Tag Archives: onderwijs

Overdenking

Wat een beter tijdstip voor een overdenking dan een Zondagochtend. Mijn geloof ligt in het onderwijs van mensen dus beter kan niet. Mijn overdenking begon vanochtend toen ik The World is Flat van Thomas Friedman las. In zijn boek beschrijft hij een wereld die verandert door de mogelijkheden van het Web. Outsoutching, homesourching, alles is mogelijk geworden door het world wide web. Toen dwaalden mijn gedachten richting het onderwijs en tot mijn schrik bedacht ik mij dat het web ook een enorme bron van kennis is. Kennis die vrijelijk gedeeld wordt en die door anderen aangevuld of gecorrigeerd wordt.

Ik woon in een dunbevolkte regio. Er is nieuwe kennis, maar vaak blijft deze kennis beperkt tot het bedrijf of de directe omgeving van de “uitvinder”.  En dat is jammer. Het is dubbel jammer omdat de mogelijkheid tot verspreiding ( en verkrijgen)zo voor de hand liggend en voor iedereen toegankelijk is: het web.

Het is slechts een handje vol mensen die van die mogelijkheid gebruik maken. Het zijn geen pioniers meer, want die Web wereld is allang ontdekt. We ( ik hoor daar gelukkig ook bij) zijn tijdig op die trein gesprongen en we rijden mee. Maar wat nu met degene die de trein gemist hebben of moedwillig voorbij  hebben laten gaan? Wat nu als dat net de mensen zijn die de jonge mensen moeten onderwijzen? Is hun kennis dan achterhaald?

Ik weet het niet. Veel van mijn collega’s zijn zeer kundige mensen zonder twitter of wat dan ook. Maar ik weet wel dat het risico er is en ik vraag mij dan ook af of een school in een regio zoals Zeeland zich juist in digital literacy zou moeten specialiseren, zodat er van alle kennisbronnen gebruik kan worden gemaakt.

Het maakt niet meer uit of je, zoals ik nu, op een boerderij in het buitengebied zit of in een appartement in Rotterdam (of welke andere stad dan ook). Alle kennis ligt vlak naast je. Je hoeft het alleen maar te pakken. En bedenk dan of we de juiste prioriteit in het onderwijs hebben.

Connecting the dots

Steve Jobs deed dit tijdens zijn beroemde toespraak voor afsturende studenten van de Stanford University in 2005 (Stanford University, 2005). Ik doe het achter mijn bureau tijdens mijn vakantie. De digitalisering van het onderwijs gaat snel en net als binnen de neurologie is het binnen de digitale wereld ook een kwestie van Connecting the dots.

In deze blog ga ik proberen twee punten samen te laten komen, namelijk: Constructivisme en technologie.

Constructivisme is en blijft daarbij de ruggengraat van het onderwijs. Dewey gaf in 1916 al aan dat de leren plaats vindt in de omgeving van de student. En dat interactie plaats vindt tussen de student en zijn omgeving. Kennis is dynamisch en gebaseerd op actieve ervaringen. Dewey zag de docent als een gids omdat het leren gebaseerd moest zijn op creatieve interactie en niet op gebaseerd moet zijn op een vooraf beschreven eindresultaat. De omgeving van de student anno nu bestaat voor een belangrijk deel online. Het web biedt een immense hoeveelheid bronnen die studenten gebruiken voor het oplossen van problemen en het opbouwen van kennis. Technologie biedt de student niet alleen de mogelijkheid kennis te vergaren, maar hij of zij kan ook kennis uiten op het net (blogs, wiki’s enz) of reflecteren op het geleerde (via fora en dergelijken). Maar gebruik maken van online technologie voor onderwijsdoeleinden betekent dat de docent rekening moet houden met een aantal zaken.

Ten eerste moet de technologie niet gebruikt worden omdat het gebruikt moet worden. Het belang van samenwerkend leren en creëren van nieuwe kennis mag niet uit het oog verloren worden.

De docent is facilitator en zal actief betrokken zijn bij het leren van al zijn studenten maar niet in die mate dat hij bepaalt wat er geleerd gaat worden. De docent is gids, coach, helpdesk enz.

Ondanks dat het leren voor een deel online plaats vindt moet de leersituatie zo authentiek mogelijk zijn. Dit betekent dat de problemen waar de studenten tijdens het project aan werken authentiek gemaakt moeten worden. Daarbij kan het beroepenveld een goede hulp zijn. Door toevoeging van opgenomen interviews enz. kunnen zij de opdracht van een authentiek sausje voorzien.

Tot slot twee zaken die extra aandacht nodig hebben om de kwaliteit van het geleerde te kunnen borging. Zelfsturing is een vaardigheid waarvan wij verwachten dat de student die heeft, maar niet alle studenten beschikken over voldoende zelfsturing om de juiste bronnen aan te boren. Wikipedia is een mooie start maar uiteindelijk willen we dat de studenten de juiste informatie verwerven en verwerken. De studenten leren hoe zij de bronnen en hun informatie op de juiste waarde moeten schatten is een 21st eeuwse vaardigheid die binnen de curricula van de opleidingen een steeds belangrijkere plaats gaan innemen.

Vervolgens moet de kennis getoetst worden. Ook hierbij kan gebruik gemaakt worden van technologie. Maar dit betekent een mindshift bij docenten. Ik stel u een vraag en ik zou het op prijs stellen als u mij uw antwoord via twitter stuurt (sschouwenaars). Is het erg als studenten samen thuis een toets maken?

Bibliografie

Dewey, J. (1916). Democracy and eduacation. New York: The Free Press.

Stanford University. (2005, June 14). You’ve got to find what you love, ‘Jobs says. Retrieved august 1, 2012, from Stanford University News: http://news.stanford.edu/news/2005/june15/jobs-061505.html

Digital literacy en flipping the classroom door Virtual Action Learning

Al enige maanden volg ik nauwgezet alle sociale media op zoek naar de werkvorm die past bij digital literacy en flipping the classroom. Deze 2 aspecten van het onderwijs hebben al sinds enige tijd mijn aandacht. Dit omdat ik een verandering merk bij de studenten die de generieke cursussen volgen van mijn team, bijvoorbeeld onderzoeksmethoden en -technieken. Vol enthousiasme en zeer gemotiveerd beginnen zij aan deze cursussen maar na een aantal bijeenkomsten neemt het enthousiasme af. Van transfer van het geleerde naar andere cursussen is nauwelijks sprake. Het ligt niet aan de docenten of studenten. Op het moment dat de student onderzoek moet doen, komt hij met vragen naar dezelfde docenten en die geeft hem dan met liefde antwoord en instructie zodat de student verder kan. Het ligt dus aan het onderwijs. Het wordt op het verkeerde moment gegeven en misschien wel niet op de juiste manier waardoor het enthousiasme minder wordt.

ImageJongeren van nu leren niet meer door alleen te luisteren, misschien hebben ze dit nooit gedaan. Jongeren van nu hebben veel vragen, maar de antwoorden hierop googlen zij zelf. Door actief met de vraag bezig te zijn passen zij het gevonden antwoord ook toe tijdens situaties in het echte leven. Zij communiceren graag en veel met leeftijdsgenoten over uiteenlopende onderwerpen, dit doen zij via facebook, twitter of een ander sociaal medium. Kunnen wij hier iets mee binnen het onderwijs? Tijdens de onderwijsdagen (2011) stuitte ik op de 21st eeuwse vaardigheid ICT geletterdheid. Onder ICT geletterdheid wordt niet alleen verstaan dat studenten goed overweg kunnen met Word of Excel. ICT geletterdheid is het bewustzijn, de houding en mogelijkheid van individuen om op de juiste wijze digitale media te gebruiken om digitale bronnen te herkennen, gebruiken, beheersen, integreren, analyseren en synthetiseren om nieuwe kennis te generen, media producten te leveren en met anderen te communiceren in de context van speciale situaties met het doel constructieve sociale acties mogelijk te maken en te kunnen reflecteren op het proces (Ng, 2012). Maar met de invoering van ICT alleen verbetert de kwaliteit van onderwijs nog niet. Daarvoor is een andere inrichting van het onderwijs noodzakelijk. Flipping the classroom kan een oplossing bieden. Bij dit didactische model staat het thuis leren met behulp van video’s gemaakt door de docenten voorop. Studenten komen naar school voor bijeenkomsten met de docent en medestudenten. Tijdens deze bijeenkomsten kunnen vragen worden gesteld en wordt de opdracht afgemaakt. De tijd wordt besteed aan het leerproces van de student (Sams, Bergmann, & Bennett, 2012). Het klaslokaal is eigenlijk een groot leercentrum waar studenten samen werken aan een opdracht en de docent hen daarbij die begeleiding geeft die zij nodig hebben. Maar dat betekent ook dat de opdrachten anders geformuleerd moeten worden. Het antwoord op de vraag hoe kreeg ik eigenlijk direct door het bijwonen van een inspiratie ochtend aan het e-lab van Innofun. (2011). Virtual Action Learning is een didactische werkvorm waar de student met behulp van virtuele middelen op zijn eigen acties en ervaringen terug blikt om zo zijn eigen leren te bevorderen.Image

Uitgangspunt is het sociaal constructivisme waarbij de student zelf aangeven wat hij tijdens het leerproces ervaart en dat daarbij contact met anderen een centrale rol vervult. Naast nieuwe media kan de student ook gebruik maken van traditionele bronnen en van de kennis van de anderen. Het leerproces bestaat bij V.A.L. uit 11 stappen (Baeten, 2011). Te weten

  1. Competentie kiezen
  2. Leerarrangement kiezen
  3. Informatie selecteren
  4. Leerproduct maken
  5. Virtuele interactie over leerproducten
  6. Fysieke bijeenkomst op school
  7. Verbeteren en nomineren van best practice leerproduct
  8. Bespreken van best practices
  9. Publicatie van best practices
  10. Assessment
  11. Beoordelings- en reflectie gesprek

Bij het ontwikkelen van de verschillende leerarrangementen houden de docenten rekening met de stappen binnen het proces en sluiten zij aan bij een project binnen de opleiding/het beroepenveld.

Geciteerde werken

(2011, december 13). Retrieved jnue 11, 2012, from http://youtu.be/Vhw3PaHhsfA

Baeten, J. (2011). Virtual Action Learning. Amsterdam: KIT Publishers.

Ng, W. (2012, june 8). Why digital literatacy is important for science teaching and learning. Retrieved june 2012, 10, from www. curriculum.edu.au: http://www.curriculum.edu.au/leader/default.asp?issueID=12610&id=34913

Sams, A., Bergmann, J., & Bennett, B. (2012, june 8). The truth about flipped learning. Retrieved june 10, 2012, from http://www.iste.org: http://www.iste.org/connect/iste-connects/blog-detail/12-06-08/The_Truth_about_Flipped_Learning.aspx

Relaties in onderwijsvernieuwing en vorm

Na wat deskresearch voelde ik gisteren dat alle onderwijs vernieuwingen een relatie met elkaar moesten hebben, maar welke was mij nog niet helemaal duidelijk. Totdat iemand uit mijn naaste omgeving opmerkte dat de student altijd centraal zou moeten staan en niet de onderwijsvernieuwing. Na enig nadenken moest ik hem natuurlijk gelijk geven. Als ik de student en het onderwijs aan deze individuele student centraal stelt dan klopt alles.

Afhankelijk van de onderwijsdoelen van dat moment wordt bepaald welk onderwijs er het best bij de student past. En op welke manier dit onderwijs gegeven kan worden. In deze blog wil ik uitgaan van een viertal onderwijsdoelen, die ik regelmatig tegenkom. Binnen dat onderwijs zal ik beschrijven hoe de stukjes van de puzzel in elkaar passen.

Project onderwijs

Bij uitstek een onderwijs vorm waarbij flipping the classroom (sorry voor het gebruiken van de Engelse term maar “omgekeerde klas” dekt naar mijn mening de lading niet) toegepast kan worden. De studenten krijgen een opdracht om op projectbasis in een groep samen een oplossing te vinden voor een vraag of een probleem. Daarbij gebruiken ze een aantal 21st eeuwse vaardigheden, zoals samenwerken en communiceren. Ze zullen in eerste instantie starten met het oplossen van het project. Voorheen gingen we uit van een rechtop staande taxonomie van Bloom en moesten de studenten eerst kennis krijgen voor zij aan een opdracht konden werken. Als we nu uitgaan van een omgekeerde taxonomie van Bloom (nu mag omgekeerd wel want dat is de driehoek)? Wat gebeurt er dan? Dan zullen de studenten eerst hun eigen creativiteit gebruiken om een bepaald probleem op te lossen. Zij zullen concepten bedenken. Die kunnen goed of niet goed zijn. Geef je als docent daarna feedback op de concepten en draag je nieuwe kennis aan in een weblecture, dan zullen de studenten de concepten zelf kunnen aanpassen. Op die manier gebruiken zij direct de nieuw opgedane kennis.

Door gebruik van de mogelijkheden die ICT de studenten biedt kunnen zij sneller en beter samenwerken. Tools zoals Dropbox, Googledocs, Evernote of leeromgevingen zoals Moodle en Edmodo maken het voor de studenten mogelijk om tijd en plaats onafhankelijk met elkaar samen te werken.

Daarnaast komen binnen het project onderwijs ook de andere 21st eeuwse vaardigheden aanbod. Samenwerken en communiceren had ik al genoemd, maar daarbij zijn kritisch denken, probleemoplossend vermogen, creativiteit, en sociale en culturele vaardigheden, ook vaardigheden die de studenten tijdens het werken in een project zullen gebruiken.

Regelmatige assessments moeten het leerproces en de leerbehoeften van de student inzichtelijk maken. Deze assessments kunnen gesprekken zijn, maar kunnen ook direct betrekking hebben op het geleerde en als een (online) test aan de studenten worden aangeboden.

Design onderwijs

Binnen enkele opleiding gaat het leerproces vooral om het leren ontwerpen. Hierbij staan de onderdelen van het proces van design thinking voorop. Het begrijpen van de behoefte, het observeren van de wensen van de gebruikers, het ontwikkelingen van concepten vanuit verschillende invalshoeken, het creëren van een ontwerp dat uitmondt in een prototype dat getest en geëvalueerd wordt.

Maar juist binnen het design onderwijs is het noodzakelijk de taxonomie van Bloom om te keren om de creativiteit van de studenten vooral niet te onderdrukken. Net als bij project onderwijs kan de feedback en nieuwe kennis na de ontwerpfase voor dat de studenten een prototype gaan bouwen worden aangeboden, maar het kan ook na het bouwen van het prototype aangeboden worden. (bijvoorbeeld afhankelijk van de kosten van het bouwen van het prototype).

Ook binnen het design onderwijs zijn de 21st eeuwse vaardigheden voor de studenten nodig om te komen tot een goed einde. Creativiteit, maar ook kritisch denken en probleemoplossend vermogen zijn voor de hand liggende vaardigheden, maar zeker in het stadium van het observeren en vaststellen van de wensen en eisen van de klant zal de student vaardigheden zoals communiceren en samenwerken toepassen. Binnen onze multiculturele samenleving zal de student zeker gebruik maken van sociale en interculturele vaardigheden om het prototype aan te laten sluiten bij de specifieke wensen van die ene klant.

De ICT vaardigheden die deze student gebruikt zijn weliswaar andere dan die van bijvoorbeeld een economie student. Maar hij zal ook zeker vaardig moeten zijn in de mogelijkheden van online creëren en bewaren van ontwerpen en het werken met meer gangbare programma’s zoals Word en Excel.

Onderzoek

Voor deze blog maak ik even het grove onderscheid tussen deskresearch, fieldresearch en lab research. Voor al deze vormen van onderzoek is het mogelijk om flipped learning toe te passen. Studenten zullen individueel of in kleine groepen het onderzoek uitvoeren. Daarbij zullen zij optimaal gebruik maken van de mogelijkheden van het internet. Dat begint al bij het vinden van informatie. De studenten zullen mogelijk hulp nodig hebben bij het vinden van de juiste databanken, maar zodra ze de snelste en beste weg weten zullen zij de informatie die zij nodig hebben zelf kunnen vinden.

Het valt te overwegen om de studenten een lijst aan te bieden met alle mogelijke onderzoektools die er te vinden zijn op het net. Maar je kunt de studenten natuurlijk ook een beetje op weg helpen.

Afhankelijk van het soort onderzoek zal de ene student meer in de richting gaan van Project onderwijs terwijl de ander zich bezig houdt met design onderwijs. De vaardigheden die de student nodig heb je al eerder in deze blog kunnen lezen.

De student die onderzoek doet zal na het uitzetten van het onderzoek en het verkrijgen van de data, deze data moeten verwerken en presenteren. Voor alle fasen in het onderzoek is programmatuur online (en in veel gevallen gratis) beschikbaar.

Meer als voor de andere onderwijsvormen zal de student die onderzoek beschikken over taalvaardigheden in Nederlands en Engels ( en mogelijk in andere talen). Veel onderzoeksliteratuur is alleen beschikbaar in het Engels. Om een volledig overzicht te krijgen van de beschikbare informatie zal de student daarom ook vaardig moeten zijn in deze taal.

De laatste onderwijsvorm die ik onlangs tegen ben gekomen is de Case Method

Case Method

Deze vorm van onderwijs kent een strakke volgorde van studentenactiviteiten. Allereerst zal de student zelf informatie moeten zoeken over een bepaalde situatie waar de opdracht over gaat. Hij zal met verschillende oplossingsmogelijkheden moeten komen en de voor- en tegenargumenten van de oplossingsrichtingen kennen. Hiervoor heeft hij bepaalde vaardigheden nodig die onder de 21st eeuwse vaardigheden vallen. Zoals kritisch denken, creativiteit, probleemoplossend vermogen. Maar ook andere vaardigheden zoals informatie verwerven en verwerken. In deze fase kan video materiaal de student meer inzicht geven in de situatie. Na deze eerste individuele fase zal de student binnen een groepje zijn oplossingsrichtingen bespreken. Daarbij moet hij niet alleen gaan voor zijn eigen oplossingsrichting, maar hij moet ook goed luisteren naar de oplossingen die zijn groepsgenoten hebben bedacht. De feedback die de student van zijn groepsgenoten krijgt zal hij verwerken in zijn oplossingsrichtingen en tijdens de discussie in de klas zal hij moeten komen tot een beste oplossing voor de situatie.

Op verschillende plaatsen in dit traject kan de student behoefte hebben aan meer informatie of andere informatie. De docent kan hem die informatie aanbieden, maar de student kan natuurlijk ook op het web zelf op zoek gaan naar aanvullende informatie. Doen wij dit niet allemaal als wij iets niet weten. Het eerste wat wij doen is google de vraag. Waarom zou de student dat niet doen. Natuurlijk moet hij kritisch de gevonden informatie kunnen beoordelen maar kritisch denken en creativiteit zijn vaardigheden die deze studenten vaak al hebben ontwikkeld.

Alle puzzelstukjes zitten op zijn plek. Naar mijn mening is het mogelijk om Flipping the Classroom ook binnen ons onderwijs toe te passen. Maar het is een hulpmiddel dat op de juiste manier op de juiste tijd en plaats moet worden aangeboden. Dit geldt ook voor de 21st eeuwse vaardigheden. Beide onderwijsvernieuwingen kunnen niet ingevoerd worden als het onderwijs slecht is. Het onderwijs moet in basis goed, duidelijk en overzichtelijk zijn. Pas dan kunnen de studenten de verantwoordelijkheid voor hun eigen leren in handen nemen.

Flipping the classroom

De laatste tijd hoor ik erg vaak het begrip Flipping the Classroom of de Nederlandse term De omgekeerde klas. Ik ben eens op zoek gegaan naar meer informatie en wat het nu eigenlijk is.

ImageOm te beginnen een definitie. “De omgekeerde klas is een bewuste verschuiving van de inhoud van het onderwijs, die op zijn beurt helpt studenten terug te brengen naar de kern van het leren in plaats van dat zij eenvoudig het product zijn van het onderwijs.” (Bennent, 2012)

Flipped Classroom de omgekeerde klas. Een manier van onderwijs geven waarbij de studenten thuis kennis opdoen.  Het gaat hierbij om de overdracht van de verantwoordelijkheid van het leren van de docent naar de student. De student krijgt de controle over de snelheid van zijn leren, maar ook wat hij leert en hoe. Het leren wordt van de student zelf. Als docent draag je niet langer de kennis over in de klas, maar gaat het tijdens de bijeenkomsten meer om het begrijpen van het geleerde.

De studenten krijgen thuis weblectures aangeboden. Die kunnen zij kijken waar en wanneer zij willen en aan de hand van bijvoorbeeld een google doc kunnen zij de stof verwerken. Dit biedt de docent de zekerheid dat de studenten ook naar de weblecture hebben gekeken. Maar flipping the classroom is niet alleen video’s aanbieden (Westerberg, 2012).

Kennis kan op vele manieren thuis worden aangeleerd. In de klas ontstaat meer tijd voor individuele begeleiding waarbij iedereen op zijn eigen niveau de lessen kan volgen. Excellente studenten krijgen in de klas de begeleiding bij de moeilijkere opdrachten de andere studenten bij de reguliere opdrachten. Het is de interactie met de studenten tijdens de face-to-face bijeenkomsten die het belangrijkste zijn bij deze onderwijsvorm.

Tijdens de bijeenkomst krijgen de studenten de gelegenheid met elkaar de stof toe te passen en die begeleiding te vragen die zij op dat moment nodig hebben en hun specifieke vragen te stellen. De student is in grote mate verantwoordelijk voor zijn eigen leerproces, de docent is niet meer de wijze man of vrouw vooraan de klas maar het is meer een coach in de klas. Er vindt vooral constructivistisch leren plaats en studenten die een keer afwezig zijn kunnen gewoon verder bouwen op de kennis die zij thuis hebben opgedaan.Image

De klas wordt een plek waar persoonlijke aandacht voor de studenten is, waar zij leren van en met elkaar (Bergmann & Sams, 2011) . Wanneer een aantal studenten eenzelfde probleem hebben kunnen zij in tutorgroepen geplaatst worden. De studenten kunnen op die manier heel efficiënt (just in time) de instructie krijgen. Binnen de tutorgroep is niet alleen de docent bezig met het begeleiden van studenten. Ook medestudenten worden gevraagd hun klasgenoten te helpen.

Bibliografie

Bennent, B. (2012, april 15). http://www.thedailyriff.com. Opgehaald van The Flipped Classroom: http://www.thedailyriff.com/articles/the-flipped-class-manifest-823.php

Bergmann, J., & Sams, A. (2011, 12 01). http://www.thedailyriff.com. Opgehaald van thedailyriff: http://www.thedailyriff.com/articles/how-the-flipped-classroom-is-radically-transforming-learning-536.php

Westerberg, C. (2012, april 15). thedailyriff. Opgehaald van http://www.thedailyriff.com: http://www.thedailyriff.com/articles/the-flipped-class-flipped-homework-774.php

Onderzoek en ethiek

De docenten van de HZ volgen sinds begin dit jaar een cursus Onderzoek en Methoden. Een onderdeel Imagebinnen deze cursus is Ethiek. Helaas was er binnen de cursus te weinig tijd om dieper op dit onderwerp in te gaan en daarom deze blog. Met welke ethische aspecten moet een onderzoeker rekening houden wanneer hij onderzoek doet? Als snel kwam ik op de VSNU gedragscode voor wetenschappelijk onderzoek en onderwijs. (Nederlandse gedragscode Wetenschapsbeoefening, 2004)Deze gedragscode omvat vijf principes en beschrijft het gewenst gedrag van onderzoekers. De principes zijn zorgvuldigheid; betrouwbaarheid; controleerbaarheid; onpartijdigheid en onafhankelijkheid.  Deze principes worden verder uitgewerkt in een aantal regels per principe het gaat te ver om deze regels hier te beschrijven, maar ik raad iedereen die met onderzoek te maken heeft aan deze regels goed door te lezen. Wat ik wel wil noemen is dat deze regels niet alleen betrekking hebben op het gedrag van de onderzoeker maar ook op het gedrag van de mentor of begeleider van de student. En dat is iets wat deze regels zo bijzonder maakt.

Het wordt in deze tijd waarin studenten een overload aan informatie vanuit de open sources op internet kunnen halen steeds belangrijker de studenten te leren dat het doen van onderzoek op een ethisch verantwoorde manier moet gebeuren. Het risico van niet ethisch onderzoek ligt om de hoek. Het Hbo werkt samen met het bedrijfsleven. Vanuit dit bedrijfsleven komen de beste opdrachten. Maar wat nu als de opdrachtgever probeert het onderzoek een bepaalde richting op te duwen en de onderzoeker vraagt enkele gegevens die het bedrijf kunnen schaden, weg te laten. Of wat te doen met politiek gevoelige onderwerpen, zoals veiligheid of duurzaamheid. Moet je dan als Hbo deze opdracht weigeren, maar zoveel opdrachtgevers zijn er ook weer niet. Een dilemma waar nog veel over gesproken moet worden, maar als het onderzoek puur aan de gedragscode zou moeten voldoen is het heel duidelijk.

Maar naast die soort onderzoek hebben we binnen het Hbo ook te maken met Mens gebonden onderzoek. En hiervoor gelden weer aanvullende regels en moet het onderzoek een toetsing ondergaan die er voor zorgt dat eventuele proefpersonen beschermd worden. (Over de Centrale Commissie Mensgebonden Onderzoek, 2012). Ook voor het vinden van de richtlijnen die gevolgd moeten worden bij men gebonden onderzoek biedt het internet uitkomst. De CCMO heeft op haar website alle mogelijke documenten op een rijtje gezet en het is voor een onderzoeker heel eenvoudig om zich aan de regels te houden.

Tot slot is het doen van onderzoek binnen het Hbo voor een belangrijk deel de verantwoordelijkheid van de lectoren. Ethiek en de gedragscode staan hoog op de agenda van de Nederlandse lectoren en als ik de bronnen op internet moeten geloven komen zij heel binnenkort met een voorstel voor alle hogescholen.

Geciteerde werken

Nederlandse gedragscode Wetenschapsbeoefening. (2004, dec 23). Opgeroepen op mrt 31, 2012, van http://www.jur.uva.nl: http://www.vsnu.nl/Media-item/Nederlandse-Gedragscode-Wetenschapsbeoefening.htm

Over de Centrale Commissie Mensgebonden Onderzoek. (2012, mrt 15). Opgeroepen op mrt 31, 2012, van http://www.ccmo-inline.nl: http://www.ccmo-online.nl/main.asp?pid=25

Onderzoeksvaardigheden Blended gegeven

De HBO raad schrijft op haar site het volgende over onderzoek binnen het HBO.

 

De Nederlandse hogescholen zijn kennisinstellingen waarin traditioneel de wisselwerking tussen onderwijs, praktijk en kennis centraal staat. De kennisfunctie van de hogescholen vormt een brug tussen het onderwijs en de beroepspraktijk. De functie zorgt voor vertaling van nieuwe inzichten en de urgenties van de praktijk naar het onderwijs (het opleiden van de nieuwe professional) en voor disseminatie van kennis in de praktijk met als doel het vergroten van de innovatiekracht van deze praktijk (oplossen kennisparadox). Het gaat hierbij zowel om bestaande kennis die door hogescholen toegankelijk wordt gemaakt als om nieuwe kennis die door de hogescholen wordt ontwikkeld en gedeeld wordt in onderwijs- en praktijksituaties. De nadruk ligt op het samen of in afstemming met de beroepspraktijk ontwerpen en ontwikkelen van producten, processen of diensten. In het brancheprotocol Kwaliteitszorg Onderzoek (2007) gaat het om onderzoek met de volgende kenmerken:

  • geworteld in de beroepspraktijk
  • multidisciplinair (veelheid van methodologische benaderingen)
  • methodologisch verantwoord
  • geïntegreerd met de cultuur van de instelling (verbinding met het onderwijs)
  • geplaatst is in een duurzaam netwerk met externe partijen
  • gevarieerd en afgestemd op verschillende beroepspraktijken

ImageNu kunnen we natuurlijk voor de studenten gaan staan en ze vertellen wat ze moeten weten over onderzoek en methodologie, maar zoals de afbeelding hiernaast aantoont zal dat niet het gewenste effect hebben. De student wordt niet vaardig door lezen, horen of zien. De student wordt vaardig door met anderen te discussiëren over onderzoek en de wijze waarop zij dit zouden moeten uitvoeren. Daarom is face-to-face niet de methode om vaardigheden aan te leren maar een pure online cursus die de studenten individueel uitvoeren is dat ook niet.

 Blended learning is dat wel. In deze blog ga ik even kort in op wat blended learning is en hoe we onderzoek vaardigheden op die wijze kunnen aanleren.

 

Wat is Blended learning?

 Op wikipedia staan verschillende definities van Blended Learning. Bij alle definities gaat het om een combinatie van verschillende onderwijsmethoden. Het kan een combinatie zijn van face-to-face en online leren, een combinatie van verschillende didactische strategieën of het gebruik maken van verschillende media binnen het onderwijs. 

ImageFransen (2006) geeft een goede definitie: Blended learning omvat een mix van e-learning en andere vormen van onderwijs, waarbij het gaat om de distributiewijze van leerinhouden, vormen van communicatie, didactische strategieën en soorten leeromgevingen in relatie tot type leerprocessen, of om een combinatie hiervan.  

 

 

Leren 3.0

Dit alles in het kader van leren 3.0 waarbij het niet alleen gaat om kennis krijgen, maar ook om nieuwe kennis met elkaar te maken.  Het zijn deze studenten die met een onderzoekende houding straks in de praktijk ook nieuwe kennis genereren. Daarom kan het onderwijs geen gesloten systeem meer zijn, maar moet het open zijn en ruimte bieden voor creativiteit en samenwerking. Niet alleen een samenwerking tussen de studenten onderling, maar ook een samenwerking tussen docent en student. De docent is niet langer de leraar die voor de klas staat, de docent is een coach, een begeleider.  Een begeleider die niet altijd fysiek aanwezig hoeft te zijn, maar wel een die bereikbaar is en snel online kan reageren als dat nodig is. Leren moet immers gebeuren op het moment dat de student er open voor staat.

 

De student van nu is een andere student dan die van een decennium geleden. De nieuwe generatie moet intrinsiek gemotiveerd zijn iets te gaan doen. Het onderwijs moet boeiend zijn en als het eenmaal boeit gaan de studenten er ook voor. Veel leren vindt dan informeel plaats, op het moment dat de student zijn eigen kennis creëert.

 

Onderzoek methoden 3.0

Onderzoek vaardigheden zijn bij uitstek de vaardigheden die op deze manier aangeleerd kunnen worden. De docent begeleidt de student (samen met zijn medestudenten) door het labyrint van vaardigheden en methoden. Samen met zijn medestudent leert de student door onderzoeken die hem boeien te bediscussiëren. Was de gebruikte methode wel de juiste? Waren de resultaten wel betrouwbaar? Hoe zou ik het doen? Waarom zou ik het zo doen? Vragen waar de studenten groep zich mee gaat bezighouden.  Waarna ze gezamenlijk kunnen komen met een nieuwe oplossing voor het doen van het betreffende onderzoek. Misschien komen ze wel met een methode die nog niet eerder bedacht is en he waarom ook niet?

Voor veel onderzoekers betekent dit waarschijnlijk dat zij even moeten slikken en van het door hun geleerde pad moeten afwijken, maar studenten van nu zijn creatief en gemotiveerd om nieuwe technieken uit te proberen.

Er zijn immers meer wegen die naar Rome leiden.

 Het opzetten van een wiki die de studenten leidt door het theoretische labyrint is een eerste stap. Aansluiten bij de beroepspraktijk en de belevingswereld van de student is de tweede stap. Het zorgen voor voldoende actuele voorbeelden die begeleidt worden door visuele hulpmiddelen, zoals YouTube video’s maakt onderzoek doen voor de studenten tastbaar.

Image

 

Samen laten werken met een groep. De studenten begeleiden in hun eigen denkwijze en ze stimuleren tot nieuwe kennis maakt het onderwijs m.i. voor de docent een stuk leuker en enerverend.

 

 

Kortom Onderzoek vaardigheden is bij uitstek iets dat Blended aangeboden kan worden. Het creëren van aantrekkelijk aanbod in distributiewijze van leerinhouden, vormen van communicatie, didactische strategieën en soorten leeromgevingen in relatie tot type leerprocessen, of om een combinatie hiervan, is een bijkomend voordeel. Het is niet alleen leerzaam voor de docent – hij komt immers veel te weten over de beroepspraktijk en de leefwereld van de student en hij leert gebruik te maken van de technologie die op dit moment beschikbaar is- maar het is ook leuk om te doen.

 

 

Interactief leren

Of we ze nu de y-generatie, milleniums, de netgeneratie of de I-generatie noemen, feit is dat we er dagelijks mee te maken krijgen. Studenten die snel bij hun informatie willen komen, die er de voorkeur aan geven wikipedia als bron te gebruiken. Studenten die snel oordelen en dit oordeel delen met anderen en het liefst online. Dit klinkt negatief maar dat is het niet.
Deze groep jongeren denkt en handelt snel. Zij willen snel hun doel bereiken en gebruiken daarvoor, terecht, alle middelen waarover zij kunnen beschikken.

Op het moment dat ik lees over interactief leren en het gebruiken van technologie in de klas maak ik zelf ook gebruik van de verschillende media. Ik lees vanaf mijn iphone en ik maak op mijn ipad in SimpleMind+ een samenvatting van wat ik lees.

20111024-141919.jpg

En dat maakt het lezen leuker en het dwingt mij het lezen bewuster te doen. Er over nadenkend is dit precies het gedrag dat wij willen van onze studenten. Op een snelle manier lees ik door de stof, ik maak een samenvatting in een mindmap en omdat ik niet veel op papier kan en wil zetten moet ik nadenken over de keywords van de mindmap.
Als deze blog gepubliceerd is worden mensen misschien geprikkeld te reageren, bijvoorbeeld door aan te geven wat zij als keywords hebben gebruikt. Ik kan mijn mindmap dan aanpassen en misschien later een concept map van maken. Daarna heb ik door interactie met mijn lezers een complete samenvatting van mijn boek op een pagina in een overzichtelijke mindmap.
Door het maken van een conceptmap kan ik dan mijn ideeen voor toepassing aan de wereld laten zien. om vervolgens dezelfde rondgang te maken. En er ontstaat een compleet beeld over de tekst en zijn toepassing. Meer willen we toch niet van onze studenten