoektocht groeit en maar de grote lijn blijft gevolgd. De aorta loopt door. Hierdoor blijft de structuur van de zoektocht behouden.

Ik gebruik Yippy.com als zoekmachine. Deze zoekmachine biedt mij namelijk alternatieve routes voor ik vast kom te zitten. Ik kan vooraf kiezen welke weg ik kies. Samen met Databanken, zoals Questia en Mendeley kom ik bijzonder ver, zonder ook maar een pas gezet te hebben.

De kennis die een docent op deze manier op doet voegt hij toe aan zijn oude kennis en op die manier ontstaat er persoonlijke professionele ontwikkeling. Maar om sociaal te kunnen leren moet de docent zich bewust worden van zijn oude kennis en gedrag.Transformatief leren maakt het mogelijk om onbewust aangenomen betekenissen en waarden te herkennen en eigen betekenis en gedrag vorm te geven. Transformatief leren houdt ook het doorbreken van voorheen vanzelfsprekend geachte opvattingen en gewoonten. Een opbrengst in sociaal leren gaat dus gepaard met individuele bewustwording en verandering.

En nu ontstaat er een nieuwe sneeuwbal. Wat betekent transformatief leren binnen het leven lang leren van de docent? En is dit te beinvloeden?

Persoonlijk ondernemerschap en de inzet van digitale leermaterialen.

Het gebeurt niet vaak dat in het Tijdschriftt voor Onderwijskunde en Opvoedkunde Pedagogische studiën aandacht wordt besteed aan ICT binnen onderwijs. Maar in nummer drie van dit jaar stond een artikel (Vermeulen, van Acker, Kreijns, & van Buuren, 2012) dat mij triggerde en aanzette tot nadenken. De auteurs hadden een onderzoek gedaan onder 1239 leraren uit PO, VO en MBO. In hun studie stond de volgende vraag centraal: Wat zijn de belangrijkste determinanten van de intentie tot het gebruik van Digitale leermaterialen door leraren in hun onderwijspraktijk? In hun onderzoek gingen zij ervan uit dat de intentie bepaald wordt door drie kernvariabelen; Houding (gevoel van sympathie of juist antipathie t.o.v. digitale leermaterialen, Subjectieve norm (de waargenomen groepsdruk) en de Overtuiging om bepaald gedrag te kunnen uitvoeren en een voldoende prestatie te leveren. Zij hebben een aantal hypothesen getest maar ik wil er in deze blog maar één naar voren brengen. Zij hadden de hypothese dat “ICT vaardigheden en persoonlijk ondernemerschap positief gerelateerd zijn aan intentie tot het gebruik van digitale leermaterialen en dat deze wordt gemedieerd door de overtuiging bepaald gedrag te kunnen uitvoeren”. Drent (2005) beschreef het persoonlijk ondernemerschap als “de innerlijke gedrevenheid om zich verder te ontwikkelen. Deze gedrevenheid uit zich in het actief nemen van initiatieven om doelstellingen te realiseren.” Persoonlijk ondernemerschap heeft volgens haar te maken met professionele betrokkenheid. Op het gebied van gebruik van digitale leermaterialen uit die professionele betrokkenheid zich door een hoge mate van interne school activiteiten (interactie met collega’s), een hoge mate van externe school activiteiten (bezoeken van symposia enz.) en het uitvoeren van leiderschapsactiviteiten zoals het begeleiden van docenten. Andere onderzoekers noemen het personal engagement (Collis & Moonen, 2001). Onder personal engagement wordt verstaan het hebben van persoonlijke motivatie om onderwijskundige innovaties uit te proberen en het hebben van interesse voor technologische ontwikkelingen, evenals het discussiëren met anderen over deze onderwerpen. Hierbij moet wel gezegd dat dit alles sterk beïnvloed wordt door de onderwijsopvatting van de leraar. Leraren met een student georiënteerde didactische werkwijze hebben volgens de onderzoekers een hogere mate van personal engagement dan de docenten die dit niet hebben. Voor de schaal persoonlijk ondernemerschap gebruikten de onderzoekers uit het eerste deel van mijn blog de aanvulling van Drent (2005) op een studie van Mumtaz (2000). Persoonlijk ondernemerschap bestaat daarin uit twee dimensies van kennisvergaring. De eerste dimensie is het gebruik van het eigen netwerk van een leraar om ICT kennis en vaardigheden te krijgen en de tweede dimensie is het initiatief dat de docent neemt om zelfstandig op zoek te gaan naar nieuwe kennis en vaardigheden. Het onderzoek geeft aan dat Persoonlijk ondernemerschap de belangrijkste (indirecte voorspeller is voor het gebruik van digitale leermiddelen en dat dit sterk gerelateerd is aan de overtuiging om een bepaald gedrag met goed succes te kunnen uitvoeren. Een leraar die pro-actief op zoek gaat bij collega’s binnen en buiten de school of op zoek gaat naar informatie geleverd door deskundigen staat positiever tegenover het gebruik van digitale leermaterialen, dan de leraar die dit alles niet doet.
Dit alles overdenkend zou het weleens een heel moeizaam veranderingsproces voor het onderwijs kunnen zijn. De vraag welke kennis of vaardigheden de docent moet hebben om digitale leermaterialen te gebruiken in zijn onderwijspraktijk, wordt daardoor bijna onmogelijk om te beantwoorden. Het is namelijk sterk afhankelijk van de docent en zijn onderwijsopvatting.
Maar even pro-actief op zoek gaan naar meer informatie hierover.
Geciteerde werken
Collis, B., & Moonen, J. (2001). Flexible learning in a digital world: experiences and expectations. London: Kogan Page.
Drent, M. (2005). In transitie: Op weg naar innovatief ICT-gebruik op de PABO. Unpublished doctoral dissertation. Enschede: Twente University.
Vermeulen, M., van Acker, F., Kreijns, K., & van Buuren, H. (2012). Leraren en hun intentie tot het gebruik van digitale leermaterialen in hun onderwijspraktijk. Pedagogische Studiën, 159-173.

Overdenking

Wat een beter tijdstip voor een overdenking dan een Zondagochtend. Mijn geloof ligt in het onderwijs van mensen dus beter kan niet. Mijn overdenking begon vanochtend toen ik The World is Flat van Thomas Friedman las. In zijn boek beschrijft hij een wereld die verandert door de mogelijkheden van het Web. Outsoutching, homesourching, alles is mogelijk geworden door het world wide web. Toen dwaalden mijn gedachten richting het onderwijs en tot mijn schrik bedacht ik mij dat het web ook een enorme bron van kennis is. Kennis die vrijelijk gedeeld wordt en die door anderen aangevuld of gecorrigeerd wordt.

Ik woon in een dunbevolkte regio. Er is nieuwe kennis, maar vaak blijft deze kennis beperkt tot het bedrijf of de directe omgeving van de “uitvinder”.  En dat is jammer. Het is dubbel jammer omdat de mogelijkheid tot verspreiding ( en verkrijgen)zo voor de hand liggend en voor iedereen toegankelijk is: het web.

Het is slechts een handje vol mensen die van die mogelijkheid gebruik maken. Het zijn geen pioniers meer, want die Web wereld is allang ontdekt. We ( ik hoor daar gelukkig ook bij) zijn tijdig op die trein gesprongen en we rijden mee. Maar wat nu met degene die de trein gemist hebben of moedwillig voorbij  hebben laten gaan? Wat nu als dat net de mensen zijn die de jonge mensen moeten onderwijzen? Is hun kennis dan achterhaald?

Ik weet het niet. Veel van mijn collega’s zijn zeer kundige mensen zonder twitter of wat dan ook. Maar ik weet wel dat het risico er is en ik vraag mij dan ook af of een school in een regio zoals Zeeland zich juist in digital literacy zou moeten specialiseren, zodat er van alle kennisbronnen gebruik kan worden gemaakt.

Het maakt niet meer uit of je, zoals ik nu, op een boerderij in het buitengebied zit of in een appartement in Rotterdam (of welke andere stad dan ook). Alle kennis ligt vlak naast je. Je hoeft het alleen maar te pakken. En bedenk dan of we de juiste prioriteit in het onderwijs hebben.

Connecting the dots

Steve Jobs deed dit tijdens zijn beroemde toespraak voor afsturende studenten van de Stanford University in 2005 (Stanford University, 2005). Ik doe het achter mijn bureau tijdens mijn vakantie. De digitalisering van het onderwijs gaat snel en net als binnen de neurologie is het binnen de digitale wereld ook een kwestie van Connecting the dots.

In deze blog ga ik proberen twee punten samen te laten komen, namelijk: Constructivisme en technologie.

Constructivisme is en blijft daarbij de ruggengraat van het onderwijs. Dewey gaf in 1916 al aan dat de leren plaats vindt in de omgeving van de student. En dat interactie plaats vindt tussen de student en zijn omgeving. Kennis is dynamisch en gebaseerd op actieve ervaringen. Dewey zag de docent als een gids omdat het leren gebaseerd moest zijn op creatieve interactie en niet op gebaseerd moet zijn op een vooraf beschreven eindresultaat. De omgeving van de student anno nu bestaat voor een belangrijk deel online. Het web biedt een immense hoeveelheid bronnen die studenten gebruiken voor het oplossen van problemen en het opbouwen van kennis. Technologie biedt de student niet alleen de mogelijkheid kennis te vergaren, maar hij of zij kan ook kennis uiten op het net (blogs, wiki’s enz) of reflecteren op het geleerde (via fora en dergelijken). Maar gebruik maken van online technologie voor onderwijsdoeleinden betekent dat de docent rekening moet houden met een aantal zaken.

Ten eerste moet de technologie niet gebruikt worden omdat het gebruikt moet worden. Het belang van samenwerkend leren en creëren van nieuwe kennis mag niet uit het oog verloren worden.

De docent is facilitator en zal actief betrokken zijn bij het leren van al zijn studenten maar niet in die mate dat hij bepaalt wat er geleerd gaat worden. De docent is gids, coach, helpdesk enz.

Ondanks dat het leren voor een deel online plaats vindt moet de leersituatie zo authentiek mogelijk zijn. Dit betekent dat de problemen waar de studenten tijdens het project aan werken authentiek gemaakt moeten worden. Daarbij kan het beroepenveld een goede hulp zijn. Door toevoeging van opgenomen interviews enz. kunnen zij de opdracht van een authentiek sausje voorzien.

Tot slot twee zaken die extra aandacht nodig hebben om de kwaliteit van het geleerde te kunnen borging. Zelfsturing is een vaardigheid waarvan wij verwachten dat de student die heeft, maar niet alle studenten beschikken over voldoende zelfsturing om de juiste bronnen aan te boren. Wikipedia is een mooie start maar uiteindelijk willen we dat de studenten de juiste informatie verwerven en verwerken. De studenten leren hoe zij de bronnen en hun informatie op de juiste waarde moeten schatten is een 21st eeuwse vaardigheid die binnen de curricula van de opleidingen een steeds belangrijkere plaats gaan innemen.

Vervolgens moet de kennis getoetst worden. Ook hierbij kan gebruik gemaakt worden van technologie. Maar dit betekent een mindshift bij docenten. Ik stel u een vraag en ik zou het op prijs stellen als u mij uw antwoord via twitter stuurt (sschouwenaars). Is het erg als studenten samen thuis een toets maken?

Bibliografie

Dewey, J. (1916). Democracy and eduacation. New York: The Free Press.

Stanford University. (2005, June 14). You’ve got to find what you love, ‘Jobs says. Retrieved august 1, 2012, from Stanford University News: http://news.stanford.edu/news/2005/june15/jobs-061505.html

Digital literacy en flipping the classroom door Virtual Action Learning

Al enige maanden volg ik nauwgezet alle sociale media op zoek naar de werkvorm die past bij digital literacy en flipping the classroom. Deze 2 aspecten van het onderwijs hebben al sinds enige tijd mijn aandacht. Dit omdat ik een verandering merk bij de studenten die de generieke cursussen volgen van mijn team, bijvoorbeeld onderzoeksmethoden en -technieken. Vol enthousiasme en zeer gemotiveerd beginnen zij aan deze cursussen maar na een aantal bijeenkomsten neemt het enthousiasme af. Van transfer van het geleerde naar andere cursussen is nauwelijks sprake. Het ligt niet aan de docenten of studenten. Op het moment dat de student onderzoek moet doen, komt hij met vragen naar dezelfde docenten en die geeft hem dan met liefde antwoord en instructie zodat de student verder kan. Het ligt dus aan het onderwijs. Het wordt op het verkeerde moment gegeven en misschien wel niet op de juiste manier waardoor het enthousiasme minder wordt.

ImageJongeren van nu leren niet meer door alleen te luisteren, misschien hebben ze dit nooit gedaan. Jongeren van nu hebben veel vragen, maar de antwoorden hierop googlen zij zelf. Door actief met de vraag bezig te zijn passen zij het gevonden antwoord ook toe tijdens situaties in het echte leven. Zij communiceren graag en veel met leeftijdsgenoten over uiteenlopende onderwerpen, dit doen zij via facebook, twitter of een ander sociaal medium. Kunnen wij hier iets mee binnen het onderwijs? Tijdens de onderwijsdagen (2011) stuitte ik op de 21st eeuwse vaardigheid ICT geletterdheid. Onder ICT geletterdheid wordt niet alleen verstaan dat studenten goed overweg kunnen met Word of Excel. ICT geletterdheid is het bewustzijn, de houding en mogelijkheid van individuen om op de juiste wijze digitale media te gebruiken om digitale bronnen te herkennen, gebruiken, beheersen, integreren, analyseren en synthetiseren om nieuwe kennis te generen, media producten te leveren en met anderen te communiceren in de context van speciale situaties met het doel constructieve sociale acties mogelijk te maken en te kunnen reflecteren op het proces (Ng, 2012). Maar met de invoering van ICT alleen verbetert de kwaliteit van onderwijs nog niet. Daarvoor is een andere inrichting van het onderwijs noodzakelijk. Flipping the classroom kan een oplossing bieden. Bij dit didactische model staat het thuis leren met behulp van video’s gemaakt door de docenten voorop. Studenten komen naar school voor bijeenkomsten met de docent en medestudenten. Tijdens deze bijeenkomsten kunnen vragen worden gesteld en wordt de opdracht afgemaakt. De tijd wordt besteed aan het leerproces van de student (Sams, Bergmann, & Bennett, 2012). Het klaslokaal is eigenlijk een groot leercentrum waar studenten samen werken aan een opdracht en de docent hen daarbij die begeleiding geeft die zij nodig hebben. Maar dat betekent ook dat de opdrachten anders geformuleerd moeten worden. Het antwoord op de vraag hoe kreeg ik eigenlijk direct door het bijwonen van een inspiratie ochtend aan het e-lab van Innofun. (2011). Virtual Action Learning is een didactische werkvorm waar de student met behulp van virtuele middelen op zijn eigen acties en ervaringen terug blikt om zo zijn eigen leren te bevorderen.Image

Uitgangspunt is het sociaal constructivisme waarbij de student zelf aangeven wat hij tijdens het leerproces ervaart en dat daarbij contact met anderen een centrale rol vervult. Naast nieuwe media kan de student ook gebruik maken van traditionele bronnen en van de kennis van de anderen. Het leerproces bestaat bij V.A.L. uit 11 stappen (Baeten, 2011). Te weten

  1. Competentie kiezen
  2. Leerarrangement kiezen
  3. Informatie selecteren
  4. Leerproduct maken
  5. Virtuele interactie over leerproducten
  6. Fysieke bijeenkomst op school
  7. Verbeteren en nomineren van best practice leerproduct
  8. Bespreken van best practices
  9. Publicatie van best practices
  10. Assessment
  11. Beoordelings- en reflectie gesprek

Bij het ontwikkelen van de verschillende leerarrangementen houden de docenten rekening met de stappen binnen het proces en sluiten zij aan bij een project binnen de opleiding/het beroepenveld.

Geciteerde werken

(2011, december 13). Retrieved jnue 11, 2012, from http://youtu.be/Vhw3PaHhsfA

Baeten, J. (2011). Virtual Action Learning. Amsterdam: KIT Publishers.

Ng, W. (2012, june 8). Why digital literatacy is important for science teaching and learning. Retrieved june 2012, 10, from www. curriculum.edu.au: http://www.curriculum.edu.au/leader/default.asp?issueID=12610&id=34913

Sams, A., Bergmann, J., & Bennett, B. (2012, june 8). The truth about flipped learning. Retrieved june 10, 2012, from http://www.iste.org: http://www.iste.org/connect/iste-connects/blog-detail/12-06-08/The_Truth_about_Flipped_Learning.aspx

Relaties in onderwijsvernieuwing en vorm

Na wat deskresearch voelde ik gisteren dat alle onderwijs vernieuwingen een relatie met elkaar moesten hebben, maar welke was mij nog niet helemaal duidelijk. Totdat iemand uit mijn naaste omgeving opmerkte dat de student altijd centraal zou moeten staan en niet de onderwijsvernieuwing. Na enig nadenken moest ik hem natuurlijk gelijk geven. Als ik de student en het onderwijs aan deze individuele student centraal stelt dan klopt alles.

Afhankelijk van de onderwijsdoelen van dat moment wordt bepaald welk onderwijs er het best bij de student past. En op welke manier dit onderwijs gegeven kan worden. In deze blog wil ik uitgaan van een viertal onderwijsdoelen, die ik regelmatig tegenkom. Binnen dat onderwijs zal ik beschrijven hoe de stukjes van de puzzel in elkaar passen.

Project onderwijs

Bij uitstek een onderwijs vorm waarbij flipping the classroom (sorry voor het gebruiken van de Engelse term maar “omgekeerde klas” dekt naar mijn mening de lading niet) toegepast kan worden. De studenten krijgen een opdracht om op projectbasis in een groep samen een oplossing te vinden voor een vraag of een probleem. Daarbij gebruiken ze een aantal 21st eeuwse vaardigheden, zoals samenwerken en communiceren. Ze zullen in eerste instantie starten met het oplossen van het project. Voorheen gingen we uit van een rechtop staande taxonomie van Bloom en moesten de studenten eerst kennis krijgen voor zij aan een opdracht konden werken. Als we nu uitgaan van een omgekeerde taxonomie van Bloom (nu mag omgekeerd wel want dat is de driehoek)? Wat gebeurt er dan? Dan zullen de studenten eerst hun eigen creativiteit gebruiken om een bepaald probleem op te lossen. Zij zullen concepten bedenken. Die kunnen goed of niet goed zijn. Geef je als docent daarna feedback op de concepten en draag je nieuwe kennis aan in een weblecture, dan zullen de studenten de concepten zelf kunnen aanpassen. Op die manier gebruiken zij direct de nieuw opgedane kennis.

Door gebruik van de mogelijkheden die ICT de studenten biedt kunnen zij sneller en beter samenwerken. Tools zoals Dropbox, Googledocs, Evernote of leeromgevingen zoals Moodle en Edmodo maken het voor de studenten mogelijk om tijd en plaats onafhankelijk met elkaar samen te werken.

Daarnaast komen binnen het project onderwijs ook de andere 21st eeuwse vaardigheden aanbod. Samenwerken en communiceren had ik al genoemd, maar daarbij zijn kritisch denken, probleemoplossend vermogen, creativiteit, en sociale en culturele vaardigheden, ook vaardigheden die de studenten tijdens het werken in een project zullen gebruiken.

Regelmatige assessments moeten het leerproces en de leerbehoeften van de student inzichtelijk maken. Deze assessments kunnen gesprekken zijn, maar kunnen ook direct betrekking hebben op het geleerde en als een (online) test aan de studenten worden aangeboden.

Design onderwijs

Binnen enkele opleiding gaat het leerproces vooral om het leren ontwerpen. Hierbij staan de onderdelen van het proces van design thinking voorop. Het begrijpen van de behoefte, het observeren van de wensen van de gebruikers, het ontwikkelingen van concepten vanuit verschillende invalshoeken, het creëren van een ontwerp dat uitmondt in een prototype dat getest en geëvalueerd wordt.

Maar juist binnen het design onderwijs is het noodzakelijk de taxonomie van Bloom om te keren om de creativiteit van de studenten vooral niet te onderdrukken. Net als bij project onderwijs kan de feedback en nieuwe kennis na de ontwerpfase voor dat de studenten een prototype gaan bouwen worden aangeboden, maar het kan ook na het bouwen van het prototype aangeboden worden. (bijvoorbeeld afhankelijk van de kosten van het bouwen van het prototype).

Ook binnen het design onderwijs zijn de 21st eeuwse vaardigheden voor de studenten nodig om te komen tot een goed einde. Creativiteit, maar ook kritisch denken en probleemoplossend vermogen zijn voor de hand liggende vaardigheden, maar zeker in het stadium van het observeren en vaststellen van de wensen en eisen van de klant zal de student vaardigheden zoals communiceren en samenwerken toepassen. Binnen onze multiculturele samenleving zal de student zeker gebruik maken van sociale en interculturele vaardigheden om het prototype aan te laten sluiten bij de specifieke wensen van die ene klant.

De ICT vaardigheden die deze student gebruikt zijn weliswaar andere dan die van bijvoorbeeld een economie student. Maar hij zal ook zeker vaardig moeten zijn in de mogelijkheden van online creëren en bewaren van ontwerpen en het werken met meer gangbare programma’s zoals Word en Excel.

Onderzoek

Voor deze blog maak ik even het grove onderscheid tussen deskresearch, fieldresearch en lab research. Voor al deze vormen van onderzoek is het mogelijk om flipped learning toe te passen. Studenten zullen individueel of in kleine groepen het onderzoek uitvoeren. Daarbij zullen zij optimaal gebruik maken van de mogelijkheden van het internet. Dat begint al bij het vinden van informatie. De studenten zullen mogelijk hulp nodig hebben bij het vinden van de juiste databanken, maar zodra ze de snelste en beste weg weten zullen zij de informatie die zij nodig hebben zelf kunnen vinden.

Het valt te overwegen om de studenten een lijst aan te bieden met alle mogelijke onderzoektools die er te vinden zijn op het net. Maar je kunt de studenten natuurlijk ook een beetje op weg helpen.

Afhankelijk van het soort onderzoek zal de ene student meer in de richting gaan van Project onderwijs terwijl de ander zich bezig houdt met design onderwijs. De vaardigheden die de student nodig heb je al eerder in deze blog kunnen lezen.

De student die onderzoek doet zal na het uitzetten van het onderzoek en het verkrijgen van de data, deze data moeten verwerken en presenteren. Voor alle fasen in het onderzoek is programmatuur online (en in veel gevallen gratis) beschikbaar.

Meer als voor de andere onderwijsvormen zal de student die onderzoek beschikken over taalvaardigheden in Nederlands en Engels ( en mogelijk in andere talen). Veel onderzoeksliteratuur is alleen beschikbaar in het Engels. Om een volledig overzicht te krijgen van de beschikbare informatie zal de student daarom ook vaardig moeten zijn in deze taal.

De laatste onderwijsvorm die ik onlangs tegen ben gekomen is de Case Method

Case Method

Deze vorm van onderwijs kent een strakke volgorde van studentenactiviteiten. Allereerst zal de student zelf informatie moeten zoeken over een bepaalde situatie waar de opdracht over gaat. Hij zal met verschillende oplossingsmogelijkheden moeten komen en de voor- en tegenargumenten van de oplossingsrichtingen kennen. Hiervoor heeft hij bepaalde vaardigheden nodig die onder de 21st eeuwse vaardigheden vallen. Zoals kritisch denken, creativiteit, probleemoplossend vermogen. Maar ook andere vaardigheden zoals informatie verwerven en verwerken. In deze fase kan video materiaal de student meer inzicht geven in de situatie. Na deze eerste individuele fase zal de student binnen een groepje zijn oplossingsrichtingen bespreken. Daarbij moet hij niet alleen gaan voor zijn eigen oplossingsrichting, maar hij moet ook goed luisteren naar de oplossingen die zijn groepsgenoten hebben bedacht. De feedback die de student van zijn groepsgenoten krijgt zal hij verwerken in zijn oplossingsrichtingen en tijdens de discussie in de klas zal hij moeten komen tot een beste oplossing voor de situatie.

Op verschillende plaatsen in dit traject kan de student behoefte hebben aan meer informatie of andere informatie. De docent kan hem die informatie aanbieden, maar de student kan natuurlijk ook op het web zelf op zoek gaan naar aanvullende informatie. Doen wij dit niet allemaal als wij iets niet weten. Het eerste wat wij doen is google de vraag. Waarom zou de student dat niet doen. Natuurlijk moet hij kritisch de gevonden informatie kunnen beoordelen maar kritisch denken en creativiteit zijn vaardigheden die deze studenten vaak al hebben ontwikkeld.

Alle puzzelstukjes zitten op zijn plek. Naar mijn mening is het mogelijk om Flipping the Classroom ook binnen ons onderwijs toe te passen. Maar het is een hulpmiddel dat op de juiste manier op de juiste tijd en plaats moet worden aangeboden. Dit geldt ook voor de 21st eeuwse vaardigheden. Beide onderwijsvernieuwingen kunnen niet ingevoerd worden als het onderwijs slecht is. Het onderwijs moet in basis goed, duidelijk en overzichtelijk zijn. Pas dan kunnen de studenten de verantwoordelijkheid voor hun eigen leren in handen nemen.